Familiefilm

Looney Tunes: Back in Action

Cartoonfiguren in het Louvre

Hoe vaak ze ook te pletter storten, platgereden worden of in duizend stukjes uiteenspatten, Bugs Bunny en Daffy Duck zijn niet tot zwijgen te brengen. De bijna zeventig jaar oude tekenfilmkarakters hebben de eeuwige jeugd. De laatste jaren beleven ze hun idiote avonturen bij voorkeur in menselijk gezelschap: ze doken op naast acteurs als Bob Hoskins en Bill Murray in Who Framed Roger Rabbit? en Space Jam.

Looney Tunes: Back in Action volgt hetzelfde recept. In een technisch complexe mix van animatie en live-action spelen Brendan Fraser en Jenna Elfman de menselijke hoofdrollen. De echte sterren zijn Bugs en Daffy. De eeuwige rivaliteit tussen het hippe konijn en de nerveuze eend is de verbindende factor in een buitenissig, van de hak op de tak springend verhaal over een stel slechteriken, een paar helden en een gewilde diamant die mensen in apen kan doen veranderen.

Joe Dante, regisseur van onder meer Gremlins en Innerspace en een groot liefhebber van de oude Looney Tunes-tekenfilmpjes, trok alle registers open. Zijn film zit zo barstensvol actie, grappen en verwijzingen dat het geheel een hysterische indruk maakt. Op adem komen is er niet bij: de film is een spervuur van verbale en visuele geintjes.

Het levert mooie momenten op, zoals een fraai vormgegeven achtervolging in het Louvre, waarbij de cartoonfiguren zich een weg banen door schilderijen. Die vondst zal niet lang beklijven, want een seconde later staan Bugs en Daffy bovenop de Eiffeltoren, waar ze natuurlijk vanaf vallen zonder zich te bezeren.

Uiteindelijk gaat Looney Tunes: Back in Action ten onder aan een gebrek aan coherentie. Kinderen zullen de meeste grappen waarschijnlijk niet begrijpen, volwassenen krijgen er hoofdpijn van.


Meer over