Schrijvers & piemels

Luisterde Appie Baantjer soms naar Ivo de Wijs?

Jacques Koch

Kijk hem snuffelen met zijn snoeimes

’s Nachts in Sneek ziet men hem vaak

’t Is de Sneekse snikkelsnijder

’t Is een hele snode snaak

Als u ’s nachts soms ligt te snurken

Snukt de snuiter aan de bel:

Ik ben de Sneekse snikkelsnijder

En uw snikkel sneuvelt snel

Uit: Ivo de Wijs, De Sneekse snikkelsnijder, 1971

null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Goochelarij met de dubbele alliteratie, op de elpee De wortels van het kwaad van Kabaret Ivo de Wijs. Lag de 33-toerenschijf op de draaitafel van Appie Baantjer toen hij, precies twintig jaar later, De Cock en de ontluisterende dood schreef? Daarin dirigeert de succesauteur zijn politieduo De Cock en Vledder helemaal naar Sneek waar in een smalle steeg het lijk van een jongeman is aangetroffen. ‘En zijn penis is afgesneden’, zegt Vledder, met trillende handen. Het is een gruwelijke wending in een zaak met een ongemeen gruwelijk motief – Baantjer windt er in de slotzin geen doekjes om: ‘De grijze speurder boog zijn hoofd en huilde.’ Bij Ivo de Wijs zijn de beweegredenen voor het snikkelsnijden veel minder grimmig: deze snoodaard snoeit slechts snikkels omdat hij ze beschouwt als snuisterij.

Meer over