Malevitsj in paraplu de grens over

Het Museum of Modern Art in New York heeft gisteren een kostbaar suprematistisch schilderij van de Russische kunstenaar Kazimir Malevitsj teruggegeven aan de erfgenamen....

Toen Malevitsj in 1935 in Moskou stierf, liet hij een atelier vol kunst achter en een groot gezin. De kunst werd overgeheveld naar het Russisch Museum in Leningrad, het gezin bleef in bittere armoede achter. Een vriend van Malevitsj, de beeldhouwer Naum Gabo, herinnerde zich dat jaren later in een brief. 'Ik ben de enige mens buiten Rusland die toevallig iets weet van de ontstellende armoede waarin Malevitsj zijn vrouw en vijf kinderen achterliet. Zij stierven letterlijk van de honger.'

Het avant-gardistische werk van Malevitsj was in de jaren dertig in de Sovjet-Unie een riskant bezit. Zijn kubistische schilderijen en suprematistische visioenen weken af van wat Stalin als officiële staatskunst had bestempeld.

Het Westen raakte heel langzaam bekend met het werk van Malevitsj en de Russische avant-gardisten. Zo ook Alfred Barr, de directeur van het Museum of Modern Art in New York. Barr reisde in 1935, het jaar waarin Malevitsj stierf, door de Sovjet-Unie en Europa om kunstwerken te lenen, en te verwerven voor de tentoonstelling Kubisme en Abstracte Kunst. In de Sovjet-Unie kreeg hij geen bruiklenen. In Duitsland had Barr meer succes.

Malevitsj had in 1927 een reis naar Berlijn gemaakt, en was onverhoopt teruggeroepen naar Moskou. Zijn kunst, die hij daar tentoon had gesteld, gaf hij in beheer van een bevriende architect, Hugo Häring. Die gaf de kist met zeventig schilderijen, tientallen tekeningen, architectonische maquettes en zogeheten 'theoretische kaarten' in voorlopige bewaring bij Alexander Dorner, directeur van het vooruitstrevende Provinciaal Museum in Hannover. Na de machtsovername door Hitler in 1933 werd het bezit van het 'entartete' werk van Malevitsj levensgevaarlijk.

Toen Barr in 1935 op bezoek kwam bij Dorner, troonde deze hem mee naar de kelder van het museum. Hij opende een kist, en daar zag Barr een hoge stapel doeken en tekeningen van Malevitsj. Dorner stemde gretig in met het voorstel van Barr een gedeelte van de inhoud van de kist mee te nemen naar Amerika. Barr kocht twee schilderijen en twee tekeningen voor tweehonderd dollar en smokkelde ze het land uit. 'Deze vier dingen nam ik zelf de Duits-Nederlandse grens over, de tekeningen in mijn koffer, de twee schilderijen opgerold in mijn paraplu', memomeerde Barr twintig jaar later in een brief.

Het recht van Dorner de vier werken te verkopen, stond kennelijk niet ter discussie. Een paar maanden later verscheepte Dorner onder een vals label nog negentien werken uit de kist van Malevitsj naar New York. Ze gingen nooit meer terug naar Duitsland, en naar Rusland evenmin.

Barr stelde ze in 1936 trots tentoon, en liet ze daarna in de zalen van zijn museum hangen met de vermelding 'anonieme bruikleen'. In catalogi uit de jaren vijftig werden de Malevitsj-werken bestempeld tot 'langdurig anonieme bruikleen', tien jaar later was iedere verwijzing naar bruikleen verdwenen. De Malevitsj-collectie was stilzwijgend geïncorporeerd in het Museum of Modern Art.

Er kraaide geen haan naar, want Polen en de Sovjet-Unie, waar de erfgenamen van Malevitsj woonden, lagen geïsoleerd achter het IJzeren Gordijn. Malevitsj' kleindochter Ninel Bykova had jarenlang vergeefse pogingen in het werk gesteld om bij de Sovjet-overheid verhaal te halen voor de Malevitsj-werken die door Russische musea waren geconfisqueerd. Pas na de val van de Berlijnse Muur in 1989 kon ze zich voor het eerst openlijk afvragen wat er was gebeurd met de kist die in 1927 in Berlijn was achtergebleven. De Duitse kunsthistoricus en speurder Clemens Toussaint achterhaalde de geschiedenis en legde in 1993 namens negentien erfgenamen een claim op de Malevitsj-collectie van het MoMa.

In Hannover had hij een verklaring gevonden van Dorner, waarin deze schreef dat hij Barr de werken had laten meenemen om ze te behoeden voor vernietiging door de nazi's, maar dat dit was gebeurd op de uitdrukkelijke voorwaarde dat het bruiklenen betrof 'die ieder moment konden worden ingetrokken'. Een tweede briefje van Dorner, dat betrekking had op een tekening en olieverfdoek in het museum van Harvard, was nog explicieter: 'In bewaring gegeven door Alexander Dorner tot het moment dat de rechtmatige eigenaar ze opeist en zijn wettig recht erop aantoont.'

Toen dat moment in 1993 was aangebroken, reageerde het MoMa met een korte afwijzing: 'We denken dat deze claim ongeldig is.' En de Harvard-universiteit vond dat eerst moest worden bewezen dat de nazaten een rechtmatige aanspraak hadden. Achter de schermen gingen de onderhandelingen echter door.

Gisteravond hoorden de negentien nog levende erfgenamen van Malevitsj dat ze een schilderij plus een fors bedrag van het New Yorkse museum zullen ontvangen. In het Stedelijk Museum in Amsterdam zal dit nieuws zeker voor opschudding zorgen, want de omvangrijke Malevitsj-verzameling hier - het Stedelijk beschikt over de meeste Malevitsjen buiten Rusland - is afkomstig uit dezelfde kist als de collectie van het Museum of Modern Art.

Weliswaar heeft het Stedelijk, in tegenstelling tot het Museum of Modern Art, de Malevitsj-verzameling gekocht en niet in bruikleen genomen - een transactie die in 1956 overeengekomen werd tussen Willem Sandberg en de Duitse architect Häring -, volgens kleindochter Ninel Bykova en Clemens Toussaint is ook deze transactie achteraf bekeken onrechtmatig geweest. Hugo Häring, zo stellen zij, was geen eigenaar van de Malevitsj-verzameling en had die niet mogen verkopen.

Meer over