Live genieten voor wie de weg weet

In de schaduw van jazzhoofdstad Manhattan heeft Brooklyn een eigen, ‘extreem levendige’ muziekcultuur...

Op straat staan jonge mensen te roken, praten en zoenen in de lome hitte van New York. Maar binnen in Barbès gebeurt het. Dit café in Brooklyn trekt al jaren als een magneet muziekliefhebbers aan. Vanavond treedt de latinjazz bigband Spanglish Fly op. Vijf blazers, een zes man sterke ritmesectie, een pianist en een getatoeëerde zangeres die danst en zingt en kreunt: samen zetten ze een wervelende show neer.

Live muziek – ook swingende jazz – bruist en spettert in Brooklyn, met 2,5 miljoen inwoners het grootste stadsdeel van New York. Dat blijkt in Barbès, waar het publiek zich vrijwel elke avond laat verrassen door vaak obscure bands. Het verschil met vergelijkbare gelegenheden in Manhattan is dat er in Barbès meestal geen toegangsprijs is, en dat de drankjes er maar half zo veel kosten.

Het podium wil niet bekend staan als jazzcafé, benadrukt een muziekprogrammeur; een kwestie van inspelen op de klandizie. Een of twee keer per week is er wel jazz te horen, maar de lokale liefhebbers slaan niet per se aan op het genre. Men komt op goede muziek af, of dat nu rauwe hiphop, folk van singer-songwriters, harde rock of softe jazz is – en Barbès heeft een reputatie van goede muziek.

Talloze musici wonen in Brooklyn, waar de huren lager zijn en de appartementen groter. Ze zijn net als de meeste bewoners van Brooklyn forensen. In de duurdere wijken aan de overkant van de East River waar ze optreden, kunnen ze het zich doorgaans niet veroorloven om te wonen.

New York staat bekend als jazzhoofdstad van de wereld, maar wie dat zegt, spreekt over Manhattan. De absolute top speelt er, het muzikale talent komt er naartoe, en de liefhebber kan er elke avond uit een waaier van concerten kiezen. Overal in de stad zitten prijzige clubs voor jazz en blues, spare ribs en drank, met de Blue Note en de Village Vanguard als bekendste podia.

Volgens veel musici in Brooklyn is de betere, interessantere muziek in hún stadsdeel te horen. De gitarist Ben Lapidus (37) doceert en speelt latin jazz in clubs in de Bronx en met name Manhattan. In zuidelijk Brooklyn kan hij met zijn jonge gezin ruim wonen en zijn auto parkeren, wat cruciaal is met zijn instrumenten. ‘Zou ik mijn brood kunnen verdienen door alleen in Brooklyn te spelen? Hmm’, zegt Lapidus. ‘Maar de vraag of je je brood kan verdienen met jazz is evenmin makkelijk te beantwoorden.’

Toch is er is wel degelijk een ‘extreem levendige, groeiende muziekscene’, zegt hij. De afgelopen jaren heeft de gitarist een groot aantal kleine muziekcafés geopend zien worden, juist in voormalige achterbuurten die veilig en toegankelijk aan het worden zijn. In theehuizen en bloemenzaken, kelders en pakhuizen: overal kun je live genieten, als je de weg weet.

Voor een deel is het aanbod formeel georganiseerd. In de openbare bibliotheken is veel gratis live muziek te horen. Het regionale jazzradiostation WBGO organiseerde in juni nog ‘Jazz: Brooklyn’s Beat’, een serie concerten rond het Brooklyn Museum in het hart van het stadsdeel. En in april, de landelijke ‘Jazz waarderingsmaand’, wordt het Brooklyn Jazz Festival gevierd: als ‘de kunstvorm die door Afro-Amerikanen werd geschapen’.

Maar de muziekcultuur is grotendeels informeel en spontaan van aard. Het is lastig om in het uitgestrekte Brooklyn goed inzicht in te krijgen in de muzikale ontwikkelingen, zegt Lapidus. De meeste optredens worden niet vermeld in de Village Voice of Time Out, zoals wel gebeurt met de clubs in Manhattan. Jamsessies grijpen plaats in achterkamers van musici; nieuwe cafés houden afterparty’s met jonge en oude jazzlegenden die er toevallig in de buurt wonen.

Bovendien zijn er binnen de muziekwereld subcultuurtjes en underground-ontwikkelingen die zelfs voor de plaatselijke bewoners ongezien blijven. ‘De uitmuntende Russische jazzmusici in Brighton Beach zijn uniek voor Brooklyn’, aldus Lapidus, die vlakbij deze Russisch-getinte strandwijk woont. ‘Maar daar weet niemand van.’

Voor traditionele jazz zoals de clubs in Manhattan bieden, lijkt in Brooklyn weinig ruimte te zijn. Dat blijkt ook uit de teneergeslagen toon in de stem van Jaimee Affoumado. Na de eerste set achter de drums met zijn trio zit hij aan de bar van zijn jazzcafé Puppets. Behalve een paar collega-musici is er op deze vrijdagavond niemand. ‘Ik hou veel van jazz’, zegt eigenaar Affoumado, een drummer die zichzelf het vak heeft geleerd en oud-skateboardpionier uit de Bronx. ‘Maar het is geen goede manier om de rekeningen te betalen.’

Affoumado (44) heeft al jaren financiële kopzorgen door zijn muziekcafé. Het is een van de weinige podia in Brooklyn die zich exclusief op traditionele jazz richten, gevestigd aan een drukke straat met restaurants en hippe modezaken in de wijk Park Slope. Hier in het noordwestelijk deel van Brooklyn is de bevolking bovengemiddeld jong, creatief, progressief en hoogopgeleid: een publiek dat jazz kan waarderen. Affoumado verzekert ook dat het steeds beter gaat, met ‘best grote namen’ die soms in Puppets spelen. Maar buurtbewoners gaan liever naar Barbès, om de hoek. Toeristen komen zelden naar deze wijk en veel Manhattanites peinzen er niet over om oostwaarts te trekken voor jazz – of om wat voor reden dan ook.

Puppets vraagt een toegangsprijs, terwijl Barbès en veel andere muziekcafés gratis zijn. Maar daar moeten de musici dan ook zelf met de hoed rond, waar de meeste luisteraars een paar dollars in gooien. Ze betalen wat ze het waard vinden. Dit verschijnsel – bedelen om je honorarium – vindt Ben Lapidus niet geweldig. ‘Maar het is wel typisch Brooklyn’.

Meer over