LIBERALE KUNST

TOEN minister Brinkman de P.C. Hooftprijs weigerde uit te reiken aan Hugo Brandt Corstius, kreeg de wijze, dappere, sympathieke christen-democraat bijval van een aantal VVD'ers....

Dat had Thorbecke inderdaad gezegd. Maar wat hij met de uitspraak bedoelde, was dat de overheid zich volstrekt van kunst afzijdig moest houden. De liberale staatsman - veel geciteerd, weinig gelezen - koesterde principiële bezwaren tegen overheidssteun voor kunstenaars. Als het aan hem had gelegen, hadden we dus helemaal geen staatsprijzen voor literatuur gehad.

Dit non-interventiebeginsel gaat de meesten van ons vandaag de dag te ver. Zelf maakte Thorbecke ook al uitzonderingen op de regel. Toch hebben liberalen die hun beginselen serieus nemen, de plicht uit te leggen waarom de staat zich zou moeten bemoeien met kunst. Waarom laten we het aanbod niet bepalen door de vraag op de markt? De antwoorden die liberalen op deze vraag geven, bevredigen niet altijd.

Het simpelste antwoord is afkomstig van Frits Bolkestein, die vindt dat kunst in zichzelf waardevol is. Zijn argumentatie - kunst dient gesubsidieerd te worden omdat ik graag naar toneel ga - doet een beetje denken aan het pleidooi van Hans Wiegel voor het behoud van het gymnasium: het gymnasium moet blijven omdat ik er zelf op heb gezeten.

Als we Trouw mogen geloven, zei Bolkestein maandag op een symposium over liberaal cultuurbeleid niet te begrijpen waarom staatssteun voor kunstuitingen op gespannen voet zou staan met de liberale beginselen. 'Er spreekt een zekere elitaire en paternalistische houding uit zulke subsidiëring. Maar dan zeg ik: nou en?'

Nou en? Bolkestein zet hier een toch vrij belangrijk liberaal beginsel overboord, namelijk dat het individu in de regel de beste beoordelaar van zijn eigen belangen en eigen voorkeuren is. Tevens maakt hij de weg vrij voor een verregaande interventie in het privé-domein door een bevoogdende overheid. MTV, beweert Bolkestein, is geen liberaal ideaal. Maar is een staat die dicteert welke consumptiegoederen waardevol zijn, dat wel? Je hebt ook liberalen die betogen dat kunst subsidies verdient omdat zij de keuzemogelijkheden van individuen vergroot. Hoe meer gedragsalternatieven, des te vrijer het individu.

Deze argumentatie volgend zouden talloze particuliere liefhebberijen (van parachutespringen tot postzegels verzamelen, van het maken van verre reizen tot het bezoeken van bordelen) overheidssteun moeten krijgen. Door al deze activiteiten kan het bestaan immers rijker worden. Misschien moet de staat zelfs biseksualiteit propageren. Hebben biseksuelen niet meer keus dan homo- en heteroseksuelen?

Atzo Nicolai, de liberale secretaris van de Raad voor Cultuur die maandag op de VVD-bijeenkomst het woord mocht voeren, verkondigt de opvatting dat de overheid zich moet bemoeien met kunst omdat deskundigheid vereist is om de kwaliteit van kunstuitingen te beoordelen.

Voor de aanschaf van een auto of de keuze van een vakantiebestemming is echter eveneens een zekere kennis van zaken gewenst. Toch voelen weinigen iets voor overheidsbemoeienis in dergelijke kwesties die als privé-aangelegenheden worden beschouwd.

Nicolai's pleidooi voor volledige autonomie van door de overheid gefinancierde kunstenaars doet bovendien denken aan de, in christen-democratische kring geliefde, 'baas in eigen huis en het huis op kosten van de gemeenschap'-gedachte waar liberalen nogal afkerig van zijn.

Het lijkt niet onredelijk om van de kunstenaars die voor steun bij de overheid aankloppen, te verlangen dat zij rekening houden met de voorkeuren en meningen van de politieke meerderheid.

Voor de gewone belastingbetaler luidt de centrale boodschap van de meeste cultuurpolitieke pleidooien: geef kunstenaars een hoop geld want kunst is iets heel moois en oordeel verder niet over hun werk want daar ben je te dom voor. Deze boodschap heeft, op zijn zachtst gezegd, iets onaantrekkelijks.

Frans de Ruiter, voorzitter van de lobbygroep Kunsten '92 en ook spreker op het culturele feestje van de VVD, vindt de artistieke infrastructuur net zo belangrijk als de materiële infrastructuur. 'Van een vliegveld vliegt men weg, maar het bezien van een Brancusi geeft betrokkenen eveneens vleugels, en dan voor altijd.'

Ik heb geen flauw idee wie of wat Brancusi wel mag zijn, maar de vergelijking van De Ruiter lijkt mij mank te gaan. Bij infrastructurele projecten gaat het om collectieve goederen waarvan iedereen profiteert. Van de schone kunsten waar De Ruiter op hoge toon veel geld voor eist, wordt de waarde slechts beseft door een klein elitair groepje.

Het is aardig dat de VVD zich ineens zo voor cultuur interesseert. Wel valt te hopen dat de partij zich niet op sleeptouw laat nemen door een paar highbrows die de gemeenschap willen laten betalen voor hun eigen pleziertjes.

Meer over