boekrecensie

Marcel Möring geeft zich over aan zijn intiemste herinneringen ★★★★☆

Het autobiografische heeft Marcel Möring nooit geboeid. In het kleine, ingetogen Familiewandeling blijkt ineens hoezeer zijn andere werk daarin wortelt. Een ontdekking voor de schrijver én de lezer.

Onno Blom
null Beeld Martyn Overweel
Beeld Martyn Overweel

In Familiewandeling neemt Marcel Möring afscheid van een huis. Vier jaar lang woonde hij in Dikninge, een statige, 19de-eeuwse buitenplaats, gelegen tussen het boerenland, de uitgestrekte velden en donkere bossen van Drenthe. Een afgelegen, geheimzinnig huis als in zijn roman In Babylon, waarin de sprookjesschrijver Nathan Hollander ingesneeuwd raakt.

De komst van de schrijver naar Dikninge betekende na een lang verblijf in de stad een terugkeer naar het noorden, naar het lege landschap van zijn jeugd. Op de eerste bladzijden van zijn korte, intense vertelling beschrijft Möring hoe het er daar uitziet, ruikt en voelt, de wijde blik over de velden, de geur van natte aarde, de oude bomen waarvan de bladeren verkleuren in de gloed van de nazomer.

Een idylle. Toch zijn de herinneringen die het huis en het landschap oproepen vaak dreigend en duister. Alsof de natuur zelf de schrijver wilde waarschuwen voor wat er ging komen, vloog op de eerste dag dat hij er woonde een vink met een bons tegen het raam. Het vogeltje zat verdoofd in het gras, schudde na een tijd zijn kopje, schikte zijn veren en vloog weg.

Geharnaste liefde tussen moeder en zoon

Op zijn wandeling door plaats en tijd, stap voor stap, steeds van het pad afwijkend, blijkt hij niet alleen afscheid te moeten nemen van een plek, maar ook van de vrouw die hij als jongen vereerde: zijn moeder, die een jaar tevoren is overleden. Het was een geharnaste liefde, tussen moeder en zoon, want zij hield hem af. Ze was bikkelhard, stond zichzelf geen emotie of kwetsbaarheid toe. Ze wilde vergeten, verdringen, verzwijgen.

Haar onvermogen om hem dichtbij te laten was het gevolg van haar eigen familiegeschiedenis. Voor haar, merkt zij op, was het ‘elke dag 4 mei’. Als meisje van 7 moest zij, midden in de oorlog, onderduiken. Haar ouders werden vermoord in het concentratiekamp. Zij bleef na de bevrijding schuilen in de schaduw van haar onderduikouders. Toen Marcel een jaar of 7 was, kwam hij er met een schok achter dat hij Joods was en dat zijn grootouders niet zijn echte grootouders waren.

Zijn liefde voor zijn grootmoeder was er niet minder om. Ook zij vormde – Möring gebruikt dezelfde formulering tweemaal – het middelpunt van zijn bestaan. Van zijn grootmoeder mocht hij wél dichtbij komen. Zij gaf hem de warmte die zijn moeder niet kon geven. Maar zijn grootmoeder stierf jong. En liet een eenzaam jongetje achter.

Marcel werd als tiener al getroffen door zijn eerste depressie. Zijn ouders wisten zich er geen raad mee. Hij zocht zijn redding in het lezen – hij verslond het Oude Testament – en vond het schrijven. Op school ging het slecht, tot hij werd getest en hoogbegaafd bleek. Van zijn opstel over de jongste dag kon de docent aanvankelijk niet geloven dat hij het zelf had geschreven.

Marcel Möring  Beeld Harry Cock
Marcel MöringBeeld Harry Cock

Gevangen in het schrijven

Al deze beelden doemen op tijdens zijn tocht door het faustiaanse bos dat hem omringt en bij de rondgang door het huis. Niet chronologisch, eerder cyclisch, ze komen af en aan, blijken stiekem onweerstaanbaar. Gold in zijn tweede roman de herinnering als ‘het grote verlangen’, nu als ‘een behaagzieke minnares’. Zijn herinneringen maken hem duidelijk waarom het schrijven zo belangrijk voor hem is, maar ook hoe het schrijven hem gevangen heeft gehouden. ‘Ik had genoeg aan mezelf en mijn fantasie.’

Möring bekent dat hij direct na de geboorte van zijn eerste kind weer achter zijn werktafel schoof, en dat hij onmiddellijk en begerig notities begon te maken toen zijn moeder hem vertelde dat zijn grootvader op sterven lag en dacht dat de grond bezaaid was met insecten. ‘Zo ben ik, dat ben ik geworden.’

Als antidotum tegen de depressies vertrouwde hij louter op de logica. Hij kanaliseerde zijn bestaan, richtte het ‘autistisch’ in op orde en regelmaat. Alleen in zijn werk was hij niet te remmen. Daar kon hij de verbeelding laten stromen. Daar kon hij ‘leven, echt leven’.

Het afscheid van het huis en van zijn moeder maken hem duidelijk dat hij niet alleen op de ratio, maar ook op zijn gevoel moet vertrouwen. Maar dat hij dat niet kon, omdat de vergeefse hunkering naar de warmte van zijn moeder hem altijd in de greep heeft gehouden. Hem afstand laat houden van wie hij het meest houdt.

Oervragen van de vink

Aan het einde van zijn wandeling gekomen, de verhuizer heeft alles ingepakt voor een terugkeer naar de stad, naar een nieuwe liefde, keert de schrijver terug naar het begin. Hij stelt zichzelf de oervragen. Of eigenlijk laat Möring ze de vink stellen, die na de doffe bonk tegen het raam probeerde op te krabbelen en weg te vliegen: ‘Waar ben ik? Hoe ben ik hier terechtgekomen? Wat is er gebeurd?’

Het heeft er alle schijn van dat Marcel Möring zichzelf heeft verrast met het kleine, ingetogen, bijna kaal geschreven Familiewandeling. Zijn oeuvre is één groot pleidooi voor de kracht van het vertellen, voor de macht van de verbeelding, het bouwen van ingenieuze literaire constructies. Vuistdikke romans, waarin het persoonlijke universeel wordt gemaakt.

‘Voor mij was de roman een schepping uit het niets, fantasie in plaats van een feit, een verhaal dat nog niet bestond. Maar mijn oeuvre wordt bevolkt door zwervende figuren, zoekgeraakte personages en incomplete geschiedenissen die heel worden gemaakt door te vertellen. Nu, na zeven romans, is het alsof ik naar de geschiedenis van mijn familie kijk.’

Het autobiografische heeft hem nooit geboeid, schrijft hij, maar toch heeft hij zich in Familiewandeling aan zijn persoonlijke, intiemste herinneringen overgegeven. Nu blijkt ineens hoezeer zijn werk daarin wortelt. Van Ruth, de moeder van Mendel uit Mörings debuut Mendels erfenis, wordt gezegd dat zij meer een oudere zuster voor hem was dan een moeder. Het zijn exact de woorden die Marcel Möring nu opnieuw gebruikt voor zijn eigen moeder.

Dat zal voor de schrijver een ontdekking zijn geweest: de zwervende figuur met zijn incomplete geschiedenis, de schrijver die zich het leed van zijn Joodse voorouders niet wil toe-eigenen maar er onvermijdelijk door wordt getekend, de man die nergens thuis is – die man is hij zelf.

Marcel Möring: Familiewandeling. De Bezige Bij; 136 pagina’s; € 18,99.

null Beeld De Bezige Bij
Beeld De Bezige Bij
Meer over