TegensprekersMargo Jefferson

Margo Jefferson laat met haar artikelen en boeken zien dat gekleurd en zwart Amerika niet te vangen zijn in straatcriminaliteit

Schrijver en hoogleraar Margo Jefferson (73) worstelde ten tijde van de burgerrechtenbeweging met haar bevoorrechte opvoeding. Dat bracht de nodige melancholie met zich mee.

Margo Jefferson worstelde ten tijde van de burgerrechtenbeweging met haar bevoorrechte opvoeding.  Beeld Seb Agresti
Margo Jefferson worstelde ten tijde van de burgerrechtenbeweging met haar bevoorrechte opvoeding.Beeld Seb Agresti

Survivor’s guilt. Het schuldbesef dat de overlevende wacht, juist omdat zo veel anderen van zijn soort het niet gered hebben. En zeker niet zo stralend en bevoorrecht als Margo Jefferson (73), de Afro-Amerikaanse schrijver, hoogleraar en criticus die in haar autobiografische Negroland (2015) het landschap van haar jeugd en volwassen leven schetst.

Dat woord ‘Negro’ is een zeer bewuste keuze van Jefferson, want zoals ze zelf opmerkt ‘voelt ‘Afro-Amerikaans’ in een gewoon gesprekje overdreven formeel.’ ‘Zwart’, dat wil haar nog weleens uit de mond vallen als zelfomschrijving. Maar toen Jefferson opgroeide maakte zij deel uit van de Negroes (altijd met een hoofdletter), en behoorde ze met haar familie tot de ‘Gekleurde 400’, de zwarte bovenklasse in die uitgestrekte Verenigde Staten, die weliswaar de kleur tegenhad, maar die toch ook gewend was aan ‘comfortabele huizen en appartementen, royaal zakgeld, kasten vol stijlvolle kleren, zeilboten (…) vlieglessen, privéscholen en een serie clubs waar kinderen zoals zij elkaar ontmoetten’.

Een jeugd die bol stond van black privilege, als je wilt. We schrijven de jaren vijftig, de grote successen van de burgerrechtenbeweging moeten nog worden verzilverd, maar binnen Jeffersons familie wemelt het van de medisch specialisten, advocaten, academici, zakenmensen en ander volk met een stevig inkomen en met vergaard eigendom. Zij is bevoorrecht, het bruin-beige dochtertje dat opgroeit met een vader die hoofd is van de kinderafdeling in een gerenommeerd ziekenhuis en een moeder die het zich kan veroorloven druk te zijn met liefdadigheid voor andere zwarten, en die zichzelf al doende ontwikkeld tot een society-dame. Maar het ‘zwarte privilege’ is altijd voorwaardelijk. Het kan elk moment weer worden afgepakt: door witte Amerikanen die dat snobistische, gekleurde volk op hun nummer willen zetten, en door andere zwarten, die met lede ogen toezien hoe hun succesvolle kleurgenoten zich bliksemsnel verwijderen van getto en goot. ‘De elite van het gekleurde ras’, zo stond deze groep ook wel bekend, en het betekende voor haar leden dat ze een perfecte balanceeract moesten uitvoeren. Want bij elke onvolkomenheid in gedrag en voorkomen liepen niet alleen je eigen privileges gevaar: je deed een heel ras schande aan, het ‘Negro’ ras. Naast gekleurd was Margo Jefferson vooral ook een onbezoldigd ambassadeur, die een heel volk vooruit moest helpen.

Negroland werd door Jefferson tamelijk abrupt geschreven.  Beeld Negroland, Margo Jefferson
Negroland werd door Jefferson tamelijk abrupt geschreven.Beeld Negroland, Margo Jefferson

En dat alles zonder de vanzelfsprekendheid van generaties oud geld of eeuwenlange stambomen, want ook in Jeffersons voorouderlijke lijn komen slaven voor (en slavenhouders). Lichtgekleurd, dat zijn ze bijna allemaal. Afkomstig van slaven die zichzelf vrijkochten of vrijgekocht werden, gemengde mensen met blank en zwart en bruin in hun voorgeschiedenis. Er is een oom van Jefferson die simpelweg weigert als een ‘Negro’ door het leven te gaan: hij kan doorgaan voor wit en vanwege alle evidente voordelen keert hij zich van zijn gekleurde familie af, om die pas later, na zijn pensioen, weer op te zoeken. Dat wordt in Margo’s gezin allerminst gewaardeerd. Met enige minachting wordt oom ontvangen, want ook oom behoort een voorbeeld van en voor zijn ras te zijn.

Het is niet opzienbarend dat Jefferson naar de beste privéscholen gaat, dat ze een van de weinige gekleurde studenten is aan een keurige, elitaire universiteit (Brandeis, Boston) en zal studeren en later ook doceren aan Columbia University in New York. Ze is dan al redacteur geweest van het tijdschrift Newsweek en heeft voor Vogue en The New York Times gewerkt. Een voorbeeldige journalistieke en academische carrière, maar dat is dan ook wel het minste wat je mag verwachten van iemand uit die prille black bourgeoisie. Mislukken is, zoals Jefferson van huis uit heeft geleerd, simpelweg geen optie.

Familieverplichting 

Noblesse oblige: al kennen de VS dan geen officiële adel, geen patriciaat, ook Jefferson voelt het als een familieverplichting zo verantwoordelijk en fair mogelijk te oordelen en te handelen, zeker wanneer het om de eigen, gekleurde mensen gaat. Een voorbeeld van die overgeërfde, verplichte redelijkheid is de monografie Over Michael Jackson (2006), die Jefferson schreef,  waarover zij geïnterviewd werd in de Volkskrant. Nog voor de misbruikzaak was Jackson al een doorn in het oog van veel mensen, wit en zwart, omdat hij zijn huid bleekte, zijn gezicht verbouwde en zijn haren van al het kroezige ontdeed.

Maar Jefferson, groot liefhebber van zwarte muziek, van blues en jazz tot pop, weigert Michael Jackson te veroordelen vanwege zijn ‘rassenverraad’. Ze beschrijft Jackson als een ‘cultureel mysterie’ waarin de obsessies van een hele natie rond ras, gender en klasse samenkomen. Als geen ander heeft Jefferson oog voor de flexibiliteit van (kleur)grenzen en klassedistincties. Zij is er niet de vrouw naar iemand te veroordelen die de randen opzoekt van al die identiteitskwesties: met eigen ogen heeft ze al vroeg gezien hoe het ene (gekleurd) in het andere (wit) kan overgaan.

Tot in de jaren zestig kun je het leven van Jefferson nog typeren als een evenwichtsoefening tussen ras en klasse, de verplichting en het schuldbesef dat haar kenmerkt als een zwarte bourgeois. Maar dan komt de tweede, feministische golf op en ook Black Power en Black Nationalism nemen de agenda over. De taaie, volhardende, zwarte en gekleurde voorhoede van weleer zijn passé en staan bij zwarte radicalen te boek als ouderwets, voorzichtig en veel te onderdanig. Het voorbeeldleven van Margo als gekleurde vrouw wordt in een paar jaar tijd verbeurd verklaard. Hoezo wist zij zeker dat de emancipatie van het gekleurde en zwarte volksdeel belangrijker was dan die van vrouwen? En waarom zouden zwart en gekleurd de precieuze manieren moeten overnemen van een gekleurde elite, die zich avant-garde waande, maar hopeloos uit de tijd is geraakt? Malcolm X had het spottend zo geformuleerd: ‘What do you call a Black man with a PhD? You call him a ‘nigger’.’

Al die inspanningen, leven volgens een precieze, raciale etiquette: voor niets.

Jefferson schrijft in Negroland, tamelijk abrupt: ‘In de laten jaren zeventig begon ik mijn verlangen naar een zelfgekozen dood actief te cultiveren.’ Op dat moment kan ze al terugzien op een stralende journalistieke carrière en ze heeft zich in haar eigen woorden ontwikkeld tot een ‘fanatieke feminist’. En dan toch die alarmerende zin over de zelfgekozen dood.

Jefferson is niet de enige uit haar gekleurde elitaire kring die rondloopt met suïcidale gedachten. Ze beschrijft andere mannen, vooral ook andere vrouwen, die kunnen bogen op een even ‘bevoorrechte achtergrond’ en die een voor een instorten, aan een depressie leiden, en soms ook daadwerkelijk een einde aan hun leven maken. Een ware epidemie van ‘melancholie’ waart rond in wat ooit het meest vooraanstaande deel van Amerika’s gekleurde mensen heette te zijn. Het moet voor Jefferson en al die andere leden van de jeunesse dorée hebben gevoeld alsof de grond onder hun voeten werd weggemaaid; alsof ze een leven vol leugens hadden gekoesterd.

Voor de goede orde: nee, Jefferson pleegde geen zelfmoord, zij schrijft en doceert nog steeds. En ze laat met haar artikelen en boeken zien dat er geen ‘zwarte’ essentie’ valt te vergeven: dat gekleurd en zwart Amerika niet te vangen zijn in straatcriminaliteit, getto, drugs, pooiers en de zelfkant van het leven.

De enge stereotypering van de levensstijl van de zwarte Amerikaanse onderklasse behoeft net zo veel bijstelling als elk ander stereotype. Zij is inmiddels 73, Margo Jefferson, een buitengewoon volwassen vrouw. Maar de titel van de stomme film uit 1917 van Maurice Tourneur is voor een deel ook op haar van toepassing: The Poor Little Rich Girl.

Margo Jefferson: Negroland. Een autobiografie. Uit het Engels vertaald door Pauline Slot. De Arbeiderspers; 242 pagina’s; € 26,99.

Tegensprekers

In de onregelmatige serie Tegensprekers beschrijft en onderzoekt publicist Stephan Sanders Afro-Amerikaanse schrijvers die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het racismedebat en ten onrechte onbekend zijn bij het Nederlandse publiek. Sanders liet eerder zijn licht schijnen op Albert MurrayRalph Ellison en Stanley Crouch.

Meer over