TaalgebruikLezerspost

Lezerspost: Kun je behalve in ook op de bres springen?

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om verhaspelde uitdrukkingen gaat niet altijd.

Aandacht nu voor de klok en de klepel, oftewel taalsituaties waarin de auteur, of de aangifte doende lezer aan ons taalloket, het bijna, maar net niet, bij het juiste eind heeft.

Willem den Hertog las op 10 juli een artikel waarin viroloog Louis Kroes stelt dat activiteiten in de buitenlucht in mei amper tot besmettingen hebben geleid, waarna er over deze Kroes te lezen stond: ‘Een armslag neemt hij wel: zo hadden ruim vierduizend geïnfecteerden geen flauw idee waar ze het virus hadden opgedaan.’

‘Zeg er eens wat van’, luidt Den Hertogs korte mail. Nou ja, niet best inderdaad. Maar goed gezien, want hier heeft blijkbaar iedereen ter redactie overheen gelezen, en ook aan ons loket was Den Hertog de enige klokkenluider.

Voor wie de verhaspeling niet direct opviel: de viroloog spreekt met een zeker voorbehoud, wat bij het toeschrijven van besmettingen waarschijnlijk niet onverstandig is; hij houdt, kortom, een slag om de arm. Dat kan ook korter, moet de auteur hebben gedacht. Alleen betekent armslag wel iets anders: bewegingsruimte, zowel letterlijk als figuurlijk.

Soms lijkt een lezer een contaminatie te pakken te hebben, maar blijkt de soep bij nader inzien toch wat minder heet. Sietske Knol wees ons op een artikel over een expositie in de Kunsthal; daarin stond ‘dat het de staat is die hier op de bres is gesprongen voor het beschermen van kunst en ambacht’.

‘Mijn taalgevoel zond een alarm uit bij het lezen’, aldus Knol, ‘en inderdaad: hier worden twee uitdrukkingen verhaspeld. Het is ‘op de bres staan’ (helpen) of ‘in de bres springen’ (verdedigen).’

Hoogstwaarschijnlijk weet Knol zich bevestigd door een woordenboek; zo maakt Van Dale inderdaad melding van twee aparte uitdrukkingen. Maar de diverse taaladviesdiensten zijn coulanter: dit onderscheid hoeven we niet per se aan te houden, zeggen bijvoorbeeld Onze Taal en het Vlaamse Taaltelefoon. De staat mag hier dus ook best op de bres springen voor de kunst.

(Die bres in kwestie duidt overigens op een gat dat in een vestingmuur is geschoten. ‘De dappersten sprongen/stonden dan in het gat, of op de overblijfselen van de muur, om het als eersten tegen de vijand op te nemen’, herinnert Onze Taal zich.)

Toch nog vals alarm, dus. Een taalartikel uit 2014 in Trouw vatte het al kort en bondig samen in de veelzeggende kop: ‘In en op de bres kun je zowel staan als springen.’

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Meer over