TaalgebruikLezerspost

Lezerspost: de vier beste of de beste vier?

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om de vier beste of de beste vier gaat niet.

Twee mails van Elsa Heij-de Herder, over twee soortgelijke kwesties. Na het lezen van een artikel over de vakantie van ‘de twee oudste prinsessen’ schrijft zij: ‘Er kan maar één de oudste zijn, dus: de oudste twee prinsessen bleven in Griekenland.’ Daar zit wat in, al keurt zowel de Taalunie als Onze Taal beide constructies goed.

Een week later, op de sportpagina: ‘de vier beste’. Heij-de Herder (1922): ‘Dit moet natuurlijk de beste vier zijn. Héél lang geleden hoorde ik mijn ­lerares Nederlands geregeld zeggen: ‘Er kan maar één de beste zijn.’’ Een universeel gegeven, zou je zeggen. Maar opvallend genoeg zeg je in het Frans bijvoorbeeld weer wel les quatre meilleurs, en niet les meilleurs quatre. De uitleg gaat dus toch niet altijd – of overal – op.

Bovendien is er nog iets aan de hand: het betreffende artikel ging niet over de beste vier spelers uit één sport, maar over de beste spelers uit vier verschillende sporten. Vier keer de beste dus – in die context verdient ‘de vier beste’ juist wel de voorkeur.

‘25 jaar na de dood van tv-schilder Bob Ross is diens imperium nog springlevend’, kopte de Volkskrant dinsdag op de voorpagina. ‘Graag zou ik uitleg krijgen over het gebruik van het voornaamwoord ‘diens’ of ‘zijn’, schrijft Tienk Smeets, met verwijzing naar die kop. ‘Heel regelmatig vind ik ‘diens’ waar ‘zijn’ naar mijn mening correcter is.’

Deze zogeheten ankeiler op de voorpagina was gebaseerd op de inleiding boven het stuk. Daar stond: ‘Hoe kan het dat het imperium van de Amerikaanse tv-schilder (...) Bob Ross 25 jaar na diens dood nog steeds springlevend is?’ Als in die zin niet ‘diens’ had gestaan maar ‘zijn’, zou het lijken alsof dat woord verwijst naar ‘het imperium...’, het onderwerp van de bijzin. Om grammaticale verwarring te voorkomen en duidelijk te maken dat het om een verwijzing naar de schilder gaat, is ‘diens’, dat alleen naar (mannelijke) personen verwijst, hier functioneel.

Maar is er bij de – net iets anders geformuleerde – zin op de voorpagina eigenlijk wel sprake van verwarring als je daar gewoon ‘zijn’ zou gebruiken? Dan wordt het: ‘25 jaar na de dood van tv-schilder Bob Ross is zijn imperium nog springlevend’. Strikt genomen zou ‘zijn’ nu kunnen verwijzen naar twee referenten: ‘de dood...’ en ‘Bob Ross’. Inhoudelijk gezien is het wel duidelijk wie van die twee een imperium bezit, maar het gebruik van ‘diens’ geeft de lezer een extra zetje in de juiste richting.

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Meer over