Mariah Carey tapt op 'Rainbow' uit wit en zwart vaatje

Mariah Carey. Rainbow. Columbia...

Gert van Veen

Ze is misschien niet de meest opmerkelijke of charismatische zangeres van de jaren negentig, maar de 29-jarige Mariah Carey is in elk ander opzicht de droomster, die elke platenlabel zich wenst. Sinds haar debuut in 1990 verkocht ze zo'n 120 miljoen platen, en haalde ze veertien maal nummer 1 in Amerika. Recent nog met Heartbreaker, satelliet voor Rainbow.

Rode draad is een simpel liefdesverhaal: relatie die misloopt, een nieuwe liefde en ten slotte een happy ending - gesymboliseerd door de regenboog. Het donkerste moment wordt verklankt in de cover Against All Odds ('Take a look at me now'), de jaren-tachtigklassieker van Phil Collins, die het nummer schreef toen zijn eigen relatie op de klippen was gelopen. Rainbow eindigt in een reeks Hollywood-ballads, zoals altijd bij Carey (dochter van een operazangeres) een kapstok voor virtuoze, lang uitgesponnen vocale versieringen.

Die aanpak kennen we al van eerdere platen, maar elders op Rainbow toont ze een heel andere kant van haar muzikale persoonlijkheid. Haar gemengde afkomst (zwarte vader, witte moeder) vertaalt zich meer dan voorheen in een album dat afwisselend put uit twee tradities. Tegenover de zoetige ballads staan r & b- en hiphop-nummers, waarvoor ze de hulp inriep van grootheden als Missy Elliott (in de alternatieve versie van Heartbreaker), Snoop Dogg en Jay-Z. Ook wisselt ze bijna elk nummer van producer, en zet ze zowel Jimmy Jam en Terry Lewis, Master P, Jermaine Dupri als She'kspere Briggs (succesvol met Destiny's Child) in.

Carey gaat r & b makkelijk af. Ze heeft weinig moeite met het opzetten van de vereiste neuzelige stem. De zwoele achtergrondkoortjes of de semi-geïmproviseerde versieringen, die - in haar geval - door alle registers heen kronkelen, zijn eveneens zoals het hoort. Virtuoos en tot in de kleinste details perfect, zoals eigenlijk alles aan Rainbow.

EC Groove Society: Adrenaline Shots. My First Sonny Weissmuller.

Eton Crop was ooit Nederlands bekendste postpunkgroep. Tegen het einde van de jaren tachtig werd de groep meegesleept door de eerste house-golf. Dat was het begin van een muzikale evolutie die zo'n tien jaar in beslag nam. In de eerste overgangsfase maakte Eton Crop een aantal platen in de toen populaire Manchester-sound (gitaarsongs met dancebeats), waarvan de beste de topvijftig haalden. Vervolgens werden de gitaren aan de kant geschoven, en de naam veranderd in EC Groove Society.

De eerste ECGS-uitgaven, vooral populair bij Engelse dj's, waren elektronische danceplaten, die met hun rauwe productie en versnelde hiphopbeats vooruitliepen op het big-beatgenre. Daarna bleef het lange tijd stil, hoewel de groep indruk maakte op festivals als Lowlands en Dance Valley.

De rauwe, stevig beukende live-sound van ECGS is nu heel effectief vastgelegd op Adrenaline Shots: krom Engels, maar de bedoeling is duidelijk. Nummers als Wrecked en Mail Bomb (de titels alleen al) denderen als een op hol geslagen Underworld uit de speakers. Dit is dance op z'n heftigst, gespeeld met de energie van een punkband.

De Kift: Vlaskoorts. Play It Again Sam.

De Nederlandstalige groep De Kift maakte mooi tegendraadse punkpop voordat Gaaphonger twee jaar geleden een nieuw muzikaal hoofdstuk inluidde. Dit meeslepende muziektheater krijgt nu een vervolg met Vlaskoorts, waarmee de Zaanse groep door Nederland toert. Gestoken in een fraai bruine, oud-Hollandse hoes roept Vlaskoorts opnieuw de sfeer op van een cultuur die ergens deze eeuw verloren moet zijn gegaan.

Het is een van de sterke punten van de Kift, zowel in de teksten (vaak gedeclameerd met een aangezette, boerse toon) als in de stugge, hoekige muziek. De zestien korte songs klinken alsof ze putten uit een oude volkstraditie. Toch is dat eigenlijk maar zelden het geval. De blazerspartijen verwijzen zowel naar Willem Breuker, Zuid-Amerikaanse feestmuziek als naar de dorpsfanfare. En de hoekige instrumentaties herinneren hier en daar aan Tom Waits en The Ex. Vlaskoorts is een hallucinerende reis door een wereld die nooit heeft bestaan, maar toch heel realistisch overkomt.

Slagerij van Kampen: Add Up To The Actual Size. PIAS.

Bij de Eindhovense groep Slagerij van Kampen draait het om de beat. Gewapend met een arsenaal percussie-instrumenten stapelt de Slagerij ritme op ritme; de groove versnelt of wordt dynamisch opgestookt. Hoe effectief dat in een concertomgeving werkt, bewees het gezelschap rond Willem van Kruysdijk en Mies Wilbrink met diverse (theater)tournees.

Ze lieten zich de afgelopen tien jaar inspireren door percussietradities over de hele wereld, maar niet door wat zich dichter bij huis afspeelt. Terwijl de overeenkomsten tussen hun eigen tribal beats en die van hun elektronische tegenhangers voor het oprapen liggen.

Met Add Up To The Actual Size slaat de groep eindelijk een brug naar de samplers en ritme-loops van de dj-cultuur. Het doet hier en daar nog wat onwennig aan, maar dat de elektronica een welkome aanvulling vormen, maakt deze plaat wel duidelijk.

Meer over