nieuws

Libris Prijs naar Jeroen Brouwers, jury ‘kon en wilde’ niet om 81-jarige schrijver heen

null Beeld Stephan Vanfleteren
Beeld Stephan Vanfleteren

Op zijn 81ste wint Jeroen Brouwers hem dan toch nog: de Libris Literatuur Prijs. Met zijn roman Cliënt E. Busken, over een dag van de hoofdpersoon in het bejaardentehuis, ‘kon en wilde’ de jury niet om hem heen. ‘Het is fenomenaal, wild, ongeremd: het is de ultieme beheersing van ongeremdheid.’

Toch. Toch nog. Jeroen Brouwers, grootmeester met een imponerend oeuvre van verhalen, essays en romans, schrijver van klassiekers als Bezonken rood, Geheime kamers en Het hout, winnaar van verschillende literaire prijzen maar nooit díé prijs, de Libris Literatuur Prijs – een van de meest prestigieuze prijzen van Nederland – wint hem nu tóch. Op het nippertje, want Brouwers is niet alleen een van onze grootste schrijvers, hij is ook een van de oudste (81 jaar). Hij wint met de roman die naar eigen zeggen het sluitstuk van zijn schrijverschap is: Cliënt E. Busken.

Deze roman is de monologue intérieur van een boze oude man in een bejaardentehuis. Daar zit hij, hulpeloos vastgesnoerd in zijn rolstoeltje, omringd door betuttelend personeel en gestoorde medebewoners, alsmaar zwijgend voor zich uit te staren. Maar van binnen kolkt het. De lezer mag een dagje meestruinen door Buskens ‘gedachtenwildernis’ en raakt al snel heerlijk verstrikt in diens onbegrensde fantasie en de even waanzinnige als eloquente zinnen waarin Busken zich uitdrukt. ‘Echt vanzelf gaat dit niet zolang er iemand in mijn buurt verblijft, alsof er dan een prop in de buizenstelsels het stromen belemmert, zodat ik de druppelende, hooguit sijpelende ben, er is geen wulpse klatering want de stuwkracht is gestremd.’ En dit gaat dan over plassen.

Van niets iets

Het is misschien wel het meest virtuoze aan de roman: hoe Brouwers van een dag in een bejaardentehuis – wat neerkomt op: boterhammetje eten, plasje doen, zitten in de rolstoel – fonkelende literatuur weet te maken. Van niets iets. Het zit hem in de stijl, de soms gedragen, dan weer speelse zinnen van Brouwers, die hij o-zo zorgvuldig (en met de hand!) schreef. Hooguit tien regels per dag; hij deed vier jaar over dit boek. Resultaat is een ‘taalcarnaval’ met een ‘woordenvariëteit als een bloementuin’, zoals hij het Busken laat omschrijven.

Naarmate het verhaal vordert, wordt Buskens’ ‘woordenkamer’ meer en meer overhoop gehaald. Voor de lezer is dat alleen maar mooi; poëtische verhaspelingen en zinnen die creatieve kanten op kronkelen. In de woorden van de jury: ‘Hoe avontuurlijk zwiert het in die kop van Busken (…) Brouwers vangt het allemaal, in zijn schitterende stijl, met zijn uitzonderlijke, begoochelende beheersing van onze taal.’

Ondertussen is de persoon Busken omgeven door mysterie. Met wie hebben we hier te maken? Was hij een ‘bezonken intellectueel’, ‘drie keer gepromoveerd in wetenschapsgeleerdheid’ en een omstreden cryptozoöloog die er in slaagde een eenhoorn te vangen? Of was hij een mislukkeling, met een sneu baantje in de postkamer van een of ander ministerie? Flarden van een jeugd in voormalig Nederlands-Indië, gewag van een moeder, een vrouw, een dochter. Het houdt de lezer gefascineerd.

Jury-rapport

‘Brouwers zuigt je mee in een verslavend taalcircus. De roman is een ware krachttoer, hilarisch, ontroerend, griezelig en ontluisterend tegelijk. Met deze unieke verkenning toont Jeroen Brouwers dit jaar als geen ander wat literatuur vermag: een reis te maken door een binnenwereld van een ander. Het is fenomenaal, wild, ongeremd: het is de ultieme beheersing van ongeremdheid,’ zo schrijft de jury in haar rapport.

Opmerkelijk is dat precies hetzelfde gezegd had kunnen worden over Mijn lieve gunsteling, de roman van Brouwers’ gedoodverfde opponent: Marieke Lucas Rijneveld. De twee werden afgelopen weekend gemoedelijk samen geportretteerd in NRC en kon niet stoppen elkaar te complimenteren: ‘Jeroen, wat een boek! Dat gaat natuurlijk de Librisprijs winnen. Fantastisch.’ Jeroen Brouwers: ‘Dat kan ik net zo goed tegen jou zeggen: wat een boek.’ Ook in Mijn lieve gunsteling wordt een getroebleerde binnenwereld verkend, die van een pedoseksuele veearts. Wat minder hilarisch, maar minstens even griezelig en ontluisterend. Oók een ware krachttoer.

Dat de jury voor Brouwers koos – en daarmee voor een oude witte man, schrijvend over een oude witte man – druist in tegen de tijdsgeest, waarin de roep om gelijke waardering van mannelijke en vrouwelijke auteurs steeds luider klinkt. Is het niet vreemd dat de Librisprijs, die sinds 1994 jaarlijks wordt uitgereikt, tot nu toe slechts drie keer door een vrouw gewonnen werd? Het antwoord luidt: ja. Op voorhand klonken er dan ook veel geruchten dat dit jaar zéker een vrouw zou winnen, al helemaal met de feministische Lilianne Ploumen als juryvoorzitter. Maar toch, de jury ‘kon en wilde’ niet om Brouwers heen – het klinkt haast als een apologie: sorry dat het toch weer een man is.

Maatschappelijke druk

De jury zal zich de maatschappelijke druk hebben aangetrokken, maar is er niet voor gezwicht. Zij heeft – zoals het hoort – een onafhankelijk keuze gemaakt die misschien niet de meest politiekcorrecte is, maar wel een degelijke. Een keuze in lijn met de traditionele rol die de Libris Literatuur Prijs vaak aanneemt: niet alleen het bekronen van een enkel boek, maar ook – zij het onofficieel – het bekronen van iemands schrijverschap an sich. In het geval van Brouwers, die met Cliënt E. Busken niet alleen hoogstaande literatuur schreef maar ook zijn leven wijdde aan het bouwen van een veelzijdig oeuvre, is die keuze meer dan terecht.

Jeroen Brouwers werd verkozen boven de vijf anderen op de shortlist: Gerda Blees (Wij zijn licht) van Merijn de Boer (De saamhorigheidsgroep), Erwin Mortier (De onbevlekte) Marieke Lucas Rijneveld (Mijn lieve gunsteling) en Simone Atangana Bekono met Confrontaties, het boek dat deze maand in de Volkskrant Leesclub wordt besproken (meedoen kan nog, aanmelden via Facebook).

Meer over