Beeldende kunst

Liefde, dood, politiek en porno: bij beeldend kunstenaar Marlene Dumas vind je het in overvloed

De overdadig gevulde tentoonstelling van Marlene Dumas belooft nu al een van de hoogtepunten van de Biënnale in Venetië te worden. V liep met de kunstenaar door Palazzo Grassi en zag verlangen en bedwelming gevat in verf en inkt.

Sarah van Binsbergen
Marlene Dumas in Venetië Beeld Palazzo Grassi, Mateo De Fina
Marlene Dumas in VenetiëBeeld Palazzo Grassi, Mateo De Fina

‘Iedere keer als ik een grote overzichtstentoonstelling heb, denk ik: dit moet ik nooit meer doen. Het is te veel. Maar het is bij mij een beetje zoals met praten: als ik eenmaal begin, ga ik maar door.’ Tussen de marmeren zuilen van het Venetiaanse Palazzo Grassi staat Marlene Dumas, een van de bekendste levende kunstenaars ter wereld, vrolijk een groep van zo’n dertig journalisten uit Frankrijk, Engeland, België en Nederland te woord.

Het duurt nog twee weken voor in Venetië de Biënnale begint, de tweejaarlijkse Olympische Spelen van de hedendaagse kunst, die vanwege de pandemie een jaar werd uitgesteld. Toch is het kunstseizoen in Venetië hiermee alvast spetterend geopend.

Palazzo Grassi is de kunsttempel van de Franse zakenman en miljardair Francois Pinaut. Het achttiende-eeuwse paleis aan het Canal Grande geldt als een van de belangrijkste kunstpodia ter wereld. Traditiegetrouw openen hier, vlak voordat de Biënnale-gekte losbarst, spraakmakende solotentoonstellingen waarin kunststerren carte blanche krijgen. Beroepsprovocateur Damien Hirst maakte hier in 2017 zijn megalomane comeback op het kunsttoneel na zo’n tien jaar bijna niet geëxposeerd te hebben. In 2019 nam de Belgische schilder Luc Tuymans het stokje van hem over.

En nu is daar de solotentoonstelling open-end van Marlene Dumas (68), die zich qua roem makkelijk met Hirst en Tuymans kan meten. Ondanks haar voornemen hangen er toch twee verdiepingen vol, met meer dan honderd schilderijen en tientallen inkttekeningen op papier. Ook dit jaar belooft de tentoonstelling in Palazzo Grassi een van de hoogtepunten van het Biënnaleseizoen te worden. Dumas, geboren in Zuid-Afrika en op haar 23ste naar Nederland verhuisd, volgde de postacademische kunstopleiding Ateliers ’63 en maakte niet lang daarna al haar eerste meesterwerken.

Ze werd bekend met haar heel eigen stijl, waarbij ze meestal uitgaat van foto’s en afstand neemt van de (fotografische) werkelijkheid door er een soort filter overheen te plaatsen. Vaak zijn de kleuren gedempt, de contouren zacht, soms is de toets zo los dat een beeld haast abstract lijkt, en toch is het herkenbaar. In 2012 won ze de Johannes Vermeer Prijs, de Nederlandse staatsprijs voor de kunsten. De jury roemde ‘haar ongeëvenaarde vermogen menselijke emoties in beeld vast te leggen’.

Eigenlijk wilde Dumas in aanloop naar de tentoonstelling geen interviews geven. 2021 was op persoonlijk vlak een zwaar jaar, ze verloor twee mensen die haar heel na stonden. Na de korte ontmoeting met het internationale journalistengezelschap blijkt ze er toch nog energie voor te hebben, dus nemen we plaats op een bankje in een van de galerijen van het paleis. Aan het begin van het gesprek oogt ze moe, maar al snel begint ze enthousiast te vertellen in een mengelmoes van Afrikaans en Nederlands. Een gesprek met Dumas kan niet anders dan sprankelend genoemd worden. Geanimeerd schiet ze van onderwerp naar onderwerp, waarbij een vraag over een schilderij zomaar kan ontaarden in een reflectie op het werk van bewonderde schrijvers en cineasten.

Zo beginnen we het gesprek met de vraag wat ze ervan vindt dat ze, zoals het persbericht benadrukt, de eerste vrouwelijke kunstenaar is die van Palazzo Grassi zo’n grote tentoonstelling krijgt. Het antwoord neemt een onverwachte wending en mondt uit in een bespiegeling over porno sensualiteit en erotiek.

Venus with body of Adonis (2015-2016), collectie Glenstone Museum
 Beeld  Marlene Dumas / Peter Cox
Venus with body of Adonis (2015-2016), collectie Glenstone MuseumBeeld Marlene Dumas / Peter Cox

Uit de lucht gegrepen is dat onderwerp allerminst, want meteen in de eerste zaal loop je recht tegen een erectie aan. D-rection (1999) heet het schilderij: een staande naakte jongen kijkt gefascineerd naar zijn eigen gezwollen penis. Die is dieppaars en steekt af tegen de bleke grijstinten van het schilderij. Ernaast hangt Turkish Girl (1999), een schilderij in roze en paarse snoepkleuren waarop een meisje met haar benen in de lucht uitzicht geeft op haar blote kont en vulva.

De interesse in pornobeelden stamt uit haar eerste jaren in Nederland, vertelt Dumas. Na de censuur die in Zuid-Afrika overheerste ging ze in het vrije Nederland op zoek naar pornoblaadjes. ‘Dat vond ik toen heel interessant. Mijn moeder zei op een gegeven moment: ik snap het wel, maar is het nou niet een keer klaar? Het ging mij om de poses, die zag je nergens anders.’

De vraag hoe je erotiek in verf kunt vangen houdt haar al haar hele carrière bezig, zegt ze. ‘Wat laat je zien, waar leg je de nadruk op? Laat je iemands geslacht heel expliciet zien of is het eerder dubbelzinnig? Wat maakt een schilderij erotisch of sensueel? Dat zit niet alleen in het onderwerp.’

Ze wijst naar de azuurblauwe restruimte tussen de benen van de naakte, meer dan levensgrote mannelijke figuur op Alien (2017), het schilderij waar we toevallig voor zitten. ‘Dit blauw, dat kan bijvoorbeeld zijn wat dit schilderij redt. Als dat er niet was, was het saai. Ik wil dat het schilderij levend voelt, dat je kunt ademhalen.’

Je kunt de tentoonstelling lezen als een liefdesverhaal, zegt Dumas. ‘In ben in mijn werk vaak geïnspireerd door literatuur en films. Daarin worden grote thema’s als liefde, politiek en dood verweven in een verhaal. In de beeldende kunst overheerst toch het clichébeeld van de kunstenaar die alleen maar bezig is zichzelf uit te drukken. Terwijl, kunst gaat voor mij ook over het je kunnen verplaatsen in de ander. Ik weet niet of het me gelukt is, maar ik heb me wel op een gegeven moment voorgenomen dat ik schilderijen wilde maken die gaan over die elementaire menselijke dingen.’

Ze houdt er dan ook niet van als haar werk wordt uitgelegd aan de hand van haar biografie. ‘Ik kan over ieder schilderij verschillende verhalen vertellen. Persoonlijke details kunnen daar bij horen, maar het gaat nooit alleen daar over. In eerste instantie gaat het voor mij om vocabulaire. Vergelijk het met literatuur: ieder mensenleven is op zich interessant genoeg om een boek over te schrijven, maar de vraag is: kun je schrijven? Wat draag je bij? Dat zit in de eerste plaats in de vorm. Uiteindelijk moet een schilderij het persoonlijke overstijgen.’

Toch voelt deze tentoonstelling opvallend persoonlijk aan. Na de ‘pornografische schilderijen’ en een zaal die refereert aan Apartheid, sta je plotseling in een kleine kamer omringd door portretten die Dumas maakte van familieleden. Het iconische The Painter (1994) hangt er, een schilderij van klein meisje waarvan de handen en buik met verf zijn besmeurd. Dumas maakte het schilderij op basis van een foto van haar toen 4-jarige dochter Helena. Die Baba (1985), een baby met een opvallend krachtige blik, is gebaseerd op een jeugdfoto van haar zes jaar oudere broer Pieter, die als activistische pastoor in Zuid-Afrika streed tegen Apartheid. Fenomenaal is The Particularity of Nakedness, een portret uit 1987 van een liggende naakte jongeman met indringende blauwe ogen. Het is een van de grootste doeken uit de tentoonstelling, 3 meter breed en bijna anderhalve meter hoog. De geportretteerde man is de schilder Jan Andriesse. Toen was hij haar geliefde, later zou hij haar partner worden, en de vader van haar dochter Helena. Hij overleed vorige zomer.

‘Bij eerdere tentoonstellingen heb ik nooit de behoefte gehad om te benadrukken wie de man op dat schilderij was,’ zegt Dumas. ‘Bij deze tentoonstelling heb ik ervoor gekozen om dat wel te benoemen in de bezoekersgids (waarvoor Dumas bijna ieder werk zelf een tekst schreef of samenstelde, red.), want het stond nu zo op de voorgrond dat het vreemd voelde om dat niet te doen. Ik had die portretten niet bij elkaar gehangen als ik niet vond dat ze ook als schilderijen goed samen werkten. Die zaal gaat ook over het portret in het algemeen. Maar ik snap wel dat je zegt dat de tentoonstelling daardoor persoonlijk voelt.’

In het voorjaar van 2021 overleed ook haar goede vriend, de schrijver en vertaler Hafid Bouazza. Ze leerden elkaar kennen toen Bouazza haar in 2015 vroeg om illustraties te maken bij zijn vertaling van het lange verhalende gedicht Venus en Adonis van Shakespeare. Die illustraties, een reeks gouaches in inkt op papier, zijn ook in de tentoonstelling te zien. Net als een serie olieverfschilderijen bij Le Spleen de Paris van de Franse dichter Baudelaire, ook ontstaan in samenwerking met Bouazza. Hij werkte in het laatste jaar van zijn leven aan de vertaling. Hij heeft het project niet kunnen voltooien, maar Dumas had wel al een reeks schilderijen klaar. Een daarvan is Time and Chimera (2020) een monumentaal doek van een mysterieuze donkere figuur en een jonge vrouw, geschilderd in grove toets. Dumas schreef in de bezoekersgids: ‘De starre Dood, in de gedaante van ouderdom, die de soepele Schoonheid op de schouder tikt.’

The Painter (1994), collectie The Museum of Modern Art
 Beeld Marlene Dumas / Peter Cox
The Painter (1994), collectie The Museum of Modern ArtBeeld Marlene Dumas / Peter Cox

Dat er in de tentoonstelling ook ruimte is voor humor, blijkt uit het ontwapenende Drunk, een zelfportret uit 1997. Dumas schilderde zichzelf staand, frontaal en naakt, met roze blosjes op de wangen. Het schilderij heeft iets schaamteloos. Het is alsof ze zegt: kijk maar, ik heb niets te verbergen. Er zit ook subtiele zelfspot in. ‘Stevig doordrinken was een mannenspel,’ schrijft ze in de bezoekersgids. ‘Een dronken vrouw deed de wenkbrauwen fronsen, en hoe ouder de vrouw hoe meer het werd afgekeurd. Als je dat allemaal samen neemt: naakt, oud, dronken en vrouw, erger wordt het niet.’

Verlangen en bedwelming lopen als een rode draad door de tentoonstelling. Er is de roes van drank en andere middelen, de bedwelming van lichamelijke aanrakingen in een serie kleine schilderijen van ingezoomde lichaamsdelen die Dumas ‘erotische landschappen’ noemt. Er is het verlangen van de godin Venus die vreselijk verliefd is op de knappe Adonis. En er is de bedwelmende aantrekkingskracht van het kijken naar beelden, het genot van kijken naar een ander, die bewust voor je poseert in een pornografische pose, of die zich juist onbewust is van je blik. Op de tweede verdieping is een voorbeeld van dat laatste te zien, in de enige korte film die Dumas ooit maakte. My Daughter (2002) is een gruizige, drie minuten durende film geschoten met een ouderwetse super 8 camera. De camera beweegt zoekend door een gang en tast even later het lichaam af van een pubermeisje dat ligt te slapen op een bed: Dumas’ dochter Helena. De manier waarop de camera over het slapende gezicht en de blote ledematen beweegt is intens vertederend. Ook voelt het taboe. ‘Er zit iets van een Lolita-element in’, schreef Dumas er zelf bij. Voor u zich druk maakt: het werk werd met volledige toestemming van Helena vertoond.

De sfeer wordt in het tweede deel van de tentoonstelling grimmiger, met onder andere een reeks schilderijen geïnspireerd op nieuwsfoto’s. Heftige beelden vormen vaak de aanleiding, zoals een nieuwsfoto van een aangespoelde dode bootvluchteling, of een Palestijnse man die na arrestatie in een vluchtelingenkamp geblinddoekt is.

No Belt (2010-2016), Pinault Collection
 Beeld Marlene Dumas / Peter Cox
No Belt (2010-2016), Pinault CollectionBeeld Marlene Dumas / Peter Cox

Dumas: ‘Een journalist schreef een keer: voor Marlene Dumas is geen onderwerp taboe. Die zijn er wel, ik schilder bijvoorbeeld bijna nooit bloed. Meestal is er meer de suggestie van geweld dan het daadwerkelijke geweld.’ De spanning die dat oplevert is sterk voelbaar in het schilderij No Belt (2010-2016), waarbij een jongen zijn T-shirt optilt. In de bezoekersgids licht Dumas toe: dit is geen pin-up van een jongen die zijn slanke torso laat zien, dit is een jongen die bij een controlepunt in het Midden-Oosten laat zien dat hij geen bomgordel omheeft.

Het gaat om ambiguïteit, zegt ze: ‘Dat is denk ik, als ik overkoepelend kijk, het hoofdthema in mijn werk. Dubbelzinnigheid, waarbij iets wat in feite heel gewelddadig is op het eerste gezicht heel aantrekkelijk kan lijken, of andersom. Een beeld kan heel veel verschillende dingen tegelijk uitdrukken. Je moet vaak lang kijken, of steeds weer opnieuw kijken, om die lagen tot je door te laten dringen.’

Marlene Dumas, open-end. Palazzo Grassi, Venetië. t/m 8/1/23

De 59ste Biënnale van Venetië

De Venetiaanse Biënnale is de oudste tweejaarlijkse kunsttentoonstelling ter wereld, in 1895 was de eerste editie. De 59ste editie vindt plaats van 23 april tot 27 november 2022. Er zijn twee hoofdlocaties, de Giardini, waar de landenpaviljoens staan, en de Arsenale, waar een internationale groepstentoonstelling te zien is. Daarnaast zijn er tentoonstellingen verspreid door de hele stad. Nederland wordt dit jaar vertegenwoordigd door beeldend kunstenaar en sekscoach Melanie Bonajo. In het paviljoen van Rusland is dit jaar niets te zien, de geselecteerde kunstenaars trokken zich terug in verband met de oorlog in Oekraïne.