TAALGEBRUIKLEZERSPOST

Lezerspost: heb ik of ben ik verloren?

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om ik heb of ik ben verloren gaat niet.

‘Veel te vaak lees ik het in de krant en hoor ik het om me heen: iemand is iets verloren’, schrijft Veronique Schaaf. ‘Naslag bij Van Dale leert dat bij het werkwoord ‘verliezen’ het hulpwerkwoord ‘hebben’ hoort.’

In dat woordenboek staat inderdaad, opvallend genoeg, ‘verliezen (verloor, h. verloren)’ – geen spoor van het hulpwerkwoord ‘zijn’. Terwijl dat wel degelijk mogelijk is. ‘Verliezen kan zowel met hebben als met zijn worden vervoegd’, zegt de Taalunie. Wel wordt er traditioneel vaak een onderscheid gemaakt tussen twee betekenissen: ‘kwijt raken’ en ‘kwijt zijn’. Ligt de nadruk op het kwijt raken, dan zou het hulpwerkwoord ‘hebben’ gebruikelijker zijn: ‘Ik heb zojuist mijn portemonnee verloren.’ Maar, aldus de Unie, ‘als het gevolg van de gebeurtenis of handeling wordt benadrukt, is ook de vervoeging met ‘zijn’ mogelijk’: ‘Ik zit zonder kleingeld, want ik ben mijn portemonnee verloren.’

Dit ‘ietwat kunstmatige onderscheid’ wordt niet door iedereen aangevoeld, weet de Taalunie, die daarom maar vaststelt: ‘Beide mogelijkheden zijn correct.’

Het maakt, kortom, eigenlijk allemaal niks uit: hebben of zijn, doe maar wat. Waar hebben we het eigenlijk over? Maar toch opvallend dat het woordenboek er (nog) anders over denkt.

Een iets duidelijker verschil doet zich voor bij het werkwoord ‘vergeten’, waarbij de hulpwerkwoorden ‘hebben’ en ‘zijn’ weliswaar vaak allebei mogelijk zijn (‘ik heb/ben mijn huissleutels vergeten’) maar ‘zijn’ de enige optie is als het gaat om ‘iets niet meer weten’ (‘ik ben vergeten hoe laat hij zou komen’).

Maar er zijn meer taalsituaties waarbij de hebben/zijn-discussie oplaait. ‘Weet u wat ook zo’n taalgruwel is?’, vraagt Ruurd de Pont uit Weert. ‘Ik had er graag bij geweest. Dit is natuurlijk zinledige kletskoek. Deze fout hoor je steeds meer, overigens vooral door personen uit het westen van het land. Let er maar eens op.’

Dat laatste beaamt Onze Taal (uit Den Haag): ‘had geweest’ hoor je inderdaad ‘iets vaker in het westen dan in het oosten van het Nederlandse taalgebied’. Maar nieuw is het niet: uit een onderzoek uit de jaren twintig bleek ‘dat het gebruik van ‘had geweest’ in het Middelnederlands [ca. 1200-1500] een algemeen verschijnsel was’, dat in de loop der tijd steeds meer uit de standaardtaal is verdrongen. Sindsdien kwam het nog wel eens voor ‘in zogenaamde ‘irrealiszinnen’: zinnen die een onwerkelijkheid uitdrukken (iets wat níét gebeurd is)’. Zinnen als ‘Ik had er graag bij geweest’ dus.

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Meer over