Luister met je ogen

Terwijl de schemer valt, vormen de studenten een zwijgende kring in de zaal met de blauwe ganzen. Turend over het brilletje dat op de punt van zijn neus balanceert, leest Robert Wilson de projecten voor....

door Ariejan Korteweg ; foto's Marcel Molle

DE eerste studenten pakken vers fruit en cornflakes, en schenken koffie uit doordrukpotten. Auto's met laatkomers die in huizen elders op Long Island slapen, rijden het terrein op en worden in slagorde geparkeerd - alle neuzen dezelfde kant op, zo ziet Wilson het graag.

Als iedereen aan de eettafels zit, klapt Sue Jane in haar handen. 'Jullie zijn een gedisciplineerde groep', zegt de assistente. 'Maar overdrijf het niet. Besteed niet al je tijd aan werken in het huis of het bos. Soms komen er belangrijke mensen - producers, sponsors. Die willen wat zien, een scène die we hebben ingestudeerd. Dan moeten jullie niet onvindbaar zijn.'

De taken worden verdeeld. Wie kan een vijf tons truck naar Manhattan rijden om het decor van King Lear in te schepen naar Kopenhagen? Wie vervangt de eikentakken in de vazen? Wie gaat met de kok inkopen doen?

De rest mag met tuinman Jeffrey mee op Poison Ivy Tour. Niet lang daarna buigen zestien hoofden zich over een bescheiden plantje langs het pad, met een roodachtige stengel en drie bladeren. 'Dat is hem. Sommigen krijgen al uitslag als ze in de buurt komen.'

Rebecca laat haar wond zien. 'Dat had ik eerder moeten weten.'

Europa kent Robert Wilson als een formele Texaan, steevast gekleed in een donker kostuum van Armani of Versace, de couturiers die naar verluidt hebben gevochten om zijn gunsten. Maar op Watermill Center is hij thuis. In korte broek en op slippers kijkt hij vanaf het dak uit over zijn bezittingen. Rechts ziet hij de witte daken van de tenten waar de workshops worden gehouden. Links de schuur, de keuken en de tent waaronder de eettafels staan. Daarachter het bos, waarboven een roofvogel trage lussen vliegt. Zacht klinkt de fluit van het treintje naar Southampton.

De Kooning, Pollock, Motherwell, Schnabel - veel kunstenaars voelen zich aangetrokken door Long Island. Omdat de oceaan aan twee zijden vlakbij is, zou het licht hier anders breken. 'Het zijn de ionen', verklaart Wilson. Manhattan ligt op minder dan twee uur rijden, maar lijkt een andere wereld. Tot in de jaren vijftig was Watermill een werkplaats voor telecommunicatie. Hier is de faxmachine uitgevonden, zegt Wilson, die het gebouw en de grond elf jaar geleden voor 410 duizend dollar kocht.

Een multidisciplinair laboratorium moet Watermill worden. Waar componisten of schrijvers zich kunnen terugtrekken, waar studenten de kunst kunnen afkijken van een oudere generatie, waar studie naar theater wordt gedaan. En waar Wilson ooit, als de lust tot reizen hem is vergaan, in alle rust kan mijmeren.

De noord- en zuidvleugel zijn verbouwd, de tuin begint vorm te krijgen. Wilson wijst wat nog moet gebeuren: het dak krijgt drie soorten tuin, in het bos komt een glazen toren, en waar nu de tenten staan, wordt een ondergronds complex aangelegd. Dat moet dienen als archief, als opslag voor zijn kunstcollectie, als conferentie-oord, maar ook als expositeruimte voor installaties van kunstenaars als Ilja Kabakov. Even verderop zullen huizen verrijzen, waar bezoekers kunnen overnachten.

Of Watermill ooit af komt, hangt van de geldstromen af. Wilson denkt nog drie of vier miljoen dollar nodig te hebben. In Europa wordt hij bedolven onder de opdrachten, in eigen land krijgt hij zelden een kans. 'Het is gênant om te vertellen, maar negentig procent van mijn inkomsten komt uit Europa.'

Terwijl de schemer valt, vormen de studenten een kring in de zaal met de blauwe ganzen. Turend over het brilletje dat op de punt van zijn neus balanceert, leest Wilson de projecten voor: 'Oké, wie gaat door met de Aventis studiegroep naar leven in de 21ste eeuw? Het Dansmuseum in Stockholm organiseert een retrospectief van mijn werk, wie wil dat voorbereiden? Op wie kan ik rekenen voor WillmS, de Shakespearemusical? Voor het decembernummer van Vogue wil ik babies laten fotograferen in kostuums uit de Zauberflöte. Wie is goed in vormgeving?'

Het volgende project op zijn lijst is Dagboek van een gek, met de Russische actrice Alla Demidova in de hoofdrol. Wilson wendt zich tot zijn assistenten: 'Waar is Demidova? Ze zou hier zijn om te repeteren.' Ineens is hij boos. Moppert over Russische diva's die niets van zijn werk begrijpen, en nog steeds denken dat theater om tekst draait, en dus om hen. 'Mijn theater is choreografie, Sue Jane zou net zo goed de hoofdrol kunnen spelen.'

'Bel Moskou', is het bevel. Dat het daar acht uur later is en dus diep in de nacht, is van geen belang. Een assistent draaft naar het kantoor, en is vlug terug: Bob, Moskou aan de lijn.

Grijnzend staat hij op. Maar ook Wilson is snel uitgepraat: 'Wie spreekt er hier Russisch?'

Een dag eerder zijn in een oude houten emmer kaartjes verzameld, waarop de studenten hebben geschreven hoe zij over de toekomst denken. Onder het tentdak worden hun verwachtingen nu voorgelezen door Renate Klett, critica en Wilson-watcher uit Duitsland.

Dat alles gebeurt vanwege het Aventis project, een initiatief van het Frans-Duitse concern Hoechst. Aventis betaalt Wilson drie miljoen mark om ideeën te ontwikkelen over het leven in de 21ste eeuw, en is daarmee de belangrijkste geldschieter van Watermill. De workshops zouden moeten leiden tot een theaterstuk.

Klett leest voor: 'Water zal het cruciale element van de 21ste eeuw zijn.' 'Wat droomt een baby?' 'De mammoet zal worden teruggefokt.' Dan grijpt Wilson in. Hij laat eerst hetzelfde kaartje door verschillende stemmen voorlezen, zet dan twee vrouwen op stoelen in het midden van de kring, pakt hun handen en maakt er kleine gebaren mee. De toekomst krijgt gestalte in herhaling en beweging. Zo wordt inhoud tot vorm gemaakt.

Een rondleiding door de zalen van Watermill betekent ondergedompeld worden in namen, jaartallen en landen. Vijfduizend jaar oud pre-Columbiaans beeld, Franse tafel uit de zeventiende eeuw, negentiende-eeuwse kast van de Amish - bij elk object noemt Wilson de data. Hier verzet hij wat aardewerk, daar verwisselt hij twee schilderijtjes. Handgemaakte ladders verzamelt hij, foto's, grafdeksels. Maar zijn grootste passie geldt stoelen. Rietveld, Bauhaus, Aalto, Van der Rohe, Judd, kinderstoeltjes uit Indonesië, de talloze stoelen die hij voor zijn theaterstukken maakte. . . Watermill is een meubelparadijs. 'Zoveel stoelen en niet een is er comfortabel', had zijn vader opgemerkt. 'Comfort is a state of mind, dad', was het antwoord.

Waar die obsessie vandaan komt? Routineus vertelt Wilson over een oom in de woestijn van New Mexico. 'Als achtjarig jongetje ging ik bij hem op bezoek. Zijn huis was kaal, maar wel had hij een prachtige houten stoel. Ik zei: oom, wat een mooie stoel is dat. Toen ik tien was, kreeg ik die stoel. Zeven jaar later is zijn zoon hem komen terughalen.'

Met zelfspot in zijn ogen zet Wilson zich op een zelfgemaakte zetel, die ooit voor Zeus bestemd was: twee koperkleurige halve cirkels, op de onderste rust bij wijze van zitting een steen. Als hij is opgestaan, siddert de stoel na.

'Doe de schoenen uit en zet die op een rij tegen de richel. Ook tassen kunnen daar staan. Breng geen eten, geen drinken, geen glazen hierheen. Ik geef er de voorkeur aan als er tijdens repetities niet wordt gepraat.'

De studenten zitten en wachten, zoals er hier zo vaak wordt gewacht. De tuinman schept geen grind meer, de videoman laat z'n snoeren rusten. Door die intense stilte loopt Wilson, hand aan de kin, naar zijn stoelenvoorraad in de andere tent, keert terug met een houten chaise longue en zet die op de oefenvloer.

Dan wijst hij. Rebecca vleit zich op de chaise longue, Carole moet op een klapstoeltje staan, Inés stelt zich links op. Met commando's brengt hij de drie zusters in beweging: Draai arm. Pak stoel. Houd hem achter je en ren!

Violist Michael Galasso improviseert er een sober melodietje bij, Wilson telt: 1, 2, 3, 16, 66, en Klett leest een passage uit Tsjechovs tekst: 'In de toekomst zal alles op aarde een beetje anders zijn. Maar ook dan zal de mens de dood vrezen.' De theatermachinerie begint te spinnen. Klap op tafel: 'Oké, black out!'

Als Rebecca Naumann het verband van haar arm trekt, wordt een vochtige plek zichtbaar die op een brandwond lijkt. 'Poison Ivy', zegt ze. Sinds ze hier in de tuin werkte, kent ze het plantje. Het ongeval heeft haar aan het denken gezet. 'Zoveel geld betalen en dan ook werken, en je ideeën inbrengen, dat heeft iets vreemds.' De actrice uit Berlijn wilde dolgraag met Wilson werken. Haar oma heeft de vijfduizend dollar betaald die de zomerschool kost.

Dat ze vandaag een van de drie zusters mocht zijn, doet haar goed. Allerlei aanwijzingen kreeg ze: 'Luister met je ogen.' 'Anticipeer niet, laat me niet tevoren weten wat je gaat doen', 'Focus op de ruimte achter je, dat geeft je kracht. Oliver had geen ogen in zijn achterhoofd, Gielgud wel, die had noblesse.'

'Ik probeer dat alles te doen', zegt Rebecca aarzelend. 'Nu ben ik benieuwd of de mensen het verschil zien.' Of ze al wat heeft geleerd? Het blijft even stil: 'Ik moet daar nog over nadenken, ik ben er nog niet uit.'

Christopher Knowles is aangekomen! Als een lopend vuurtje gaat het nieuws rond. Kijk, het is de man die met opgeheven hoofd een rondje draait op het erf.

Wilson leerde Knowles kennen toen die veertien jaar was. Een hersenafwijking maakt dat hij moeilijk formuleert en een eigen logica lijkt te volgen. Jaren werkten ze intens samen. Nog steeds maakt Wilson graag gebruik van zijn grillige inbreng. 'Kom hier Chris, en stel je voor', roept Wilson, en geeft hem de microfoon.

'Het is mijn elfde jaar op Watermill, er is hier veel veranderd', zegt Knowles. 'Ik ben een kunstenaar, soms treed ik op.'

Bij de volgende repetitie krijgt hij een taak.

Bob: 'Chris, zeg eens getallen.'

Chris: 'Getallen.'

Bob: 'Nee, ik bedoel zoals 22, 38.'

Chris: 'O, oké, 22, 38, eh 39, 60, 70, 4, 61. . .'

Later krijgt hij een houten emmer op zijn hoofd, dezelfde waarin eerder de fiches werden verzameld, en draagt zijn gedicht Baby voor: '. . .and all about the baby. And it is B-A-B-Y BABY, B-A-B-Y BABY. And it is your baby. And The Baby is in The Baby carriage. . .'

Daarna blijft hij nog lang zo staan, met zijn hoofd in het donker. Waarom bevrijdt niemand hem, steunt een bezoekster, terwijl Wilson een ouder echtpaar begroet, dat zojuist hun cabriolet heeft geparkeerd.

Watermill heeft een bijzondere hofhouding. De oudere dame met de koolzwarte ogen en het rieten hoedje dat bij elke windvlaag afwaait is Maita di Niscemi, een schrijfster. Ze zou een verre nazaat van de Romanovs zijn, maar ook van hertog Tomaso di Lampedusa, en voorziet Wilson al sinds de jaren zeventig van teksten en suggesties. Maria Pessino Rothwell, de actrice in een bloemetjesjurk, is erfgename van de Bacardi's. Yoshiko Murakami, de tengere Japanse fotografe uit Parijs, is debutante op Watermill en fiancée van James Nachtwey.

Onder het tentdoek is Lydia Kavina uit Moskou inmiddels bezig haar theremin te installeren. Een antenne, een buis, een kastje en een elektriciteitssnoer - veel meer is het niet. Haar oudoom Lev Termen, beter bekend als Leon Theremin, leerde haar zijn uitvinding te bespelen. Woewwwieie! Hiejaaj! Terwijl haar handen onzichtbare snaren beroeren, klinkt een geluid dat met niets is te vergelijken. De wankele klank roept beelden van vroegere zomeracademies op. Zoals die van architect Frank Lloyd Wright, die net als Wilson studenten aan zijn projecten liet werken.

Soms is het alsof de theremin de vogels in het bos antwoordt. Maar het meeste succes heeft Lydia met haar solopartij bij een cd-opname van Madame Butterfly, gevolgd door een happy birthday. De jarige kostuumontwerper krijgt van Wilson een vaasje van Copier.

Morgen komt een dragline de helling tussen noord- en zuidvleugel egaliseren. Dus moeten alle houtsnippers die daar nu liggen, worden geruimd. Wilson wil dat dat meteen na de repetitie gebeurt.

Even later zijn zeker twintig studenten met schoppen en hooivorken in de weer. De acteur Kameron Steele, vaste gast op Watermill, duwt de kruiwagen. 'Theater is voor mij een ritueel', zegt hij. 'Het mooie van Watermill is dat het hier niet wordt opgelegd. De discipline komt uit de mensen zelf.' Als het gesprek op de combinatie van betalen en werken komt, tempert hij zijn stem. 'Sommige oudgedienden betalen minder. In ruil daarvoor wordt van ons meer inbreng in de workshops en het huishouden verwacht.'

Chris Sergio, een rossige Amerikaan uit Rhode Island is met Tobias Euringer uit Stuttgart doende houtjes en aarde te scheiden.

Chris: 'Dat werken was eerst een geestelijke beproeving voor me.'

Tobias: 'En nu begint het fysieke te tellen. Ik voel m'n spieren.'

Chris: 'Toch nadert het moment waarop die twee in evenwicht komen.'

Tobias: 'Denk je dat het werk is bedacht om ons in de vereiste toestand te brengen voor kunst?'

Chris: 'Welnee, het zijn gewoon klussen die gedaan moeten worden. Daar zijn we ook voor, vergis je niet.' Met een citaat van Wilson: 'Een kunstenaar moet bij alles vraagtekens zetten.'

Vreemde geruchten doen de ronde over WillmS, een musical over het leven van William Shakespeare, voor Broadway bedoeld. Het zou een idioot script zijn, Wilson zou een bedrag van zes cijfers hebben gevraagd in ruil voor een workshop. Maar Wilson blijft stoïcijns onder de insinuaties van de studenten.

Edward Padula, een heertje met grijze baard en baseballpet, is de auteur van de musical. Hij is naar Watermill gekomen om de eerste workshop mee te maken, en wordt door Wilson met een omhelzing begroet. 'Het is zo'n eer dat Bob Wilson dit wil doen', fluistert Padula terwijl de acteurs zich prepareren. 'Ik stel me WillmS voor als een impressionistisch werk, en hier kan Prospero zo uit de bossen tevoorschijn komen.'

Intussen heeft Wilson de acteurs hun plaats gegeven. Kameron vertolkt de stervende toneelschrijver. Een Franse zeventiende-eeuwse tafel doet dienst als doodsbed. Zijn doodskleed is een Afrikaans tapijt, zijn hoofd rust op een steun uit Indonesië. Heel precies choreografeert Wilson de handen als William afscheid neemt van zijn vrouw Anna: Pak vast. Kijk weg. Draai. Laat los.

Als de scène voorbij is, tilt Padula zijn bril op om de tranen uit de ooghoeken te wrijven. 'Dit is emotioneel voor me. Geen tekst, geen muziek, toch is alle drama aanwezig. Jaren heb ik gewerkt om dit te zien.'

Aan weerszijden van het bospad staan beelden: buikig olifantje, knielende draak, grijnzende sater met zwaard achter zijn rug. Uit Borneo komen de doodskistdeksels die als wachters tussen de loofbomen staan, de stenenkrans is van het eiland Soemba. ('Natuurlijk is het schandalig om prehistorische voorwerpen mee te nemen', zegt Wilson. 'Maar geloof me, op Soemba kijkt niemand er naar om.')

Bij elke rondgang lijken er bosbewoners bijgekomen. Hier steekt een nestje Boeddha's de hoofden boven het gras uit, daar ligt een tijger met de tong uit zijn bek. Stel je voor, al die beelden zijn door Wilson gekozen en hierheen meegenomen. Als hij een beeld pakt, voelt hij de handen die het gemaakt hebben. Onverstoorbaar, rusteloos en met uiterste aandacht schuift hij ermee, op zoek naar de beste verhouding tussen kunst en omgeving - daar schuilt de kern van zijn werk. Voor alles is een juiste plaats: voor mensen, voor objecten, voor geluiden; voor stilstand en voor beweging; in het bos, in de fabriek of op het podium. Het zijn de verhoudingen die aan dat alles betekenis geven.

Op het videoscherm bekijkt Robert Wilson het dansje dat hij zojuist heeft gedaan. Hij ziet zichzelf kwiek en vast ter been hippen en draaien over de breedte van het toneel, zijn beginnende buikje als extra markering van de ruimte.

Grinnikend draait hij zich om, naar de studenten die over zijn schouder meekeken, en vertelt over de paus die hello Dolly zei toen hij in New York voet aan de grond zette. Dan staat hij op en verdwijnt. 'Oké jongens, het ziet er naar uit dat dit het was voor vandaag', zegt Sue Jane en loopt hem achterna. 'Ik ga eens proberen uit te vinden wat we morgen doen.'

Meer over