DE WEEK IN BOEKENLouise Glück

Louise Glück, wie kent haar niet? Nou, ik

De wereld­beroemde dichter Louise Glück kreeg de Nobelprijs. Maar ik kende haar niet.

De Amerikaanse dichter Louise Glück.Beeld EPA

De Nobelprijs voor Literatuur 2020 gaat naar Louise Glück, wie kent haar niet? Nou, ik. Het kostte me donderdag rond 13 uur vele seconden voor ik uit het gebrabbel van de Zweedse juryvoorzitter überhaupt de woorden ‘Louise’ en Glück’ had gedestilleerd en toen wist ik nog net zo weinig als daarvoor. Pas na minutenlang neurotisch afgrazen van het internet kreeg Glück voor mij een gezicht. 

Daarna volgde de schaamte, want Louise Glück bleek een wereldberoemde Amerikaanse dichter, docent aan Yale University, gelauwerd met de Pulitzerprijs en de National Book Award en nog veel meer. Het lag weer eens helemaal aan mij. En aan Het Systeem natuurlijk, uiteindelijk ligt alles aan Het Systeem, dat de poëzie heeft gemarginaliseerd – uitgevers verdienen er niks mee, media besteden er te weinig aandacht aan – waardoor grote dichters nauwelijks meer meedoen, terwijl godbetert onze hele cultuur met poëzie is begonnen. Homerus twitterde zijn overwegingen omtrent goed en kwaad heus niet de wereld in van achter een MacBookje, zijn teksten zijn eeuwen in lange krulzinnen rondgedeclameerd, in versvorm, anders was het allemaal niet te onthouden.

Mijn poëtische nitwithoofd, en ik ben hier niet trots op, deelt poëzie grofweg op in drie categorieën: gedichten die ik kan volgen en mooi vind maar die meestal stokoud zijn; poëzie die in feite vermomd proza is, waarbij zinnen op volstrekt willekeurige momenten worden afgebroken door harde returns en die ik sterk associeer met oudere heteroseksuele mannen die tevens dwepen met jazz, Jules Deelder en Amerikaanse schrijvers uit de jaren zestig; en een intimiderend, mistig veld daarbuiten waarvan ik altijd vermoed dat ik er te stom voor ben. 

Wat de drempel niet lager maakt, is dat rond poëten vaak – weer zo’n domme generalisatie, wéét ik – een ietwat gekwelde sfeer hangt. Louise Glück is ook geen lachebekje. Bij Radio 1 vroeg Lara Rense donderdagmiddag aan dichter Levina van Winden wat er zo goed is aan haar werk. ‘Zij heeft een nogal moeilijk begin van haar leven gehad’, antwoordde Van Winden, ‘ze is in psychoanalyse geweest vanwege anorexia nervosa en toen kon ze niet naar de universiteit en is ze poëzie gaan schrijven.’ Haar gedichten, vertelde Van Winden, gaan over ‘het leed van vrouw zijn, zoals een miskraam, de angst om je kind te verliezen, hoe het fout gaat in relaties’. Maar Van Winden vertelde ook hoe helder en toegankelijk en direct Glücks werk is en dat misschien vooral niet-liefhebbers, of beter gezegd mensen die best poëzie zouden willen lezen maar het niet begrijpen of eng vinden, aan Louise Glück een hele goeie hebben. Ik ga haar gauw lezen. 

Meer over