TaalgebruikLezerspost

Lezerspost: de juiste brij en het meervoud van tijdslot

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om brei en brij gaat wel.

Vorige week ging het over woorden die op elkaar lijken, schijnbaar iets anders betekenen, maar uiteindelijk toch óók synoniemen blijken (zoals ‘bevattelijk’ en ‘vatbaar’). De gedachte aan het Nederlands als ‘één grote brij van woorden die min of meer hetzelfde betekenen’ drong zich op. Godzijdank hadden we ‘brij’ in die zin correct gespeld, want dat blijkt in de Volkskrant allerminst een zekerheid.

In maart werd er al eens ‘om de hete brei heen’ gedanst, signaleerde Ineke Merkus. En nu stuitte Gert Stuve in een artikel over de kosten van de Olympische Spelen op het woord ‘cijferbrei’. ‘De korte en de lange ei zijn bleikbaar niet eenvoudig’, kopt Stuve in.

Over brij gesproken: er ging afgelopen week iets niet helemaal goed in het artikel van Teun van de Keuken, die een veganistisch dieet uitprobeerde. ‘Op een gegeven moment raak ik uitgekeken op weer humus, weer baba ganoush en weer pindakaas’, schreef hij. ‘Logisch’, schrijft Rien Wisse, ‘tuinaarde is ook niet om te eten. Probeer hummus: kikkererwtenpuree.’

Een paar dagen later meldt Wisse zich opnieuw. De Volkskrant blijkt nog steeds aan het breien, nu in het Magazine, waarin uitgelichte details van een schilderij worden omschreven als respectievelijk ‘spaghettibrei’ en ‘een explosieve brei’. ‘De auteur had even geen (taalkundig) Oog voor detail’, aldus Wisse.

Een woord dat u hopelijk nooit met ‘ei’ geschreven zult zien, is ‘tijd’ – maar in een samenstelling met -slot ontstaan weer geheel nieuwe uitdagingen. Anetta de Jong schrijft: ‘Het inmiddels in de museumwereld ingeburgerde ‘tijdslot’ wordt in het meervoud vaak ‘tijdsloten’. Maar wat hier wordt bedoeld is toch een Engels slot, met als meervoud slots?’

Klopt, het gaat in deze context niet om een ketting- of hangslot, maar om, aldus Van Dale, een ‘plaats (in programma)’. Het woord ‘tijdslot’ – een vaste begin- en soms eindtijd aan een toegangskaartje – is dus half Engels. Er zijn wel nog pogingen ondernomen om er een volledige vertaling van te maken; dat werd dan bijvoorbeeld ‘tijdvenster’, maar dat woord is dit jaar in coronatempo gesneuveld.

En inderdaad, het meervoud is dan dus niet ‘tijdsloten’ (en ook niet ‘tijdslotten’) maar, conform het Engels, tijdslots. Dat woord druist alleen wel een beetje in tegen het taalgevoel, wellicht verklaart dat het gebruik van de Nederlandse meervoudsvorm. En wat natuurlijk ook niet meehelpt, is dat er wel degelijk ‘tijdsloten’ bestaan: van die afsluitmechanismen die bijvoorbeeld een kluis pas na een tijdje laten opengaan.

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Meer over