taalgebruiklezerspost

Lezerspost: werkeloos is vaak ook werkloos

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om werkloos en werkeloos gaat niet helemaal.

‘Ik zie het de laatste tijd steeds vaker in de Volkskrant’, schrijft Marijke Dohmen, ‘werkeloosheid’, waar werkloosheid wordt bedoeld.’ Ook andere lezers hadden dit al eens opgemerkt. ‘De betekenissen zijn toch echt verschillend’, aldus Dohmen.

Het betekenisverschil waar ze op doelt, is dat tussen ‘niet in bezit van een baan’ (werkloos) en ‘niets om handen hebbend’ (werkeloos). In de praktijk blijken de twee nogal inwisselbaar – althans, mensen, ook die van de Volkskrant, blijken ze nog weleens door elkaar te gebruiken. Maar over de vraag of dat wel mag, verschillen dus de meningen – en gelukkig maar, anders zouden wij van Lezerspost weinig om handen hebben.

De ergernis begint doorgaans wanneer ‘werkeloos’ wordt gebruikt in een context van werkgelegenheid: ‘Werkeloosheid in VS blijft stijgen’, kopte de krant in mei. Het omgekeerde, het gebruik van ‘werkloos’ in een context van ledigheid, zoals in ‘werkloos toekijken’, komt ofwel veel minder voor, of werkt gewoon niet zo op de taalspieren van onze lezers. De klachten gaan in elk geval steevast over optie 1.

‘Probeert u eens allen die in uw krant schrijven te doordringen van het verschil tussen werkloos en werkeloos. Dat verschil moet blijven!’, riep een activistische lezer ooit al eens. Maar ja, er is wel meer dat volgens sommige mensen moet blijven. Bovendien kun je je in dit geval afvragen of er daadwerkelijk sprake is van een verschil, en of het überhaupt gaat om een recente ontwikkeling, zoals meerdere lezers beweren.

Diverse taalautoriteiten vinden ‘werkeloos’ een acceptabel woord om een gebrek aan baan mee aan te duiden – als ‘informeel’ synoniem van ‘werkloos’ dus, zoals Van Dale het verwoordt. De Taalunie signaleert dat ‘werkloos en werkeloos (...) allebei in de betekenis ‘zonder (betaald) werk’’ worden gebruikt, en doet daarnaast een feitelijke constatering: ‘De vorm werkloos is het gebruikelijkst in deze betekenis.’ Onze Taal benadrukt bovendien dat de discussie niet iets van de laatste tijd is: ook oudere woordenboeken wisten al te melden dat het verschil eigenlijk ‘alleen op papier’ bestaat.

Niet onjuist, wel minder gebruikelijk en wat informeler – dat lijkt dus de conclusie voor wat betreft ‘werkeloos’. Maar dat het woord lezers tegen de borst blijft stuiten, is wel duidelijk. Anton Overboom stuurt, wellicht tegen beter weten in, aan op een compromis: ‘Laten we, met ons allen, ‘niets doende’ voor ‘werkeloos’ bewaren en ‘geen baan hebbende’ voor ‘werkloos’ – en laat ‘Koos Werkeloos’ de enige uitzondering zijn op deze taalafspraak.’

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Meer over