Malevitsj bevrijd uit het donker

Er valt niets te restaureren aan de 79 tekeningen en gouaches van de Russische suprematist Kazimir Malevitsj, die het Stedelijk Museum over twee weken tentoonstelt....

Van onze verslaggeefster

Lucette ter Borg

AMSTERDAM

Het is alsof het Sinterklaasavond is in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Groot was de verrassing toen het museum in augustus van dit jaar discreet door de Nederlandse jurist C. Privé werd benaderd met het verzoek om 79 onbekende Malevitsj-tekeningen ten toon te stellen. De tekeningen waren afkomstig uit de collectie van de vorig jaar in Nederland overleden Russische literatuurwetenschapper N. Chardzjijev.

Groot was de vreugde toen Geurt Imanse, hoofd Collectie van het museum, bij Privé op bezoek ging en daar op de parketvloer van diens huis tientallen onbekende Malevitsjen rommelig uitgespreid zag liggen. In sommige herkende hij voorstudies van beroemde schilderijen, andere waren volstrekt op zichzelf staande kunstwerken in gloeiend grijs, goudgeel, signaalrood en beschaduwd blauw.

Alles van Malevitsj kwam naar het museum eind september: van piepkleine schetsjes op ruitjespapier, tot grote gouaches op stroboord geplakt. Met uitzondering van de heel vroege, impressionistische werken en de allerlaatste realistische portretten, is uit alle artistieke periodes van Malevitsj werk aanwezig. De tekeningen in potlood, inkt en krijt, de gouaches, het drukwerk, en het werkelijk unieke, 22 losse bladen tellende schetsboekje omvatten de periode vanaf circa 1907 tot rond 1930. 'Ik wist dat Chardzjijev schilderijen van Malevitsj bezat,' zegt Imanse, 'maar dat hij ook nog eens zo'n geweldige collectie werken op papier had, was me onbekend.'

Nu, op de afdeling papierrestauratie, worden de tekeningen, prenten en gouaches voorzichtig maar in hoog tempo klaargemaakt voor de tentoonstelling. Ze krijgen passepartouts en stevige perspexlijsten - want na Amsterdam gaan de kunstwerken op reis naar de Verenigde Staten en Duitsland -, en met een zachte borstel worden onzichtbare stofjes weggeveegd. Wat nog niet klaar is, ligt opgetast in kartonnen dozen. Het papier is in zeer goede conditie, alleen hier en daar zit een minuscule vocht- of vetplek.

Volgens Imanse heeft Chardzjijev de kunstcollectie verworven na de dood van Malevitsj, via diens weduwe. 'Er bestaat een foto van Chardzjijev met de kunstenaar uit 1930, waarop Chardzjijev nog een heel jong broekie is. Hij had toen zeker nog geen geld voor die bladen. Later wel, en toen heeft hij duidelijk een heel overwogen keuze gemaakt uit het totale oeuvre van de kunstenaar.'

Chardzjijev heeft zijn leven lang, tot aan zijn dood in 1996 in Amsterdam, zijn kunst- en literatuurarchief met geheimzinnigheid omkleed. In de Sovjet-tijd was dit noodzaak, omdat veel avantgardistische schrijvers en kunstenaars die Chardzjijev steunde, gevangen werden genomen en vermoord, en hun kunstwerken verboden. Maar ook na de 'Dooi' en na zijn vertrek uit Rusland in 1993 en zijn aankomst in Nederland, weigerde Chardzjijev zijn collectie openbaar te maken.

'Chardzjijev was er duidelijk heel zuinig op. Hij liet zijn tekeningen aan niemand zien, zelfs niet aan intimi, en sommige bladen zelfs niet aan zijn vrouw,' zegt Imanse. 'Hij was bang dat ze hem afgepakt zouden worden. Hij heeft ze altijd in het donker bewaard.'

Imanse heeft zich de afgelopen weekeinden en avonden 'suf gewerkt' om de vaak priegelige bijschriften van Malevitsj te interpreteren. Vooral de notities uit Malevitsj zogenaamde 'Zang-periode' rond 1913 zijn moeilijk te ontcijferen, zelfs voor een Rus. 'Malevitsj maakte geheel in de geest van het Futurisme nieuwe woorden en experimenteerde met klanken,' zegt Imanse en hij haalt een tekening tevoorschijn waarop Malevitsj tal van tweeletterige klanken laat vliegen. Hij lacht: 'Wat hij aan theorieën neerschreef was soms rabiate nonsens, maar toch probeer je het te vertalen.'

Bij de tentoonstelling zal een cahier verschijnen van 150 bladzijden, waarin 'ieder krabbeltje van de kunstenaar' staat afgebeeld, en waarin de kunstwerken zo exact mogelijk gedateerd omschreven staan. Dat is een heidens karwei, want Malevitsj dateerde zelden een tekening, en als hij het deed dan anti-dateerde hij. Ook trof Imanse voorbeelden aan dat de kunstenaar later in zijn leven terugkeerde naar oude motieven.

Een theaterontwerp voor 'De overwinning op de zon' bijvoorbeeld, de beroemde futuristische opera die Malevitsj in 1913 samen met twee andere collega's maakte, is vanwege het onderwerp te dateren in 1913. 'Maar het is bekend dat Malevitsj nog jaren daarna poingen deed om de opera opnieuw opgevoerd te krijgen, dus is het heel goed mogelijk dat de tekening uit een later jaar stamt.'

Op de tentoonstelling zullen de nu ontdekte bladen op papier te zien zijn naast díe Malevitsj-schilderijen uit de eigen collectie van het Stedelijk, die een duidelijke relatie met de tekeningen tonen. Zo zal er een aantal suprematistische schilderijen worden getoond, uit 1915; het efemere Wit op Wit uit 1917 en het suprematistische gele vlak met rafelrand. Deze doeken zullen over twee weken omringd zijn door abstracte agit-prop en lege landschappen met verwaaide mensen, door een godsoordeel in geel, en door schetsen in kleur en stemmig zwart-wit.

Meer over