Boekrecensie

Literatuur is nep, roddelpraat en leugens ★★★★☆

De grote vraag: is Kees ’t Hart oprecht of bedriegt hij ons in zijn bundel Victorien, ik hou van je?

Kees 't Hart Beeld Els Zweerink
Kees 't HartBeeld Els Zweerink

Is Kees ’t Hart wel te vertrouwen? Dat is de vraag. De verhalen en ontboezemingen in zijn nieuwe bundel, Victorien, ik hou van je, doen authentiek aan. Ze lijken te stammen uit het echte leven van de schrijver. Ze zijn goed gedocumenteerd en niet zelden zeer geleerd. Toch weet je nooit helemaal zeker of hij er niet maar op los fabuleert.

Nu weet hij natuurlijk precies wat hij doet. In zijn poëticale essaybundel Het gelukkige schrijven liet hij zien dat alles in de literatuur nep, constructie, leugen, illusie, veredelde roddelpraat en wartaal is. Maar hij zei er meteen bij dat een goede schrijver zijn leugenachtige strategie verbergt: ‘Kinderen die willen krijgen op hun billen, zei mijn moeder vroeger. De gelukkige schrijver probeert niets te willen.’

In Victorien, ik hou van je smeedt hij ogenschijnlijk een verbond met je door allerlei persoonlijke confessies te doen. Hij voert zichzelf ten tonele als een goedmoedige, tikje stuntelige schrijver die ‘lichtpuntjes’ zoekt in de literatuur en zijn herinneringen. Een naïeve romanticus, die het hoge en het lage, het verhevene en banale vermengt. ‘Iedereen lachen, die Kees, zo’n nette man.’

Maar ondertussen.

Zo zit er iets hypocriets in deze bundel. Klinkt misschien niet aardig, maar ik leen het woord van de schrijver zelf. Hij gebruikt het in zijn verhaal ‘Mijn Madame Bovary’, waarin hij zich voorstelt hoe de tragische heldin uit het meesterwerk van Gustave Flaubert er werkelijk moet hebben uitgezien. Voor hem is Emma Bovary geen femme fatale, maar een dromerige dame die door haar schepper genadeloos naar haar ondergang wordt gevoerd.

‘Eerst maakt Flaubert van haar via de blik van Bovary een seksuele prooi,’ schrijft hij, ‘en wanneer ze later aan haar eigen erotiek en verlangen toegeeft, laat hij haar tragisch ten onder gaan. Eigen schuld! Maar Flaubert begon. Hij bracht ons via zijn fetisjistische metaforiek en blik op de eerste troebele ideeën! Niet Emma, maar Flaubert. Of was ik het als lezer? Ben ik de hypocriet? Wat een schrijfkunst!’

Waalbrug

Zo Flaubert, zo ’t Hart. Neem het titelverhaal van de bundel. Dat lijkt een zoektocht naar een hartekreet die in de jaren tachtig op één van de stalen bogen van de brug over de Waal bij Nijmegen heeft gestaan: ‘Victorien, ik hou van je’.

Waarom stond dat daar? Wie heeft dat op de brug geschilderd en hoe heeft diegene dat in vredesnaam voor elkaar gekregen? Wie was de aanbeden Victorien? Was dat niet de zus van een meisje uit zijn eindexamenklas? Of spelde je die Victorine met i-n-e? Beleefde hij met die zus niet ooit een schaamtevolle dronken nacht in een park? Vragen, vragen, vragen.

Om de authenticiteit van zijn speurtocht aan te tonen voegt hij foto’s toe van de Waalbrug, maakt een tekening van de hartekreet, zoekt via e-mail contact met de familie van Victorien. Intussen analyseert Kees zijn eigen verhaal kapot en leest kattebelletjes alsof hij er een recensie voor De Groene Amsterdammer over moet schrijven. Bovendien haalt hij om de haverklap zijn vrouw erbij. Bij een foto van de bouw van de Waalbrug: ‘Mijn vrouw heeft last van hoogtevrees, ze wil niet naar de foto kijken.’

Waar is hij nu eigenlijk écht naar op zoek? Heeft hij misschien zelf die tekst op de brug gekalkt? Heeft die er wel ooit gestaan? ‘Godverdomme, ik maak me compleet belachelijk. Ik neem me voor in ieder geval te vertellen dat ik bezig ben met een verhaal over die tekst. Geen echt verhaal, maar een reconstructie, een documentaire. Iets over Nijmegen. Ja, een ode aan Nijmegen. Zoiets.’

Dat ‘zoiets’, dat is typisch Kees. Zo’n woord dat de hele zaak op losse schroeven zet.

Bordeel

In het verhaal ‘Het proefschrift’ voert hij het nog verder. De jonge onderzoeker Hilde Hobert vraagt aan de schrijver Kees ’t Hart of hij wil meewerken aan haar wetenschappelijke studie naar de relatie tussen zijn jeugd- en volwassen werk. Dat wil hij best, mailt hij terug. Al vertrouwt hij het niet helemaal. Is dit onderzoek wel serieus? Wat is eigenlijk de vraagstelling van haar proefschrift?

Toch is hij ijdel genoeg om toe te stemmen in een afspraak. Als die eenmaal heeft plaatsgevonden, is zijn gereserveerdheid plotseling geheel verdwenen: ‘Beste Hilde, ik kwam behoorlijk aangeschoten thuis, zeg, haalde nog net de laatste trein, jezus jij kan me er wat van…’

Mevrouw de promovenda en haar wetenschappelijke onderwerp blijken in een bordeel te zijn geweest. Op werkbezoek. Ditmaal, mailt hij, zwijgt hij maar tegen zijn vrouw. Al helemaal als blijkt wat het doel van Hilde werkelijk is: het maken van gipsen afgietsels van de stijve lullen van schrijvers.

Zou Kees ’t Hart werkelijk hebben meegewerkt aan een onderzoek naar De Stand van de Nederlandse Literatuur? Ook dat is de vraag. We zullen het nooit zeker weten. Zeker is dat hij je hoofd vult met troebele ideeën. Hij besodemietert je waar je bij zit.

null Beeld Querido
Beeld Querido

Kees ’t Hart: Victorien, ik hou van je – Verhalen en ontboezemingen. Querido; 262 pagina’s; € 21,99.

Meer over