Taalgebruik

Lezerspost: is de krant voor of tegen een fittie?

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om fittie gaat niet.

De Volkskrantlezer is doorgaans niet van de straat. En soms is dat best een gemis, want op die straat ontstaan nieuwe woorden, waarvan sommige uiteindelijk weer diezelfde Volkskrant binnendruppelen. Daar zit je dan met je klassieke opleiding. Moratorium, oratorium, pars pro toto: allemaal geen enkel probleem – maar, zoals een lezer ons schrijft, ‘wat is in vredesnaam een fittie?’

Nu willen we niet beweren dat je onder een steen hebt gelegen als je dat woord nog nooit hebt gehoord, maar erop neerkijken is ook weer niet nodig. Wie zegt overigens dat al die Latijnse woorden ook niet ooit op straat zijn ontstaan – ergens rond het forum, weet u veel?

Een fittie (ontleend aan het Sranantongo: feti, van het Engelse fight) is een ruzie, een relletje, veelal in de media en vaak wat onnozel van aard, net als het woord zelf. Een zeer ernstige fittie zul je niet zo snel tegenkomen.

Het Volkskrant-archief laat aardig zien welke ontwikkeling het woord de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Een korte reconstructie:

- In 2007 duikt het voor het eerst op. Aanvankelijk in teksten over straattaal, maar al snel gaat het de mediakant op: ‘Zo werden vele twitteraars ongevraagd deelgenoot van een ordinaire ruzie, op Twitter een fittie genoemd’ (2010).

- Het woord slaat breder aan. Uit ‘Alles wat we in 2012 niet meer kunnen horen of zien’ (2011): ‘Zullen we afspreken om zo’n ruzie nooit, maar dan ook nooit meer fittie te noemen?’

- Dat is er niet van gekomen. In 2013 schrijft Aaf Brandt Corstius: ‘Over ruzies hebben we het niet meer, in sterrenland. Alles is een fittie.’

- Dat het woord niet meer van de straat is, blijkt wel in 2019, als Robert ten Brink (63) in een interview zegt: ‘Ik heb weleens een – zoals je dat tegenwoordig noemt – fittie met iemand gehad.’

Maar dat Ten Brink het zegt, is nog iets anders dan dat de Volkskrant het schrijft, denken sommige lezers, die ons dan ook verzoeken direct op te houden met deze onzin. ‘Graag in het vervolg Nederlandse standaardtaal’, aldus Peter van der Schaft.

Maar misschien is het wat ironische ‘fittie’ juist een leuke toevoeging op die standaardtaal. In de nieuwste Van Dale (2015) is het woord al te vinden, zij het nog met het label ‘straattaal’. Nu het de straat definitief lijkt te zijn ontgroeid, is het tijd voor een warm welkom in onze standaardtaal.

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Meer over