Wakkerlandsjan Kuitenbrouwer

Lhbtiq+: een bonte parade zonder rode draad

null Beeld

Meepraten voor beginners: Jan Kuitenbrouwer schrijft het woordenboek van de verbale burgeroorlog die we het ‘openbaar debat’ noemen. Wat hebben de groepen uit de lhbtiq+-beweging met elkaar gemeen?

Jan Kuitenbrouwer

Stel, je loopt over straat en naast de deur van een gebouw zit een bordje waarop staat: ‘Vereniging voor Vegetarisme, Korfbal, Reuma en We Zien Wel’. Wat denk je dan? Een kunstliefhebber denkt misschien: interessant conceptueel kunstwerk, wie zou erachter zitten? Een filosoof denkt: een bonte verzameling van ongelijksoortigheden, wat zou de gemene deler zijn?’ Een organisatiedeskundige denkt: dat wordt geheid bonje.

Voor dat laatste zijn zeker argumenten.

De lhbtiq+-beweging is een soort Vereniging voor Vegetarisme, Korfbal, Reuma en We Zien Wel. Ga maar na: l, h en b staan voor lesbisch, homoseksueel en biseksueel. De l is in feite overbodig, lesbianisme is een vorm van homoseksualiteit, maar afgezien daarvan: het zijn seksuele geaardheden. Dan komt de t, voor ‘transgender’ of ‘transseksueel’. Dat is geen geaardheid maar een —> identiteit waarvan verschillende varianten bestaan, met uiteenlopende en deels tegenstrijdige belangen. De i staat voor —> intersekse. Dat zijn mensen met een atypische geslachtelijke ontwikkeling, ook wel disorders of sexual development (DSD); geen seksuele geaardheid, geen genderidentiteit, maar een aandoening. De q staat voor —> queer: je wilt niet standaard zijn, maar wat je wel bent weet je niet precies. En dan is er nog dat plusje, voor alles wat overblijft, de dagelijks uitdijende verzameling —> genderidentiteiten, een proces dat in theorie kan doorgaan tot er 7 miljard zijn.

Lhbtiq+ staat dus voor geaardheden, identiteiten, medische aandoeningen en een categorie ‘onbepaald’. Vegetarisme, korfbal, reuma en we-zien-wel. Als gezelligheidsvereniging is het misschien een gelukkige mix, maar als belangenorganisatie? De reumalijders willen een zwembad, de korfballers een sporthal. De korfballers willen kroketten in de kantine, de vegetariërs houden het tegen. En de afdeling We Zien Wel wil telkens iets anders.

Dat zie je bij de lhbtiq+-beweging ook. Naarmate de letterparade langer werd, steeg het aantal conflicten. Boston Pride, een van de oudste lhb-organisaties in de VS, heeft zichzelf onlangs opgeheven als gevolg van interne rivaliteiten. ‘A sign of things to come’, schreef digiblad Quillette. Ook in Nederland rommelt het. Het COC zet op Lesbian Visibility Day twee zich als ‘lesbisch’ identificerende mannen in het zonnetje. Weg met die kerels, roepen de gewone lesbiennes. In Engeland is er nu een actiegroep genaamd ‘Get The L Out’, van lesbiennes die uit de optocht willen. In de q-groep zijn er mensen die ook pedofielen in de beweging willen opnemen, waar de meeste andere letters dan weer tegen zijn.

Zoals de organisatiedeskundige al dacht, toen hij langs de Vereniging voor Vegetarisme, Korfbal, Reuma en We Zien Wel liep: dat kan niet goed gaan. Want als het niet geaardheid, —> identiteit of aandoening is, wat hebben die groepen dan wel met elkaar gemeen? Dat ze gediscrimineerd worden? Ook dat geldt niet voor iedereen. Veel mensen met DSD leven een normaal leven als man of vrouw. Er zijn transmensen die succesvol doorgaan voor het andere geslacht en juist niet ‘anders’ wíllen zijn. Soms gaat het over biologie, soms over psychologie, soms over sekse, soms over gender. Soms over hearts, soms over parts. Waar is de rode draad?

Zelf komt Wakkerlands bij de definitie van wat l, h, b, t, i, q en + met elkaar gemeen hebben, niet verder dan: ‘Het heeft iets te maken met, u weet wel, daar beneden.’ Als de bonte genderseksletterparade zich ooit weer opsplitst, is het daarom.

Meer over