Leven zonder televisie

Wat begon als technisch mankement – de televisie ging kapot – eindigde in een interessant experiment. Journalist Francisco van Jole over het televisieloze bestaan: 'Het eerste wat opviel was de zee van tijd die zich plotseling voor me uitstrekte....

De recordhitte van de zomer van 2003, die duizenden mensen het leven kostte, leverde bij mij een onverwacht slachtoffer op: de televisie.

Begin augustus gaven kort na elkaar de twee toestellen in mijn huishouden spontaan de geest. 'Het kan de warmte zijn geweest', antwoordde de reparateur toen ik naar een oorzaak vroeg. Geschatte reparatieduur: acht weken.

Omdat de vakantiestemming nog naijlde in mijn hoofd en het arbeidsethos in de warme dagen volledig verdampt was, besloot ik het zo te laten. Dan maar geen televisie. Het leven is toch al een experiment dus dit kon er ook nog wel bij: hoe zou het zijn om twee maanden zonder televisie te moeten?

Het liep anders dan verwacht. Inmiddels ben ik vijf maanden verder en nog steeds heb ik geen minuut tv gekeken. En ik zal het maar meteen verklappen: er is een nieuwe wereld voor mij geopend.

'Maar wat dan als er iets gebeurt? Een herhaling van 11 september bijvoorbeeld. Zulke beelden mag je toch niet missen?' Deze woorden, of andere van gelijke strekking, hoor ik steevast als reactie op de bekentenis dat ik geen televisie meer heb. Meestal gaat dat gepaard met blikken van ontzetting, alsof de spreker de vliegtuigen voor het eerst de WTC-torens in ziet knallen.

Geen tv kijken wordt beschouwd als een ontkenning van de realiteit. Dat is opmerkelijk want tegelijkertijd wordt algemeen erkend dat televisie juist een zeer vertekend beeld geeft. Kennelijk heeft het geen zin meer je daar tegen te verzetten of zelfs maar aan te onttrekken. Televisie is zelf de gebeurtenis geworden. Zonder beeld wordt geen geschiedenis meer geschreven.

Tenminste, zo lijkt. In de praktijk valt het reuze mee. De enige keer dat ik de afgelopen maanden echt moest knokken tegen de verleiding om de inmiddels gerepareerde buis toch aan te zetten, was bij de arrestatie van Saddam Hoessein. Op de radio hoorde ik hoe hij oogde als een verwilderde, aangeslagen oude man. Het is de ontluistering waarvan de beschrijving niet voldoende is, hij moet met de ogen geconsumeerd worden. Dus ging ik naar de website van de BBC en klikte op video. Wat ik op mijn computerscherm zag, had ik inderdaad niet willen missen. Maar die gebeurtenis hoort in de categorie zeldzame beelden.

Dat de televisie toch als onmisbaar wordt ervaren heeft direct verband met de haat-liefde verhouding die kijkers met de het toestel hebben.

Want na de eerste reactie volgde meestal een bekentenis: 'Eerlijk gezegd kijk ik ook heel weinig.' Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Een beetje doorvragen leert dat mensen de vreemdste toeren uithalen om grip te krijgen op hun eigen kijkgedrag. Toestellen worden in afgesloten kasten gezet, uit de huiskamer verbannen naar werkkamers of zelfs de hal. De wanhoopspogingen blijken altijd tevergeefs. Na een paar maanden onthouding staat de buis weer pontificaal op de enige plaats waar het elektronisch altaar genoegen mee neemt: het centrale punt van de huiskamer.

De enigen die zich aan deze dwang lijken te onttrekken zijn de fervente internet-gebruikers. Toen ik op mijn persoonlijke website mijn televisieloze bestaan aankondigde, stroomden via e-mail de adhesiebetuigingen binnen. Sommigen keken al jaren niet meer.

Tegelijkertijd klonken die steunbetuigingen zo enthousiast dat ze even verdacht werden als de getuigenissen van bekeerlingen. Zonder internet was het experiment trouwens wel ondraaglijk geweest. Niet vanwege de beschikbaarheid van bewegende beelden, maar het gevoel van verbondenheid met de actualiteit, alleen al via Teletekst. Video on demand daarentegen bleek nauwelijks een aantrekkelijke optie en de site uitzendingemist.nl waar een groot deel van het tv-aanbod 'nagekeken' kan worden, bekoorde me dan ook amper. Met het uitzetten van de televisie bleek ook het concept onaantrekkelijk geworden. Televisieinformatie is tijdrovend met een relatief laag soortelijk gewicht. Dat wilde ik niet meer.

Het was het eerste wat opviel in het tv-loze leven: de zee van tijd die zich plotseling voor me uitstrekte. Avonden bestonden niet langer uit grotendeels weggezapte uren. Dat klinkt mooi, maar in een wereld waarin tijd wordt geacht schaars te zijn, is het een probleem. Want hoe moet je die uren anders vullen? Televisie blijkt de ideale maskering voor verveling. Het lijkt wat dat betreft op roken. Wie stopt met roken ontdekt dat het vooral goed is om in gezelschap lege tijd te verdrijven. Televisie werkt net zo, het is roken met je ogen en minstens zo verslavend.

Na de eerste schrikbarend lege avond thuis, starend uit het raam als een bejaardenhuisbewoner die wacht op zijn lot, nam ik drastische maatregelen. Ik propte mijn avonden vol met afspraken en bezocht meer concerten, openingen, exposities, debatten en bioscopen dan ooit tevoren. Ik ging ook meer boeken lezen, of ik kocht ze in ieder geval, omdat ik niet langer werd bekropen door het permanente gevoel van tijdgebrek.

In debatten over cultuur op televisie gaat het voornamelijk over televisie als cultuurverspreider en de beschaafde noodzaak daarvan. Maar televisie is veel meer een cultuurverdringer dan verspreider. Wie televisie kijkt heeft gemiddeld drie uur per dag geen tijd voor andere interesses of activiteiten. Cultuur daarentegen is iets waar aan deelgenomen moet worden, anders bestaat het niet.

Het leven is voor de tv-mens iets waar je in de eerste plaats naar kijkt, als een goudvis die door het glas naar buiten staart, naar de echte wereld.

Dat lijkt overdreven, een karikatuur, maar een van de onverwachte consequenties van het leven zonder buis bleek het bijna volledig uit de belevingswereld verdwijnen van de Verenigde Staten. Vanaf mijn jeugd heb ik dag in dag uit Engelstalige dialogen gehoord en me vermaakt met de Amerikaanse cultuur. Die is plots en zonder opzet van de radar verdwenen. In het wereldnieuws dat ik lees en hoor voert de VS natuurlijk wel de boventoon maar in de cultuur zelf speelt net zo'n rol als die van pakweg China. Tot het beeld op zwart ging, deelde ik de opvatting dat Amerikanen de cultuur in West-Europa domineren. Nu ik niet meer kijk, lijkt die invloed veel minder.

Cultuur is tegelijkertijd ook wat ik nog het meeste van alles heb gemist de afgelopen maanden: MTV en de andere muziekzenders. Op dat gebied voel ik me nog het meeste losgeweekt van de samenleving want ik moet bekennen dat ik geen flauw benul heb van wat momenteel populaire muziek is.

Hetzelfde geldt voor reclames. Ik durf niet te bekennen dat ik die echt mis, maar het is wel een conversation killer als je er niet over mee kunt praten. Ik kijk op de site van de Ster naar de kandidaten voor de Gouden Loeki en herken er amper een. Het betekent dat in de omgang met anderen ook alle verwijzingen me ontgaan. Actuele varianten van opmerkingen als 'dat zeg ik' van bouwmarkt Gamma worden misschien wel gemaakt,maar ik hoor ze niet. Ze bestaan voor mij eenvoudig weg niet.

Met reclames is dat geen probleem, maar een soortgelijk effect doet zich voor bij nieuws. Ik hoor de verwijzingen naar 'dat wijf' en zelfs al weet ik waar ze over gaan, dan zijn ze toch amper te plaatsen omdat het beeld ontbreekt, de intonatie nooit is gehoord. Want de echte kracht van televisienieuws zit niet in de verpletterende aanslagen, grote rampen en andere wereldevenementen maar juist in de kleine details.

Zo merkte ik al lezend dat in de affaire Mabel Wisse Smit de publieke opinie sterk werd bei¿nvloed door de arrogante, zelfvoldane manier waarop ze ooit in de camera had gekeken. Dat beslissende detail kwam in de politieke argumentatie die ik volgde niet aan de orde. Het maakt voorstelbaar hoe kijkers die zich zaten op te vreten over juist de arrogantie, vonden dat het debat langs hen heen ging.

Zonder televisie wordt duidelijk dat de beruchte kloof tussen politiek en publiek misschien niet meer is dan een knop op de afstandsbediening. Televisie trivialiseert op een manier waar het debat niet tegen op kan. Ik merk dat bijvoorbeeld bij Balkenende. Zonder televisie blijft de burger veel bespaard, die blik, dat kapsel en de repeterende toon. Dat leidt als vanzelf tot minder afkeer.

Tegenover het wegvallen van de trivia-lawine staat dat er ook echt nieuws is dat me de afgelopen maanden volledig is ontgaan. Het zijn de gebeurtenissen die nauwelijks mijn interesse hebben – sport bijvoorbeeld of economische onderhandelingen met een hoog abstractieniveau – maar die ik bij het Journaal wel automatisch gei¿njecteerd krijg.

Dat aspect maakt het afzweren van televisie nog het meest onaantrekkelijk. Langzaam is de afgelopen weken het beangstigende gevoel ontstaan dat ik in een enclave leef, afgesloten voor wat ik niet wil weten, een soort moderne variant van de boekenwurm.

Zonder televisie lijkt de werkelijkheid inderdaad niet compleet. Niet vanwege de belangwekkende gebeurtenissen die alles doen verbleken maar vanwege de alledaagsheid. De belangrijkste reden om te kijken is uiteindelijk dat alle andere mensen het ook doen en dat ik zonder geen deel meer uitmaak van hun wereld.

Noem het cultuur.

Meer over