Taalgebruik!

Lezerspost: Kijk naar dit – nee, kijk liever hiernaar

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om voor dit en hiervoor gaat wel.

‘Steeds vaker hoor ik ‘voor dit’ i.p.v. ‘hiervoor’ (for this?) en ‘van dit’ i.p.v. ‘hiervan’ (of/from this?)’, schrijft Quiny Voorn. ‘Zo kan ik nog even door gaan. Hierna, hierin en hierop: waar zijn ze gebleven?’

Strikt genomen geen thema voor Lezerspost, de lezer is dit immers niet – geprezen zij de Heere – in de Volkskrant tegengekomen. Wel een fijn excuus om dit lelijke anglicisme eens als zodanig te benoemen. Want dat je hier het Engels door het Nederlands heen hoort, lijkt toch wel duidelijk – en ook Voorn suggereert dit.

Wie Nederlands als tweede taal leert, krijgt op een dag te maken met rekensommen als aan + het = eraan. Zodra er een voorzetsel bij komt kijken, verandert ‘het’ in ‘er’: niet ‘ik denk aan het’ maar ‘ik denk eraan’. Een voornaamwoordelijk bijwoord, superingewikkeld voor tweedetalers, een automatisme voor moedertaalsprekers – althans, dat was het.

Ook ‘dit’, ‘dat’ en ‘wat’ veranderen in combinatie met een voorzetsel in een lid van de er-familie: ‘aan dit’ wordt hieraan, ‘aan dat’ daaraan en ‘aan wat’ waaraan. Engelstaligen doen hier niet aan, oftewel: die doen niet aan dit. Die praten over dat en zijn ziek van het.

Je zou zeggen dat dit een van de laatste dingen is die je zou moeten willen overnemen. Maar toch gebeurt het, in elk geval in de spreektaal. Kijk naar dit. Aan wat denk je? Alleen zinnen als ‘ik denk aan het’ lijken zelfs de meest Engels angehauchte Nederlander vooralsnog te ver te gaan.

Er zijn nog meer varianten. Ook ‘iets’, ‘niets’ en ‘alles’ veranderen: ‘aan iets’ wordt ergens aan, ‘aan niets’ nergens aan en ‘aan alles’ overal aan. Hoewel... een zin als ‘ik denk aan iets’ klinkt eigenlijk niet verkeerd. Hoe zit dat?

De Algemene Nederlandse Spraakkunst* bevestigt dat bij iets/niets/alles beide opties mogelijk zijn: ‘Jij denkt nooit ergens aan’ is juist, maar ‘Jij denkt nooit aan iets’ dus ook.

Daar is dan wel weer één uitzondering op, want, aldus de niet zo jip-en-janneketaal van de ANS, ‘wanneer voornaamwoorden met een nabepaling zijn verbonden, kan geen voornaamwoordelijk bijwoord in de plaats van een voorzetselconstituent komen’. Oftewel: ‘Ik denk aan iets leuks’ kun je vanwege de nabepaling ‘leuks’ niet vervangen door ‘Ik denk ergens leuks aan’.

*) Er zijn vast lezers die na de #taalophef van deze week denken: ik weet het beter als de ANS. Maar die ophef bleek achteraf een storm in een glas water.

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Lees hier alle afleveringen van alle rubrieken van de pagina Taalgebruik! uit de Volkskrant.

Meer over