ZOMERATELIERJan Taminiau

Maak de kleerhangerhoes van Jan Taminiau: ‘Kleren moet je koesteren, liefhebben en mooi houden, vind ik’

Beeld Jaap Scheeren

Dankzij de quarantaine heeft het hele land weer last van knutseldrift. In deze serie vertellen Nederlandse topontwerpers over hun liefde voor stoffen en steken én delen ze ook nog een zelfmaakpatroon. Aflevering 2: een kleerhangerhoes van Jan Taminiau. 

Wat is het eerste handwerk dat je ooit maakte?

‘Een schoolborduurwerkje van een oranje zon met rode ogen, ik maakte het toen ik een jaar of 7 was. Ik had thuis beteuterd verteld dat de jongens voor handvaardigheid moesten timmeren en de meisjes mochten borduren. Dat wilde ik ook! Mijn moeder is op hoge poten naar school gegaan om de juf te vertellen hoe ouderwets ze dat vond, met als resultaat dat iedereen mocht timmeren én borduren. Ik was zó blij.’

Kom je uit een handige familie?

‘Mijn grootouders waren antiquairs, dankzij mijn oma heb ik een grote liefde voor oude materialen en stoffen ontwikkeld. Mijn moeder was een fervent patchworker. Ik heb veel geleerd van naar haar kijken en helpen met stoffen zoeken en lapjes uitknippen. Een feest om te doen.’

Wat is je oudste textiele herinnering?

‘Een groene lange nachtpon van mijn moeder, met een gesmokte bovenkant. Die was zo zacht dat ik er niet vanaf kon blijven. Ik kon ook niet slapen zonder dat ding. Ik duimde als kind en gebruikte die hele nachtpon als duimel. Ik begrijp achteraf niet waarom mijn moeder er niet gewoon een stuk vanaf heeft geknipt, hij was lang genoeg om in te korten. Ik heb zonder enige discussie die hele pon gekregen. Ik heb er nog steeds stukken van, een deel heb ik in een lappendeken verwerkt.’

Welke ontwerpers en kunstenaars bewonder je het meest?

‘Charles James en Cristobal Balenciaga: de beeldhouwers onder de ontwerpers, die kleren maakten die zelfs al mooi waren op een hanger. Ook Louise Bourgeois heeft me altijd gefascineerd, met name de spinnen die ze van patchwork heeft gemaakt – die tillen handwerk naar een heel nieuw niveau. Bourgeois’ ouders waren tapisseriereparateurs, en ik ben dol op tapisserie. Er zit zó veel techniek in, en zó veel verhalen! Tot slot de Deens-Vietnamese kunstenaar Danh Vo, en dan met name zijn installatie van verschoten fluwelen achterdoeken uit het Vaticaans museum die ik zag in het Guggenheim. Kippevelmooi.’

Is er een bepaald folkloristisch handwerk dat je heel mooi vindt?

‘Ik ben dol op Staphorster stipwerk: gekleurde, bloemvormige nopjes op een donkere ondergrond. Dat wordt gedaan door kurken met een paar spijkers erop in verf te dopen en dan te stempelen. Toen ik zag hoe het gemaakt werd, was dat een eyeopener. Iets knaps hoeft niet altijd moeilijk te zijn.’

Als je naar een onbewoond eiland zou afreizen, welke naaispullen zou je dan meenemen?

‘Een borduurraam, naald, draad en schaar. De rest vind ik dan wel op het eiland. Van planten, noten en schelpen kun je prima kralen en pailletten maken.’

Hoe kies je je materialen? Met je ogen of je handen?

‘Met allebei! Maar de eerste stap is voelen, want een kraal kan er nóg zo mooi uitzien, als-ie te scherp is, snijdt-ie in de draden. Goeie kralen zijn gladgemaakt in de zandtrommel. Voor draden geldt dat ze niet moeten gaan haken, en ook dat kun je voelen.’

Wat is je lievelingstechniek of -steek?

‘Als er in mijn ateliers een French knot voorbijkomt, wil ik die graag zelf doen. Een French knot is een knoopje dat je maakt door met draad om de naald heen gedraaid terug te steken waardoor er een soort droog druppeltje of mat pareltje van stof ontstaat. Een groepje van dat soort knoopjes lijkt op een stoffen druiventrosje. Dat zogenaamde candlewicking heb ik mezelf helemaal aangeleerd: wekenlang prutsen, net zolang tot het lukte, met hulp van een boekje. Dat leer je niet op school. In het derde jaar van mijn opleiding heb ik een hele outfit gemaakt met candlewicking én Staphorster stipwerk. Ik had alles helemaal zelf geborduurd! Het stuk is nog tijdens mijn academietijd aangekocht door het huidige Kunstmuseum in Den Haag.’

Wat is het meest tijdrovende stuk dat je ooit hebt gemaakt?

‘Ik denk de broek van het ensemble Check Check Mate met duizenden drukkers erop genaaid, die nu in het Centraal Museum in Utrecht staat. Ik had indertijd nog amper mensen voor me werken, dus die broek is gemaakt met hulp van al mijn vrienden en bekenden. Iedereen die ook maar even langskwam heeft eraan gewerkt. Nu ik een heel team heb, kunnen we met veertig vakmensen aan één jurk werken.’

Welke technieken zou je wel willen beheersen?

‘Ik zou dolgraag een keer een gobelin willen maken. Fascinerend monnikenwerk. En dan tijdens het knopen bedenken hoe je de techniek op een nieuwe manier zou kunnen toepassen in kleding.’

Waarom heb je gekozen voor een kleerhangerhoes?

‘Door je kleerhangers te stofferen zorg je ervoor dat je kleren beter in model blijven als ze in de kast hangen. Kleding moet je koesteren, liefhebben en mooi houden, vind ik. Dat is de basis. Hangen is eigenlijk al niet zo goed voor kleding, liggen is beter. Maar áls het hangt, zorg dan dat de schouders op de juiste plek zitten en de vorm behouden blijft. Het binnenwerk van kleren is bijna belangrijker dan de buitenkant. Maar dat geldt natuurlijk ook voor mensen.’

Werkbeschrijving  kleerhangerhoes

Door kleerhangers te voorzien van stoffering (eerst schoudervullingen erop, dan een hoes eroverheen) zorg je ervoor dat je favoriete kleren mooi in model blijven als ze in de kast hangen. Veel werk is het niet.   

1. Download het patroon van de website (vk.nl/zomeratelier). Laat het op ware grootte printen op een A2-vel bij de copyshop, of print het thuis in vier delen op A4 en plak het aan elkaar. Je kunt dan het kruis op het ontwerp als uitgangspunt gebruiken.

2Knip het patroon uit dubbele stof. Voor de kledinghangers in atelier-Taminiau wordt ongebleekt katoen gebruikt, maar uiteraard kan er ook een andere stof worden gekozen, met een mooie print bijvoorbeeld. Welke stof je ook ook kiest, knip hem recht van draad. (Elke stof heeft 3 verschillende draadrichtingen, verticaal (recht van draad), horizontaal (dwars van draad) en diagonaal (schuin van draad). De rechte draadrichting loopt evenwijdig aan de zelfkant van de stof, de kant van de stof die niet rafelt. Vaak is deze kant afwijkend van kleur of wat dikker dan de rest van de stof. Om het patroon recht van draad uit de stof te knippen, moet de draadlijn op het patroon gelijk lopen met de draadrichting van de stof.)

3. Naai eventueel met de hand een (naam)label op wat het voorpand wordt van de kledinghangerhoes. De bovenkant van het label moet dan op ca. 5 cm vanaf de bovenkant van het patroon komen te zitten.

4. Maak bij beide panden een zoompje aan de bovenkant, de ‘flessenhals’ waar de haak van de kledinghanger doorheen gaat. Dat doe je door de stof twee keer om te slaan en vast te stikken. 

5Stik het biaisband vast op het voor- en achterpand.

a. Vouw 1 kant van het biaisband open. 

b. Leg het biaisband met de goede kant van het band op de goede kant van de stof, tegen de onderrand. Stik het band precies in de vouwlijn vast.

c. Strijk het biaisband om naar de verkeerde kant van de stof zodat hij over het stiksel heen valt.

d. Stik het biasband vanaf de goede kant precies in de naad tussen het band en de stof.

6. Stik het voor- en achterpand aan elkaar met een Engelse naad. Let op: je stikt niet de ‘flessenhals’ dicht vanzelfsprekend, en ook (nog) niet de onderrand, dus je stikt alleen de rondlopende zijkanten van het patroon aan ­elkaar vast.

a. Een Engelse naad maak je door de verkeerde kanten van de stof op elkaar te leggen en vervolgens de panden aan elkaar te stikken op 0,5 cm vanaf de rand.

b. Knip de naad dan af tot ca. 0,3 cm.

c. Geef kleine knipjes tot aan het stiksel in de ronding van de hoes. Keer de hoes om en strijk de naad mooi plat.

d. Stik de beide zijkanten nogmaals op 0,5 cm vanaf de rand. Keer de hoes vervolgens nogmaals om. Strijk de hoes kreukvrij. 

7. Zet de schoudervullingen met de hand vast op de kleerhanger. Doe doe je door ze op de juiste plek over de kledinghanger te vouwen en strak vast te naaien, zodat ze er niet vanaf kunnen glijden. Steek om de 2 steken 1 steek terug voor extra stevigheid. 

8. Plaats de hoes over de kledinghanger. Stik nu de onderrand van beide voorpanden aan elkaar, precies in de naad tussen het band en de stof.

a. De onderkanten moeten precies op elkaar liggen.

b. Laat de hoes aan de onderrand bij beide uiteinden 5 cm open, dan valt hij mooier over de kledinghanger. 

Beeld Jan Taminiau
Meer over