TaalgebruikLezerspost

Lezerspost: het juiste gebruik van loodsen, lozen en ‘zich storen aan’

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? In het geval van loodsen en lozen wel.

Er ging het een en ander mis in koppen en onderkoppen, de afgelopen tijd. Harold Ansink had ‘natuurlijk weer erg gelachen’ om een zin in de intro bij het artikel van afgelopen maandag over Emmanuel Macron, de Franse president die zelfs in tijden van crisis maar niet populair wil worden: ‘Desondanks heeft hij Frankrijk door de crisis geloodsd.’

Een pluim voor diegene die in één oogopslag ziet wat hier loos is. Het woordbeeld is verraderlijk, waarschijnlijk door de gelijkenis met het woord ‘geloosd’, van het werkwoord ‘lozen’ – met een z dus. Maar hier is het werkwoord natuurlijk niet ‘loodzen’ maar ‘loodsen’, dus dat vraagt om een -t in het voltooid deelwoord: geloodst. (Iets met een kofschip, voor jongere lezers ook wel ’t ex-kofschip – of ’t fokschaap, zo u wilt. Of soft ketchup, als Nederlands ooit een nieuwe taal voor u was.)

Lozen, loodsen: het leidde eerder al eens tot verwarring. In een artikel, begin maart, over aangetaste rails, die het zwaar te verduren zouden hebben van de doorgetrokken toiletinhoud uit oudere treinen, las Henk de Moei: ‘Dat wordt op het spoor geloodst en tast de bevestigingsmiddelen aan.’ Keurig gespeld dit keer, maar helaas net het verkeerde werkwoord. Want het was natuurlijk lozen, wat die treinen deden met hun toiletinhoud. Ook een soort loodsen, maar dan net wat directer.

‘Astrologen ontdekken zwart gat met recordnabijheid tot de aarde’, kopte de krant op 7 mei. Ook hier zal de fout niet iedereen direct zijn opgevallen, maar de auteur van het stuk (die zelf niet verantwoordelijk was voor de kop) zal vermoedelijk het liefst in dat zwarte gat zijn verdwenen. De betreffende sterrenkundigen, dat waren natuurlijk astronomen en niet -logen – want dat zijn de mensen die uw wekelijkse horoscoop verzorgen.

Tot slot storen lezers zich met enige regelmaat aan, nou ja, deze zin bijvoorbeeld. Namelijk aan de constructie ‘zich storen aan’, vorige week liefst tweemaal te bewonderen op de taalpagina, onder meer in een onderkop. ‘Is onjuist, iets stoort je of je ergert je aan iets. Ik ben deze fout al meerdere malen tegengekomen. Even opletten!’, schrijft Sjoukje Blaakmeer-Stolk.

Is onjuist, Sjoukje, want in tegenstelling tot wat meerdere mensen blijkbaar denken, is er met ‘zich storen aan’ helemaal niets mis, zo bevestigen ook Onze Taal, de Taalunie en het woordenboek bij u in de kast. Vermoedelijk leidt het wél onjuiste ‘zich irriteren aan’, hier eerder al eens behandeld, tot verwarring.

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Meer over