TaalgebruikLezerspost

Lezerspost: zij en zij, pollen en een rails

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om ‘tussen zij en zij’ gaat wél.

Henk Knapen las op 19 april dat de coronabeperkingen tot discussies leiden ‘tussen zij die de regels strikt naleven en zij die ze wat rekkelijker opvatten’. Het is een fout die volgens Knapen wel vaker opduikt in de Volkskrant, en die hem pijn aan de ogen doet. ‘Misschien helpt het als u hierover eens een vermanend vingertje opsteekt.’

Niet iedereen ziet misschien direct dat hier tweemaal ‘hen’ had moeten staan, maar als je de zin wat simpeler maakt, wordt het algauw duidelijk. Discussies tussen zij en zij? Nee, tussen hen en hen. Het is immers ook geen discussie tussen jij en ik, maar tussen jou en mij.

In taaltermen volgt, kortom, na een voorzetsel – zoals tussen – niet de onderwerpsvorm (ik, jij, hij) maar de voorwerpsvorm (mij, jou, hem) van het persoonlijk voornaamwoord, in feite een soort samenraapsel van 3de en 4de naamval. En aangezien ‘tussen’ om twee voornaamwoorden vraagt, gaat dit voor beide op: discussies ‘tussen hen die (…) en hen die (…)’ dus.

Dan twee meervoudskwesties. Op 28 mei las Wim Hilbrants over koeien die ‘aan een rails’ door de slachterij werden gesleurd. ‘Als ‘rails’ enkelvoud is, dan is het meervoud zeker ‘railzen’’, schrijft Hilbrants. ‘Nou, dat dacht ik toch niet.’

Nou, wij ook niet, alhoewel... rails lijkt toch enigszins de kant van biels op te gaan – ooit was het één biel, twee biels, later werd dat één biels, twee bielzen. Het meervoud ‘railzen’ (of ‘railsen’) is weliswaar nog erg ongebruikelijk, maar ‘de rails’ als enkelvoudsvorm lijkt zich al ergens halverwege inburgering te bevinden. De Taalunie geeft deze vorm voorlopig de status ‘onduidelijk’, ‘voor taalvarianten die wel frequent gebruikt worden, maar toch door een niet te verwaarlozen groep taalgebruikers afgekeurd worden’.

Nog zo een. ‘Door de neerslag zijn veel pollen neergeslagen’, aldus het weerbericht op 30 april. ‘Stilistisch geen fraaie zin’, schrijft A. van Oudvorst, ‘maar het gaat me om het foutieve meervoud. ‘Pollen’ (van het Latijnse pollen, stuifmeel) kan alleen in het enkelvoud gebruikt worden, net als verzamelbegrippen als ‘rijst’.’

Toch blijkt ook dit weer zo’n geval te zijn waarbij een oorspronkelijk onjuist gebruik in de loop der tijd geaccepteerd is geraakt – en daarmee juist is geworden. ‘Pollen is historisch gezien een enkelvoudig onzijdig woord: het pollen’, beaamt de Taalunie. Maar ‘tegenwoordig wordt het vaak als een meervoudsvorm gebruikt. Daar is geen bezwaar tegen.’

Dat maken we zelf wel uit, horen wij u denken.

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Meer over