MACHO EN SUPERCOOL

Regisseur Michael Mann verfilmde Miami Vice zoals hij dacht dat Miami Vice bedoeld was, voordat de acteurs sterren werden en de tv-serie camp....

In de allereerste aflevering van de televisieserie Miami Vice, in Amerika uitgezonden op 16 september 1984, zijn ze nog geen duo. De blonde adonis James ‘Sonny’ Crockett (Don Johnson), die een krokodil als huisdier heeft en op een zeiljacht woont, werkt undercover in de straten van Miami. De donkere Ricardo ‘Rico’ Tubbs (Philip Michael Thomas) is een voormalige agent van de NYPD. Hun paden kruisen pas als Rico aan de goudkust van Florida op zoek gaat naar de drugdealer die hij verantwoordelijk houdt voor de moord op zijn broer.

Aanvankelijk lopen de twee elkaar alleen maar voor de voeten. Maar tegen het einde van de eerste aflevering zegt Rico: ‘Je hebt me nodig Crockett’. ‘Ik weet niet of dit gaat werken, Tubbs’, antwoordt Sonny. ‘Ik bedoel: je past niet bij me. Niet qua stijl, en niet qua persoonlijkheid. Ik ben niet makkelijk. Maar alles in ogenschouw nemend, denk ik dat we een soort tijdelijke werkrelatie moeten aangaan.’

De tijdelijke werkrelatie bleef 114 afleveringen bestaan. Het Amerikaanse station NBC zond op 26 juli 1989 de laatste aflevering uit. Miami Vice – het resultaat van een ultrakort memo van een NBC-topman aan een producent: ‘MTV Cops’ – werd bekroond met Emmy’s en Golden Globes, de beginmuziek van Jan Hammer werd een enorme hit, en Don Johnson een stijlicoon en een sekssymbool.

Nu is er Miami Vice – de film, geregisseerd door Michael Mann (Chicago, 1943), de uitvoerend producent van de serie en hoofdschrijver en regisseur van een aantal episoden. Dat lijkt logisch. Oude, populaire televisieseries bleken de afgelopen jaren een ware goudmijn voor Hollywood; de remakes van series als Charlie’s Angels, Starsky & Hutch en The Dukes of Hazzard waren kaskrakers.

Maar Miami Vice (gemaakt met een budget van 125 miljoen dollar, met de Nederlander Pieter Jan Brugge als coproducent) is een vreemde eend in de bijt. Ironie, vette knipogen, zelfbewuste terzijdes en cameo’s of gastoptredens van de oude sterren – terugkerende elementen in de meeste remakes – ontbreken. Michael Mann verfilmde Miami Vice zoals hij dacht dat Miami Vice bedoeld was, voordat de acteurs sterren werden en de serie camp. Hij droomde er al van toen hij de eerste scenario’s van Anthony Yerkovich voor de serie las; de rauwe stijl, de locaties en de actie spraken hem direct aan. Toen acteur Jamie Foxx, hoofdrolspeler naast Tom Cruise in Manns vorige film Collateral (2004), hem twee jaar geleden op een verjaardagsfeestje vroeg of de film er nog kwam, was de beslissing snel genomen om de daad dan maar eens bij het woord te voegen.

Manns Miami Vice is in het heden gesitueerd. Het grootste deel speelt zich ’s nachts af; de pasteltinten zijn ingeruild voor de koude kleuren donkerblauw en grijs. Ook overdag schijnt de zon niet; er hangt een grauwsluier over de wereld. Beelden van stranden met mooie meisjes in bikini’s ontbreken, net als de roze flamingo’s, Crocketts naar Elvis Presley vernoemde huiskrokodil, de pokdalige inspecteur Castillo, schoudervullingen en de elektronische muziek van Jan Hammer. Sterker: er is helemaal geen begin met credits en een tune; de titel rolt net als in Collateral pas door het beeld als de film is afgelopen.

Miami speelt slechts een kleine rol. In hun jacht op de schier onaantastbare crimineel Arcángel de Jesús Montoya (Luis Tosar), die handelt in Columbiaanse drugs, Nederlandse ecstasy, Chinese software en wapens uit de Oekraïne alsof het zoete broodjes zijn, komen ze terecht in Haïti en Panama, het grensgebied van Paraguay, Brazilië en Argentinië en de binnenlanden van Columbia. Crockett vaart ook nog even naar Cuba (opgenomen op de Dominicaanse Republiek) in een speedboot met motoren die de kijker uit zijn stoel doen trillen, om een mojito te drinken met een fataal gangstermeisje (Gong Li).

Sonny Crockett wordt gespeeld door Colin Farrell, met een matje en een snor. Hij is nog steeds vrijgezel en een enorme flirt. Jamie Foxx speelt Ricardo Tubbs; hij heeft een hip ringbaardje en een vaste vriendin. Beiden zijn rasindividualisten, maar ze vormen een ingespeeld team.

Crockett en Tubbs zijn typische Mann-helden, mannen voor wie het werk voor alles gaat. Dat ze daar privé een hoge prijs voor dienen te betalen, is part of the job. Hun opsporingsmethoden zijn op zijn minst onorthodox te noemen (ze verslepen duizenden kilo’s drugs en wapens en schieten als cowboys); in hun strijd tegen de uitwassen van het (Amerikaanse) kapitalisme balanceren de undercoveragenten voortdurend op en aan de verkeerde kant van de denkbeeldige lijn tussen goed en kwaad.

Crockett en Tubbs zijn heroïsch én feilbaar, ze zijn macho en cool, supercool – ook in de benardste situaties. ‘Rustig! Of wil je dat de mensen zeggen: wat een maf behang is dat. Is dat van Jackson Pollock?’, zegt Tubbs als ze onder schot worden gehouden door een schietgrage gangsterbaas en zijn maten, en Sonny een pin uit een granaat dreigt te trekken.

Miami Vice is een zinderende blockbuster; een stijlvolle, duistere thriller vol bloedige afrekeningen, ripdeals en shoot-outs. Zo kan een populaire jaren tachtig-serie dus ook worden verfilmd.

****

Meer over