Liefde voor theatervak ‘beetje raar’

‘Jullie zijn wel een beetje raar’, zegt Berend Jan Langenberg maandag tegen zijn gehoor van theaterprofessionals in de grote zaal van het Amsterdamse Bellevue....

Langenberg spreekt tijdens Life On Stage, een congres ‘over leeftijdsbewust personeelsbeleid in de theatersector’, georganiseerd door de Vereniging van Nederlandse Theatergezelschappen en -producenten (VNT) en de FNV-vakbond KIEM. Onder de ongeveer honderd toehoorders zitten enkele acteurs, maar de meesten vermelden functies als ‘bureaumanager’ of ‘administratief medewerker’. Toneeldiva Anne-Wil Blankers is eregast, samen met haar zoon Christo van Klaveren, ook acteur.

Het raarste, zo houdt Langenberg hen voor, is hun diepe liefde voor het vak – die is in het theater echt onverklaarbaar veel groter dan bijna overal elders. Het aanbod aan theaterwerkers ging de laatste twintig jaar drie tot vier keer over de kop, terwijl de vraag (het aantal banen) met ‘slechts’ 70 procent toenam. En toch blijven ze het proberen. Heftig knikkend betuigt Blankers vanaf de eerste rij haar warme instemming. ‘Je wilt het’, zegt ze eenvoudig.

Bijna een derde werkt als freelancer, een veel hoger percentage dan in de totale Nederlandse arbeidsbevolking. Het gros heeft meer dan één baan tegelijk, tegen 4 procent van het totaal. Tenslotte zijn het soort baan en de hoogte van het inkomen in het toneel veel meer afhankelijk van ervaring dan van scholing. Intussen is ‘jullie markt stabiel gebleven’, zegt Langenberg. In 1950 trokken de zes toenmalige Nederlandse toneelgezelschappen 2,3 miljoen bezoekers. In 2003 waren dat er 2,6 miljoen, verdeeld over liefst 495 gezelschappen. Langenberg relativeert de vermeende opmars van deeltijdcontracten, waar in het theater veel over wordt geklaagd. In 1992 vormden die 54 procent van het totaal, in 2004 61 procent. ‘Dat valt dus wel mee.’ De conclusie van de econoom: ‘Jullie hebben allang bereikt wat het kabinet wil dat wij allemaal doen: jullie werken flexibel en gaan pas laat met pensioen.’

VNT-directeur Jaap Jong, ook op de eerste rij, schudt even hevig ‘nee’. Een recente scherpe verhoging van de WW-premies dwingt de toneelwerkgevers juist weer meer medewerkers in vaste dienst te nemen, vertelt hij. ‘De maatregelen die het kabinet de laatste tijd treft, bereiken precies het tegenovergestelde effect van wat wordt beoogd.’

Langenbergs verhaal is te rooskleurig, stelt ook een theatertechnicus. ‘Ik ben freelancer omdat ik ben ontslagen toen mijn gezelschap subsidie verloor’, vertelt hij. In het theater verdient hij als kleine zelfstandige niet genoeg om premies voor pensioen en arbeidsongeschiktheidsverzekering te kunnen betalen. Daarom klust hij, zonder enige liefde, bij in een ander vak: ‘Met het in- en uitladen van vrachtwagens.’

Meer over