Lichtvoetig werk met elegantie en loopjes als serpentines

muziek Als zonnestralen hoorbaar waren, klonken ze vast en zeker als het spel van Sabine Meyer. De godin van de klarinet opende zondag het aan haar gewijde minifestival in de Robeco Zomerconcerten met Mozarts KV 622, het Klarinetconcert....

Ook in de aria Parto, parto uit La Clemenza di Tito was Meyer prominent aanwezig als instrumentale tegenpool van mezzo Cécile van de Sant, die Mozarts toonzetting de gepaste zwaarmoedigheid verleende, gevolgd door een omslag naar jubelzang en bravoure.

Meyers minifestival omvat nog twee optredens in de Kleine Zaal, met veel muziek van Poulenc, Milhaud en ander lichtvoetig werk, en eindigt vrijdag opnieuw met Mozart. Voor het programma – twee serenades, waaronder de befaamde Gran Partita – , treedt ze dan met haar eigen ensemble aan in de Grote Zaal.

Ook Frans Brüggen keert terug in de Zomerconcerten, maar pas op de allerlaatste avond van de serie, op 31 augustus. Hij zal dan met zijn Orkest van de Achttiende Eeuw twee Schubert-symfonieën ten gehore brengen. Hoewel de Radio Kamer Filharmonie niet helemaal kan wedijveren met de speciale glans van dat orkest, bereikte het in zijn twee Beethoven-vertolkingen toch een vergelijkbare elasticiteit en transparantie. De musici legden kracht, vlugheid en intensiteit aan de dag in de Coriolan-ouverture, en zetten vervolgens een Vierde Symfonie neer die opviel door geraffineerde klankmengsels en lange lijnen, waarin Brüggen zelfs Beethovens neiging zijn gehoor op het verkeerde been te zetten had geïncorporeerd.

Frits van der Waa

Meer over