boekrecensie

Marieke Lucas Rijneveld schrijft volle verzen over hoofd, lichaam en iedereen die meent iets van hem te mogen vinden ★★★★☆

De nieuwe bundel van Marieke Lucas Rijneveld, met de schitterende titel Komijnsplitsers, loopt over van betekenis. In de mooie, volle verzen duiken allerlei demonen op.

Geertjan de Vugt
Marieke Lucas Rijneveld  Beeld Jouk Oosterhof
Marieke Lucas RijneveldBeeld Jouk Oosterhof

Neem een aardappelschiller, pak een komijnzaadje, probeer het te splitsen en zie wat er gebeurt. Wat je ook probeert, het smalle zaadje zal bij iedere poging vrolijk onder het ijzer vandaan springen. Het voert een dans op waarbij het weigert zich te laten vastpinnen. Zo’n soort dans voert Marieke Lucas Rijneveld op in zijn nieuwe, lijvige bundel Komijnsplitsers.

Alleen al die schitterende titel, zou je kunnen denken, vormt een plaagstoot richting al diegenen die iets van hem menen te mogen vinden. Muggenzifters, zo zou een banaler alternatief kunnen luiden, of haarklovers. Kwezelaars is een andere. Rijneveld geeft er een aantal voorbeelden van in het titelgedicht. Zo is er de mens die alles weet, het hart op de tong heeft, ‘maar zelden de formule weet voor een goed leven’. Of diegene wiens woorden ‘van steigerhout’ zijn gemaakt, terwijl hij de vissen die van zuurstofgebrek naar boven zijn gekomen niet ziet. Van die kanselpredikers dus, die het oog te weinig naar binnen én naar buiten keren: ‘iedereen kan ze bedenken’, schrijft Rijneveld over hen, ‘maar niemand kent ze daadwerkelijk.’

Een bundel vol warmtezoekers

Komijnsplitsen is als atomen splijten, er komt in ieder geval een hoop warmte bij vrij. Leg maar eens een komijnzaadje op je tong, breng het tussen je tanden en bijt het doormidden. Een warme, aardse smaak vult het gehemelte. Zoals een kookboekenauteur onlangs tegen me zei: qua smaak is de komijn de mollige zus van de zwarte peper. Met dit in gedachte kunnen we Komijnsplitsers ook als een bundel vol warmtezoekers lezen. En reken maar dat er wordt gehunkerd in de poëzie van Rijneveld. Er stromen, om een beeld aan Rijneveld zelf te ontlenen, ‘melkwegen van hunkering’ door deze verzen. En, om er nog een te gebruiken, ze ademen ‘zwijmelzucht’.

Zo klein en toch zo vol loopt het zaad over van betekenis. De poëzie houdt geen halt bij een enkele duiding. Komijn staat ook wel bekend onder een andere, uit het Maleis geleende naam. In djinten klinkt haast iets spookachtigs door. Betekenisgeving door klankgelijkenis: djinns worden door sommigen gezien als bovennatuurlijke, onzichtbare wezens die mensen hun wil ontnemen. Ze staan onder de engelen, maar boven de mens. Neemt een djinn bezit van je, dan leidt het tot een haast demonische bezetenheid. In die zin kan Komijnsplitsers worden gelezen als ‘Djintensplitsers’, als een verzameling figuren die de demonen in het hoofd doormidden hakken.

Hoofd en lichaam

Ook hier geldt: die zijn er volop in Rijnevelds bundel. Wie erop let, ziet hoe het hoofd in Komijnsplitsers overloopt, overbevolkt is. Zo is het gevuld met ‘een donker wolkenveld’, ‘te veel mensen’, ‘onrustjagers’, ‘nachtegalen’, ‘donderpreken’, ‘dichtregels’, ‘bommenwerpers’, ‘de slapende hond’ met ‘modderpoten’, ‘talloze poststukken’, ‘de zwarte/ schuld en het kaarsvet van de avond’, ‘een ontwerp,/ een engelachtige verschijning’, ‘scheluwen’, ‘vocht’, ‘schijnkoelte’, ‘de berging’, ‘toevalligheden’, ‘piketpaaltjes’ van ‘kwetsuren’, ‘reizen die je alleen in je hoofd maakt’, ‘dwaasheid’, ‘maakbaarheid’, ‘monsters’, ‘de spoelbak’, ‘verklaringen’, ‘kraaienzwart’, ‘al die stemmen’, ‘het rapaille waar je maar niet/ van afkomt’ en ‘rellen’, rellen van het ‘niet-weten’. Er zijn er die van minder gek zouden worden. Rijneveld schrijft er gelukkig volle verzen mee.

Onder dat hoofd bevindt zich het lichaam. Over dat lichaam heeft Rijneveld heel veel te zeggen. Veel, zo niet alle gedichten gaan over de bewoning van het lichaam; of over de strijd over het lichaam, over de strijd die men soms moet leveren voor het eigen lichaam en over de strijd binnen het eigen lichaam.

En dan is er ook nog de ruimte boven het hoofd, die in deze bundel opvallend vaak wordt gevuld door bomen. Bomen zijn kwetsbaar, stijf, lang en hulpeloos met hun armen. Ze gaan van seizoen naar seizoen. Bomen schitteren in het ontluiken en in het bloesemen. In bomen worden boodschappen gekerfd, wordt de liefde genoteerd. Bomen werpen schaduwen, ontnemen ons het licht of ‘ze beschermen je tegen/ de zon, tegen inkijk, ze houden je buiten schot, zelfs nu je weet’, schrijft Rijneveld, ‘hoe je gekweekt bent, hoe je aan wortelrot lijdt, en je streelt de basten,/ blaast de windrichting uit hun vermoeide toppen’. Bomen bieden, overigens net als de komijnplant, een scherm om met het volle hoofd en lijf onder te schuilen. En, aldus Rijneveld, ze reiken naar de hemel, zoals ook wij mensen dat doen.

Marieke Lucas Rijneveld: Komijnsplitsers. Atlas Contact; 104 pagina’s; € 19,99.

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact
Meer over