Machteloosheid in de kantlijn

De kunstenaar Armando (schilder, tekenaar, schrijver, fotograaf, violist) wordt vandaag 70. Tal van tentoonstellingen markeren zijn verjaardag. 'Hij is overal bloedserieus in.'..

AMSTERDAM

Ga een willekeurig museum of bedrijf in Nederland binnen waar moderne kunst wordt verzameld. Dikke kans dat er een schilderij of tekening van Armando hangt. Want om Armando, de duivelskunstenaar, die net zo makkelijk tekent en schildert als fotografeert, filmt, schrijft en dicht, kun je niet heen. En dat is nog steeds een geluk.

Vandaag wordt hij zeventig. Twintig jaar lang al woont hij in Berlijn, waar hij 'de vijand' observeert. Twintig en meer jaar lang al houdt hij zich bezig met de verschrikkingen die de laatste wereldoorlog en de Duitsers brachten. Er zijn de raakvlakken met zijn eigen biografie: de bossen rond Kamp Amersfoort, waar hij als kind rondzwierf. Zijn afschuw en woede over wat de Duitsers in de wereld brachten. En daaruit voortvloeiend de beeldende keuze voor abstract, voor zwaarmoedig en onheilspellend, voor weerbarstig materiaal (zand en verf), voor het kortstondige ideaal van de absolute Nul. In 1974 merkt hij op: 'Als ik puur op de inhoud van mijn werk afga, was ik in de jaren vijftig nog helemaal oorlog.'

Maar die ene oorlog lost gaandeweg op in zijn werk, in de tekeningen, de schilderijen en de stukken die hij vanuit Berlijn schrijft. Ervoor in de plaats komt een algemene dreiging, een gevoel van machteloosheid dat zich niet letterlijk, maar figuurlijk uit in de marges, de kantlijn. Oorlog is een ijle schim die alles doordringt.

Neem zijn tekeningen. Fragiele krabbels zijn het. Aarzelend potlood, dat het papier nu eens diagonaalsgewijs dan weer horizontaal aftast - anders kun je het niet noemen. Kijk maar in de collectie van het Armando-museum, of op een van de vele tentoonstellingen die nu ter gelegenheid van zijn verjaardag op tal van plaatsen in Nederland worden gehouden.

De potloodstrepen vertakken zich tot iets dat lijkt op een wegennet, een spinnenweb, sporen in de sneeuw. Altijd is de kleur zwart op wit, met heel soms een suggestief toefje rood. En dan ineens houden de lijnen op, de rand van het papier wordt nooit bereikt. De hand van de kunstenaar hapert, 'faalt' met het einde in zicht.

Wie meent dat die sidderende lijnen zijn geboren uit nonchalance of onkunde, heeft het mis. Wie denkt dat ze voortkomen uit onvolmaaktheid, zit goed. Opzettelijke onvolmaaktheid. Dat is de sleutel tot Armando's werk.

Lees de boeken er maar op na, de bundel interviews die hij had met Nederlandse SS'ers, en vooral de briljante 'Fragmenten', die hij een tijdlang in Berlijn optekende. Die fragmenten zijn volmaakt in hun onvolmaaktheid. Ze stellen de kwesties van schuld en boete, van goed en kwaad aan de orde in terloopse, maar o zo precies opgetekende dialoogjes. Sommige zijn niet meer dan zes regels lang, en altijd is hun einde abrupt.

Het is niet de enige overeenkomst met de tekeningen. In Armando's interviews is iedere gesprekspartner anoniem. Anoniem, niet omdat de daders monsters zijn. Maar anoniem omdat dat wil zeggen: voor iedereen inwisselbaar en daarom invoelbaar.

Net zo anoniem zijn zijn tekeningen. Hoe verschillend van aanzien ze ook zijn, of ze nu Studien zur Dekadenz of Studien zur Melancholie heten: hun uitwerking blijft dezelfde. Ze zijn onvoltooid verleden tijd, gaan over pogingen die nooit worden bewaarheid, over verlangens die altijd stranden, en visioenen die altijd in hun tegendeel veranderen. Armando's wereld is niet heel, maar kapot.

Werk van Armando is de komende maanden te zien in het Joods Historisch Museum in Amsterdam ('Chad Gadja', litho's), het Teylers Museum en De Vishal in Haarlem (tekeningen), en het Armando Museum in Amersfoort ('Berlijn: De Herinnering', tekeningen en schilderijen). Ook besteden diverse galeries aandacht aan de kunstenaar.

Meer over