TaalgebruikLezerspost

Lezerspost: hutjemutje of hutje bij mutje?

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om hutjemutje gaat niet helemaal.

Gerda en Louis Weltens lazen op 19 juni een artikel over arbeidsmigranten die ‘hutjemutje in een busje’ zaten. ‘Huh, denken wij, het is toch hutje bij mutje?’, schrijven ze. ‘Niet voor het eerst zien we deze uitdrukking op deze manier gebruikt worden. Het is stilaan strijk aan zet in de media. Verklaar u nader, Volkskrant.’

Gaan we doen – maar wacht even, wat stond daar nu precies? Stilaan strijk aan zet in de media. Dat klinkt poëtisch, met die herhaling van ‘aan’, maar er had eigenlijk strijk-en-zet moeten staan: schering en inslag. (Over de herkomst van deze term bestaan vele sagen en legenden, uiteenlopend van verhalen over het opstrijken van geld bij het dobbelen tot iets met het strijken van een zeil.)

Maar goed, hutje dus, en mutje. En of die los zitten of vast. Dat kan allebei, want het blijkt een vruchtbaar duo, als we de Van Dale erop naslaan: hutje bij mutje leggen ‘gezamenlijk de kosten dragen’, hutje en mutje ‘de hele boel’, met hutje en mutje ‘met pak en zak’ (oftewel: met zijn hele hebben en houden). En dan nog het aparte lemma hutjemutje: ‘heel dicht op of bij elkaar’.

Meerdere opties dus, met verschillende betekenissen, maar met de overkoepelende gedachte dat ergens veel van zich relatief dicht bij elkaar bevindt, of gaat bevinden. Maar opvallend genoeg kun je, afgaande op deze definities, ‘hutje bij mutje’ niet gebruiken als synoniem van ‘hutjemutje’, zoals de Weltensjes lijken te suggereren. Dat de variant met ‘bij’ hun vertrouwder in de oren klinkt, is echter niet zo vreemd; ‘hutjemutje’ als één woord lijkt namelijk een relatief nieuw verschijnsel. Zo is de uitdrukking ‘hutjemutje zitten’ volgens Onze Taal pas in de afgelopen twintig jaar in de verschillende woordenboeken verschenen.

Overmatig gebruik kan bovendien op de zenuwen werken. ‘Sinds de coronacrisis kan ik geen krant meer openslaan of er wordt geschreven dat mensen hutjemutje bijeenzitten’, schrijft Kees Versteeg. ‘Het wordt bijna irritant, dat hutjemutje.’

Dat het gebruik van de term in een context van corona schijnbaar is toegenomen, laat ook zien dat het woord vaak een negatieve connotatie heeft: die arbeidsmigranten zaten niet dicht op elkaar, maar té dicht, luidt het oordeel. Wie hutjemutje bijeenstaat, had eigenlijk anderhalve meter moeten betrachten.

De term lijkt, kortom, te gedijen bij een pandemie. Interessant om te kijken of een toekomstig vaccin de verdere verspreiding van het woord ook weet tegen te gaan.

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Meer over