Leven als in een krankzinnige roman

In Europa is hij niet beroemd, maar in Latijns Amerika wordt Sergio Pitol beschouwd als een cultschrijver. Hij heeft nu de belangrijkste literaire prijs voor het Spaanse taalgebied gewonnen....

Cees Zoon

Sergio Pitol staat bekend als een excentriekeling. ‘Hij kan zo doorgaan voor een Poolse graaf die zijn leven slijt in hotelkamers’, vonniste een bevriend Mexicaanse criticus, ‘voor een Russische edelman in ballingschap in Mexico of voor een hypochondrische diplomaat die, terwijl hij schrijft, droomt dat hij kan onderduiken in zijn eigen pagina’s.’

Precies als de excentrieke, maar heel klassieke figuren die veel van de boeken van Pitol bevolken. Want Sergio Pitol is een schrijver van de oude stempel, die het leven beleeft als één groot en krankzinnig fictiewerk. Niet voor niets wordt hij mateloos bewonderd door collega’s als de Spanjaard Enrique Vilas-Mata, ook zo iemand die niet weet waar het leven ophoudt en een roman begint, of andersom.

Sergio Pitol (73) ontvangt vandaag in de Madrileense voorstad Alcala de Henares de Cervantes-prijs, de belangrijkste literaire prijs voor het Spaanse taalgebied, goed voor 90 duizend euro. Pitol is na Octavio Paz en Carlos Fuentes de derde Mexicaan die de ‘Spaanse Nobelprijs’ krijgt. Hij is in Europa misschien niet zo beroemd als zijn twee voorgangers, maar in Latijns Amerika wordt hij beschouwd als een cultschrijver op eenzame hoogte.

De Poolse en Russische edelen en andere extravagante Oost-Europeanen in zijn werk heeft Pitol opgevist tijdens zijn bijna dertig jaar lange zwerftocht door Europa. Een groot deel daarvan als diplomaat in steden als Praag, Warschau, Belgrado en Boedapest. Ook dat maakt hem een klassieke Latijns-Amerikaanse schrijver, want veel van zijn generatiegenoten speelden overdag de ambassadeur of cultureel attaché en schreven in de avonduren een formidabel literair oeuvre bijeen.

Het eerste deel van zijn ‘vrijwillige ballingschap’ besteedde Pitol aan het vertalen van de halve wereldliteratuur: meer dan honderd klassieken, van James en Conrad tot Tsjechov.

Pitol heeft alle literaire genres beoefend, romans, poëzie, biografie, en in toenemende mate mengde hij de genres in een enkel boek. Het afwisselen was een noodzaak: na drie romans dreigt de herhaling en is het tijd voor een biografische verhandeling. Net als zijn eeuwige reizen is het schrijven voor Pitol een strijd tegen de verveling van het leven, die altijd op de loer ligt.

De Mexicaan heeft zich nooit iets gelegen laten liggen aan literaire modes, maar zegt zich louter te laten drijven door instinct en passie. Om die reden hebben zijn boeken meestal een open einde: ‘Ik neem de literatuur als het leven: zoals het komt, vol toevalligheden.’ De meest recente vertalingen van Pitols werk in het Nederlands zijn de romans Het defilé van de liefde en Het geluk getrouwd te zijn, beide verschenen bij uitgeverij Cossee.

Meer over