Liefdesdrama verdwijnt onder uiterlijk vertoon

Ze moeten bij de eerste ontmoeting veel in elkaar hebben herkend, musicalcomponist Andrew Lloyd Webber en filmmaker Joel Schumacher. Dezelfde voorkeur voor grootse gebaren en sentimenten, voor pracht en praal....

Samen schreven Lloyd Webber en Schumacher het scenario voor The Phantom of the Opera, de film naar Lloyd Webbers succesvolle musical. Bij de eerste scènes van de productie lijkt het inderdaad of de samenwerking een succes zal worden. De opera van Parijs, waar het op Gaston Leroux gebaseerde verhaal speelt, is een fraaie, duistere en geheimzinnige locatie; aankleding is altijd een specialiteit van Schumacher geweest.

Op die plek krijgt de jonge zangeres Christine een muziekeducatie van 'the angel of music', een geheimzinnige, gemaskerde gedaante, die door de catacomben van het gebouw rondwaart. En ze ontvangt meer steun dan onderwijs alleen. Het spook blijkt bereid de hele opera te saboteren om zijn protégee een hoofdrol te laten krijgen, en toont al snel een ziekelijke obsessie voor haar.

Er ontwikkelt zich een liefdesdrama, dat geleidelijk steeds minder boeit, vooral omdat de acteurs temidden van het bladgoud lijken te verdwijnen.

Alleen Emmy Rossum - eerder te zien in bijrollen in The Day After Tomorrow en Mystic River - overtuigt, in de rol van Christine. Ze blijkt over een goede stem te beschikken en weet haar wat al te onschuldige personage interessant te houden. Maar de anderen, onder wie Minnie Driver als de Italiaanse diva van het gezelschap, blijven karikaturen, en Gerald Butler is als 'the phantom' zeker niet in staat om het slot de benodigde tragiek te geven.

De aaneenschakeling van ornamentele decors, bombastische bravourestukken en zoete aria's heeft zijn uitwerking dan bovendien al lang verloren. Misschien had de verfilming van The Phantom of the Opera meer baat gehad bij een regisseur die juist niets gemeen heeft met de componist, en die aan het uiterlijk vertoon een paar ingetogen momenten had kunnen toevoegen.

Meer over