Pop

Low is het indrukwekkendst als de band twee totaal tegengestelde krachten aan elkaar paart ★★★★☆

De Amerikanen spelen opvallend ingehouden, waardoor als vanzelf de harmonische samenzang op de voorgrond treedt.

Pablo Cabenda
Low Beeld Nathan Keay
LowBeeld Nathan Keay

Tegen het eind van het concert klinkt er van achter uit de zaal of er niet wat licht op de muzikanten kan. Alan Sparhawk, zanger en gitarist van de Amerikaanse band Low, reageert afwerend: ‘Ah, daar zijn we te oud voor.’ En de meesters van de slowcore, een harde, gruisachtige niche in rock met het tempo van een kruiende gletsjer, ploeteren verder in relatieve duisternis. Het enige schijnsel komt van de gestapelde lichtbalken achter de band, die de kernleden van Low – het stel Sparhawk en drummer Mimi Parker, en bassist Liz Draper – als silhouetten uittekenen.

Komt de lichtkeuze voort uit bescheidenheid? Zou zomaar kunnen. Ook al kenmerkt de muziek van de indiedarlings, die sinds 2000 wereldwijd een grote schare fans aan zich heeft gebonden, zich door louterende noise-explosies, er zit evengoed ingetogenheid in. Alsof de muziek zijn eigen spirituele entiteit is waar de bandleden slechts sturing aan mogen geven. Priesters die dienen ter geleiding van het sacrale dat ze voortbrengen.

Je hoort het in All Night als de beat dreigend voortschrijdt met dreunende stappen van bas en drum terwijl daarboven de bezwerende samenzang van Sparhawk en Parker zweeft: de muziek van Low kent extreme texturen. De hymne-achtige zang in Days Like These wordt gezet tegenover het geluid van uitgestorte bakken grind.

Vandaag, bij de integrale uitvoering van Lows vorig jaar verschenen album Hey What, lijkt de balans naar de zachte krachten over te hellen. In een gevuld Paradiso heerst de verwachting van intense muzikale ontlading. De concertbezoekers zijn gekomen om te horen hoe kathedralen van geluidspuin in slow motion afbrokkelen. Maar de band speelt opvallend ingehouden, waardoor als vanzelf de harmonische samenzang van Sparhawk en Parker op de voorgrond treedt.

Nog meer dan op de plaat openbaart zich dan de natuurlijke schoonheid van twee stemmen die elkaar perfect aanvullen; Emmylou Harris en Gram Parsons, maar dan in een roestbruine, industriële soundscape. In plaats van de geanticipeerde overdondering wordt het publiek gehypnotiseerd als Sparhawk en Parker in Hey een vluchtig tapijt weven van ijle draden zang en flarden gitaar. Vooral Parkers stem, zuiver tot in de zacht aangehouden nootjes, is engelachtig, ook als het brute geluidsgeweld ontbreekt dat hiermee kan contrasteren.

Als je de noise wegstript, houd je bij Low vaak conventionele folkliedjes over als Sunflower en Plastic Cup, die door de kwaliteit en fijnzinnigheid waarmee ze worden gespeeld indruk maken in het tweede deel van het concert. Er wordt desalniettemin ook rechttoe rechtaan rockopwinding geserveerd, met een nummer als Monkey. Maar het indrukwekkendst is Low als de band twee totaal tegengestelde krachten aan elkaar paart en Parker in More ten hemel vaart boven een rokend slagveld van gebutste gitaren.

Low

Pop

★★★★☆

5/5, Paradiso, Amsterdam.

Meer over