boekeninterview

Librisprijswinnaar Mariken Heitman: ‘Ik wil het begrip oprekken van wie we als vrouw zien’

Schrijver Mariken Heitman kreeg de Librisprijs voor haar roman over twee vrouwen die buiten de norm vallen. Net als zij. ‘Mijn verhaal is niet hét verhaal over identiteit en gender. Hoe meer perspectieven, hoe beter.’

Laura de Jong
Mariken Heitman: ‘Je loopt daar als kersverse winnaar. Maar je loopt daar ook als het kind en de puber die je ooit was. Die lopen allemaal met je mee. Al die mensen ben je nog steeds.’ Beeld  Pauline Niks
Mariken Heitman: ‘Je loopt daar als kersverse winnaar. Maar je loopt daar ook als het kind en de puber die je ooit was. Die lopen allemaal met je mee. Al die mensen ben je nog steeds.’Beeld Pauline Niks

Tot nu toe is 2022 een topjaar voor schrijver Mariken Heitman. Ze verhuisde van een appartement van 35 vierkante meter in Utrecht naar een ruime bovenwoning in Nieuwegein. Ze trouwde in januari met haar vriendin. En drie weken geleden won ze de Libris Literatuurprijs – zeg maar de belangrijkste Nederlandse literaire prijs – voor haar tweede roman Wormmaan.

Het boek gaat over de zaadveredelaar Elke, die met een vergeten erwtenras naar de Wadden trekt om zichzelf opnieuw uit te vinden. Ze wil de erwt terugbrengen naar zijn wilde kern, naar de oervorm. Parallel vertelt Heitman het verhaal van Ra, een zonderlinge figuur, die negenduizend jaar geleden leefde en landbouw introduceert in een primitieve gemeenschap. Zowel Elke als Ra wordt voor een man aangezien en lijkt nergens bij te passen.

Voor de Librisprijs was Heitman niet de gedoodverfde winnaar. Zoals Volkskrant-recensent Bo van Houwelingen het treffend verwoordde: Wormmaan was ‘niet het opvallendste boek, niet het leukste boek, niet het makkelijkste boek, wél een sterk en onconventioneel boek’.

Deze roman over de manier waarop de natuur – en dus ook de mens – gevormd wordt, getuigt volgens de jury van ‘een groot intellect en literair meesterschap’. En: ‘In een tijd waarin het hokjesdenken welig tiert, toont Wormmaan dat de beste antwoorden op het identiteitsvraagstuk zijn zoals onze identiteit zelf: meerlagig.’

Een week na de bekendmaking schenkt Heitman (1983) ontspannen twee glazen water in. Op tafel staan de laatste paar vazen met uitgebloeide felicitatieboeketten. De uitvergrote cheque met het prijzengeld van 50 duizend euro, die haar werd uitgereikt door Alexander Rinnooy Kan, ligt scheef achter de bank.

U werd live in een Nieuwsuur-uitzending uitgeroepen tot Libriswinnaar. Had u het verwacht of was het een totale verrassing?

‘Ik was stiknerveus. Als je bent genomineerd, kun je je er niet aan onttrekken dat je hoopt dat je gaat winnen. Je wordt meegenomen in de gekte.

‘Als ik eerlijk ben, zag ik wel overal tekenen. Maar dat hebben de andere genomineerden misschien ook gehad. Zo zat ik op een handige plek ten opzichte van het podium. En de camera stond op mij gericht.

‘Ik zat tegenover mijn redacteur aan tafel. Toen juryvoorzitter Ahmed Aboutaleb in zijn aankondiging iets zei over voorouders, zag ik de ogen van mijn redacteur uitpuilen. Zo van: het zou kunnen.’

En toen werd uw naam genoemd.

‘Ja, dan stopt het denken. Het is zo overweldigend. Ik liep naar het podium en had het gevoel dat ik in een film speelde. Het was een gekke, rare, fantastische situatie. Je loopt daar als kersverse winnaar. Maar je loopt daar ook als het kind dat je ooit was en de puber die je ooit was. Die lopen allemaal met je mee. Al die mensen ben je nog steeds.’

Heitman groeide op in Rheden, een dorp bij Arnhem, tussen de Veluwezoom en de IJssel, met een oudere zus en broer. Haar vader was leraar Duits, haar moeder werkte in de bibliotheek. Iedere dag fietste ze langs de maïsvelden naar school in Rozendaal. Na haar vwo-diploma studeerde ze biologie in Utrecht. Daarna volgde ze een agrarische opleiding. Tegenwoordig geeft ze, naast het schrijven, moestuincursussen aan volwassenen in Utrecht, waarbij de cursisten gezamenlijk een moestuin aanleggen.

Heeft u altijd al schrijver willen worden?

‘Ik wilde boer of schrijver worden. Nu heb ik beide sporen bewandeld en blijken ze elkaar te versterken.’

Hoe versterken ze elkaar dan?

‘De natuur zie ik als mijn stof. Je hebt de woorden, dat is je werkelijke stof, maar hoe ik de natuur ervaar, is de stof waarmee ik denk, zoals een kleermaker stof nodig heeft om een pak te maken. Ik kan me via de natuur uitdrukken.’

Koos u daarom voor de studie biologie?

‘Ja, die studie was een verademing. De middelbare school vond ik niet leuk, vooral de eerste vier jaar waren zwaar. Ik had het gevoel dat ik in veel dingen niet kon meekomen. Mijn geaardheid was op dat moment niet duidelijk. In je puberteit is het belangrijk dat je je seksualiteit ontdekt en dat dat vreugde oplevert. Bij mij was dat het tegenovergestelde. Al sinds ik jong ben, is mijn genderexpressie anders en daar kon ik me niet goed toe verhouden. Ik lag er een beetje buiten.

Mariken Heitman: ‘Ik geloof dat onze omgang met gender iets zegt over hoe we zijn. Daarom vind ik het interessant en is het ook groter dan alleen mijn persoonlijke verhaal van het meisje dat geen jurkje aan wilde.’ Beeld  Pauline Niks
Mariken Heitman: ‘Ik geloof dat onze omgang met gender iets zegt over hoe we zijn. Daarom vind ik het interessant en is het ook groter dan alleen mijn persoonlijke verhaal van het meisje dat geen jurkje aan wilde.’Beeld Pauline Niks

‘Tijdens mijn studie kwam ik in een omgeving terecht met gelijkgestemden en kon ik eindelijk de diepte in. Van het studeren bloeide ik op. Eigenlijk wilde ik vooral chimpansees observeren. Ik heb niet veel voorbeelden maar Jane Goodall is er eentje, ik bestudeerde als kind fotoboeken van haar tussen de apen. Tijdens mijn afstuderen heb ik een jaar lang chimpansees geobserveerd in dierentuin Burgers’ Zoo in Arnhem. De eerste dag denk je nog dat ze allemaal hetzelfde zijn: zwart en van hetzelfde apenformaat. Maar binnen een maand herken je ze aan hun rug of schouders. En weet je wie ruzie heeft gehad met wie, wie ‘verliefd’ is op wie. Het wordt een soap. Je ziet ook steeds meer gelijkenissen met de mens.’

Over De wateraap, uw debuut, zei u in een interview dat het een ontdekkingstocht was. Geldt dat ook voor Wormmaan?

‘Op een andere manier. Bij het schrijven van De wateraap was ik, samen met mijn hoofd­persoon, nog aan het uitvinden hoe gender zich verhoudt tot wie je bent en hoe je in de wereld staat. In Wormmaan is dat bekend en zoek ik meer naar welke factoren er allemaal meespelen.

‘Wat mij triggerde, is dat mensen met een minder genormeerde genderidentiteit – transgender, non-binair of mensen zoals ik, die daar op eigen wijze een weg in zoeken maar net wat buiten de norm vallen – vaak als ‘in de war’ worden bestempeld.

‘Een voorbeeld dat ook letterlijk in mijn boek terugkomt: de homeopaat die mij korreltjes gaf. Toen ik de naam thuis googlede, bleken het korrels tegen genderverwarring te zijn.

‘Maar als ik in mijn eentje ben, ben ik niet in de war. Ik weet wie ik ben. De verwarring treedt pas op als ik de maatschappij intrek. Daar voel ik boosheid over, een gevoel van onrecht. En dat is ook de denkfout die ik probeer te laten zien, want het is een rare omkering. We zijn iets als de norm gaan hanteren en vervolgens is iedereen die erbuiten valt in de war. Dat heb ik willen aankaarten.’

U zegt dat u buiten de norm valt, maar wat bedoelt u daar precies mee?

‘Ik voldoe niet aan het klassieke vrouwbeeld. Dat merk ik bijvoorbeeld als ik naar een openbaar toilet ga en erop wordt gewezen dat het een vrouwentoilet is. Dat is niet erg, ik raak zelf ook weleens in verwarring van mensen. En het is misschien begrijpelijk, want het is deels een keuze: ik kan er in zekere zin voor kiezen om er vrouwelijker uit te zien, dan heb ik al dat ongemak niet. Maar liever rek ik het begrip op van wie we als vrouw zien.’

Zouden we dan helemaal moeten stoppen met categoriseren?

‘Nee, want dat indelen is menselijk. Mijn hoofdpersonage doet het zelf ook. Een dominee die ze ontmoet, bestempelt ze bijvoorbeeld als vrouwelijke vrouw. Ik vind dat een belangrijk stukje in het boek, want daarmee laat ik zien dat zij geen haar beter is. Dit is wat mensen doen. We willen iets begrijpen over de wereld en daarbij helpt het te categoriseren.

‘Biologen zijn daar ook goed in. Linnaeus begon er al mee. We worden er ook wijzer van om te weten wie familie van wie is en dat die dan zo is geëvolueerd. Maar nadat we de categorieën hebben gemaakt, vergeten we dat er ook tussencategorieën zijn. De norm is leidend geworden in ons denken, zelfs in hoe we kijken.’

Een zin die vaak terugkomt in Wormmaan is: ‘Ik tors haar altijd met me mee, de vrouw die ik nooit werd.’ Geldt dat ook voor u?

‘Jazeker. Ik denk ook niet dat je daar helemaal vanaf komt. Zij is de geïnternaliseerde stem van wat er wordt verlangd van een vrouw. En dan vooral de vervelende verwachtingen: doe eens leuk, lach aardig, kleed je zus of zo. Ik denk dat veel vrouwen daar geen last van hebben, of een beetje of op een andere manier. Maar mijn hoofdpersoon Elke heeft er wel last van en ik persoonlijk ook.’

De boosheid waarover u het net had, lees ik niet terug in Wormmaan. Het is geen boos boek.

‘Dat klopt. Ook als ik boos ben, wil ik het winnen op intellectuele gronden en niet op emotie. Ik ben geen activist, mijn weg is anders. Volgens mij zit er een denkfout in de maatschappij. Omdat ik ook graag nadenk, wil ik die liever blootleggen dan boosheid tonen.

‘Ik voel me ook niet bekneld in deze wereld. Ik heb genoeg bestaansrecht. Het is voor mij eerder een filosofische exercitie. Als ik enorm zou lijden, zou ik daarover hebben geschreven. Maar dat is niet aan de hand.’

De Librisjury schreef over uw boek: ‘Wormmaan is een verbluffend rijke ideeënroman die lijkt te draaien rond de gedachte dat de mensheid blind is voor de eigen vormingskracht.’ Is dat wat u betreft ook de kern?

‘Ja, al ik had het van tevoren nog niet zo helder in mijn hoofd. Ik voorvoelde een parallel tussen hoe we met gender omgaan en onze vingerafdruk op de natuur. Dat we vergeten zijn dat we zelf zo’n vormende invloed hebben. Door het schrijven heb ik helderder gekregen hoe die parallellen werken en met elkaar samenspelen. Als schrijver maak je natuurlijk je eigen bewijsvoering, maar je wilt ook dat het klopt wat je schrijft.’

Heeft u een voorbeeld van zo’n parallel?

‘Denk aan de eerste boeren die in de prehistorie het graan hebben gedomesticeerd. Dat ging niet in één generatie, daar gingen meerdere generaties overheen. En intussen kreeg het graan steeds meer eigenschappen die mensen prettig vonden. Maar honderden jaren later waren de boeren vergeten wat hun voorouders precies met het graan hadden gedaan, dat zij zo’n vormende invloed hadden gehad. Zij zagen alleen dat geweldige graan en de overvloed. Die moeten hebben gedacht dat ze uitverkoren waren.

‘Dit voorbeeld kun je ook doortrekken naar het construct van vrouw-zijn, want dat is ook aan evolutie onderhevig. We zijn vergeten dat we zelf hebben verzonnen hoe je eruit moet zien en het als een natuurlijkheid gaan beschouwen. Terwijl we een flink deel ervan – heus niet alles – zelf hebben bedacht. Nu leggen we die zelfbedachte blauwdruk over iedere vrouw. En als ze er niet aan voldoet, zeggen we: je valt erbuiten, wat is er mis met je? Dat ik dat boven tafel heb gekregen, ervaar ik als een grote opluchting. En we doen het op zo veel vlakken: we maken iets en vergeten dat we het hebben gemaakt. En vervolgens mag niemand er meer aan tornen.’

Vindt u dat iedereen zich met de genderdiscussie moet bezighouden?

‘Ja, maar ik heb er ook vrede mee als dat niet gebeurt. Want ik ben me ervan bewust dat ik er veel mee bezig ben en dat het voor mij belangrijk is. Ik heb geprobeerd het voor iedereen belangrijk te maken, maar het is ook goed als dat niet zo is. Ik maak me ook niet druk over bepaalde zaken waarover anderen zich druk maken. Maar ik geloof zeker dat onze omgang met gender iets zegt over hoe we zijn. Daarom vind ik het interessant en is het ook groter dan alleen mijn persoonlijke verhaal van het meisje dat geen jurkje aan wilde.’

In NRC zei u: ‘Ik heb niet zo veel met de term non-binair.’

‘Ik noem mezelf niet non-binair. Ik vind het moeilijk om hierover te praten, omdat ik het idee heb dat ik mensen afval die dat begrip met veel pijn en moeite hebben bevochten. Dat wil ik absoluut niet. Ik denk dat het belangrijk is dat de term er nu is. En dat mensen die zich zo identificeren, meer ruimte krijgen. Voor mij zit het anders. Zoals iedereen een persoonlijk antwoord op die vraag zal hebben.’

null Beeld  Pauline Niks
Beeld Pauline Niks

Merkt u dat er zaken aan het veranderen zijn op het gebied van genderidentiteit?

‘Ja, er is veel aan de gang. Het is niet zo dat ik uit de achterhoede kom met mijn ideeën. Hoe meer perspectieven hoe beter. Schrijvers als Marieke Lucas Rijneveld, Tobi Lakmaker en Valentijn Hoogenkamp doen ook allemaal een duit in het zakje. En zij vertellen allemaal een ander verhaal dan ik.

‘Dat hebben we nodig, want mijn verhaal over identiteit en gender is niet hét verhaal. Het is mijn perspectief erop, het is in die zin vrij persoonlijk, al heb ik het groter willen maken. Maar als je er als lezer echt iets over wilt weten, dan moet je al die boeken lezen. Dan kom je tot een genuanceerd beeld. Ik heb niet de ambitie om ieders ideeën over gender te veranderen.’

Wie leest u zelf?

‘Annie Ernaux bewonder ik. Ik ben dol op de Deense schrijver Helle Helle en ook op Karl Ove Knausgård. De verbindende factor is dat ik hou van schrijvers die het ongemak niet schuwen. Ze zoeken iets op dat ongemakkelijk voelt en gaan daar op hun superieure manier mee om.’

Heeft u vaste schrijfrituelen?

‘Af en toe moet ik een paar uur op een dagboekachtige manier alles van me afschrijven. Ik moet ruimte geven aan allerlei stemmen die van alles tegen me zeggen, en daarna kan ik aan het werk.’

Wat zeggen die stemmen dan?

‘Dingen als: het stelt niets voor wat je doet, dit is al honderd keer geschreven en bedacht, het is lelijk, je kunt het niet.

‘Ik weet nu wel dat die stemmen erbij horen. Het duurt zo lang als het duurt. Maar voor je gevoel heb je op zo’n dag niets relevants geschreven en heb je ook geen geld verdiend. Dat moet je dan weer loslaten.

‘Aan iets nieuws beginnen is dus ook niet altijd gemakkelijk. Want ik moet daar eerst doorheen.’

Bent u nu met iets nieuws bezig?

‘Ja, ik heb al allemaal losse scènes maar ik ben er nog niet, ik moet nog iets meer rust vinden.

‘Maar ik weet zeker: ik blijf altijd schrijven.’ Lachend: ‘Als ik me op enige identiteit zou mogen beroepen, dan is het die van schrijver. Dat vind ik vrij onomstotelijk.’ Gierend van de lach: ‘En al die andere identiteiten zijn wat flexibeler!’

null Beeld  Pauline Niks
Beeld Pauline Niks

Wie is Mariken Heitman?

Mariken Heitman (1983) studeerde biologie in Utrecht en werkte een aantal jaar als tuinder in de biologische groenteteelt. Eerder doceerde ze op een middelbare landbouwschool. Inmiddels geeft ze als zzp’er les in moestuinieren aan volwassenen in Utrecht.

In januari 2019 verscheen haar debuut De wateraap, dat genomineerd werd voor de Jan Wolkers Prijs en de Bronzen Uil, en op de shortlist stond van de Anton Wachterprijs. Haar tweede roman Wormmaan, die in augustus 2021 verscheen, werd op 9 mei bekroond met de Libris Literatuurprijs, voor de beste Nederlandstalige roman van het afgelopen jaar.

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact

Mariken Heitman: Wormmaan. Atlas Contact; 224 pagina’s; € 21,99.