Boekrecensie

Levenshonger is een fascinerende roman die perfect de tijdgeest vangt ★★★★☆

Marie Kessels beschrijft één dag uit het harde leven van een arbeidsmigrant in een vleesverwerkingsbedrijf. Niet voor het eerst kiest ze duidelijk de kant van het kwetsbare individu.

null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

Eens in de zoveel tijd duiken er nieuwe beelden op. We kennen ze allemaal. Of niet, misschien ben je iemand die snel wegzapt, omdat je net aan een ham-kaastosti zit, vanavond gaat barbecueën of gewoon niet geconfronteerd wilt worden met nóg meer ellende in de wereld. Gegil, bloed, stuiptrekkingen. Varkens die in no time verwerkt worden tot de keurige filetlapjes die vandaag in de aanbieding zijn.

Vleesverwerking, net een onderwerp voor Marie Kessels (1954), die in haar romans vaak het cerebrale van haar personages tegenover het zintuiglijke zet. In Ruw (2009) gebruikt een blinde vrouw haar tast om de weg te vinden. De fotografe in Brullen (2015) verdraagt geen lawaai. Veldheer Banner (2018) gaat over een intellectueel die door de ziekte van Parkinson met zijn lichaam geconfronteerd wordt.

In Kessels nieuwste, Levenshonger, werkt de intelligente Poolse Elzbieta bij het Nederlandse vleesverwerkingsbedrijf PerfektKost, waar zij aan de lopende band varkens uitbeent. Het werk in een ijskoude, bloederige hal is zwaar. Pijn is een constante factor voor de werknemers, die beurse schouders en rauwe, gezwollen handen hebben. Bepaald gezellig is het ook niet, iedereen houdt elkaar in de gaten: wie neemt het langst pauze, wie krijgt het meeste koffie, wie pikt de ‘leuke’ klusjes in? Elzbieta houdt het drie maanden vol.

Langzaam en geconcentreerd lezen

Kessels staat niet bekend als ‘makkelijk’; haar werk lekker doorlezen lukt eigenlijk niet. In haar zinnen staan de woorden vaak net even op een andere plek dan je ze verwacht. Soms loopt de boel daardoor wat knarsend, maar vaak verrast zo’n onverwachte zinswending: ‘Ik geloof niet dat we ertoe bestemd zijn om ieder voor onszelf aan de slippen van de mensheid te spartelen als een droeve naaktslak.’ Moeilijk of mooi? Wat je er ook van vindt, Kessels dwingt je langzaam en geconcentreerd te lezen, alsof ze wil zeggen: ik heb moeite gedaan deze zin op te delven, dus neem jij nu ook de tijd hem weer te laten bezinken.

Daarbij komt dat Kessels niet zo van de plot is. Zo gaat het in Het lichtatelier uit 2012 tientallen pagina’s lang over papierscheppen – daar moet je tegen kunnen. Ook Levenshonger moet het niet hebben van een zinderende intrige. In de roman volgen we Elzbieta één dag – een doodgewone dag waarop ze in een café haar Nederlandse taalles leert, haar oom bezoekt op zijn werk en een avondwandeling maakt door de stad. Gaandeweg horen we meer over PerfektKost.

Elzbieta is degene die de roman alsnog toegankelijk maakt, het verhaal gaande houdt en, met haar onverschrokkenheid, zelfs iets vrolijks geeft. Ze studeerde in Polen, maar dat verveelde haar, dat ‘leven zonder echte urgentie, een beetje een glad en onnozel en goedkoop leven toch wel’. Hoe zou het zijn ‘om je ergens ver weg zwaar in de nesten te werken, en niemand kwam je redden’? En dus vertrekt ze. En omdat je geen dure studie afbreekt en 900 kilometer naar het westen reist ‘om daar het verwende kind uit te hangen’ wordt PerfektKost haar bestemming. ‘Je doet iets, je smijt jezelf in een afgrond en ja, dan móet je kijken, je móet luisteren, je móet voelen waar je bent op deze wereld.’

Kwetsbare personages

En zo komt Elzbieta terecht in een wereld die hard en ruw is, maar ook écht. Een wereld waarin, juist door alle lelijkheid, het mooie extra schittert. Dat mooie zit hem in de pretentieloze vriendschappen die ze sluit met de mensen die ze ontmoet, zoals de nurkse schrijver Jozef, die haar morrend betaalt voor wat hulp in de huishouding, PerfektKost-collega Ewa, die de kunst van het stiekem niksnutten verstaat en zo als enige niet totaal uitgeblust raakt door het harde werk, serveerster Carl, die niet tegen haar baas durft te zeggen dat ze maar één goed functionerende hand heeft en de diep ongelukkige buurjongen Danny, die met zijn engelengezicht oudere heren betovert. Volgens Elzbieta hebben ze iets essentieels gemeen met elkaar en haarzelf: ‘Allemaal zijn we op een dag uit ons knusse warme mandje gesodemieterd en toen meteen ontnuchterd.’

Kessels kiest – niet voor het eerst – duidelijk de kant van het kwetsbare individu; dit zijn stuk voor stuk personages die zich proberen staande te houden in een harde maatschappij waar het ieder voor zich is. Elzbieta beziet iedereen met evenveel compassie, hoe onuitstaanbaar of onaangepast ze ook mogen zijn. Toch is ze geen zijig iedereen-mag-er-zijn-type, maar komt ze door geduldige observatie tot haar genadige oordelen. Zelfs over de vreselijke dingen die gebeuren in het vleesverwerkingsbedrijf. ‘Werken in die zware zoete geurbel, verse kadavers, verse mest, leven dat terugweek, riep iets in ons wakker’, legt ze uit. De wens om toe te geven aan ‘de eerste de beste impuls’ en je onder te dompelen in een roes ‘die ons zou helpen vergeten welke geur we met ons meedroegen en ook welke kinderachtigheden we tijdens onze dienst uithaalden om de dag door te komen’. Soms filmt ze stiekem wat er op de werkvloer gebeurt, om bij de strot te grijpen wat haar zo-even nog bij de strot had.

Iets extreems, iets buitenissigs doen is voor de werknemers een manier om een stukje macht op de smeerboel terug te veroveren. Zwaar werk valt veel beter vol te houden ‘wanneer je je meest redeloze kant niet aldoor te kort aan de lijn houdt’. Onderschat nooit iemands verlangen zich flink te bevuilen aan een wereld die toch al vol drek en waanzin is, zegt Elzbieta, en die uitspraak is essentieel.

Kessels praat niets goed maar laat in deze fascinerende roman wel zien dat het systeem, en niet het individu, verantwoordelijk moet worden gehouden voor excessen. Voor wie het wil zien, is het slachthuis een metafoor voor het neoliberalisme: je moet er knokken, jezelf verrijken ten koste van anderen, ‘je neus vol bloedgeuren, altijd opgewonden’. Zo vangt Levenshonger perfect de tijdgeest – ik moest althans meteen denken aan Ruttes bestuurscultuur, de toeslagenaffaire, Sywert van Liendens nieuwe auto van 85 duizend euro, de misstanden op de woningmarkt en de absurditeit van de Formule 1 in Zandvoort. Een verrot systeem leidt tot uitwassen – we kennen de beelden.

null Beeld De Bezige Bij
Beeld De Bezige Bij

Marie Kessels: Levenshonger. De Bezige Bij; 266 pagina’s; € 22,99.

Meer over