interviewMartine Bakker

Lessen in creatief durven zijn: ‘Laat je waterijsje niet smelten door te staren naar andermans Magnum’

Stand-upcomedy proberen leek Martine Bakker doodeng, een boek schrijven over die ervaring ook. Met Ik durf niets maar doe alles wil ze anderen aanmoedigen die ook creatiever willen leven.

Gidi Heesakkers
Martine Bakker: ‘Het leek me zonde als comedy altijd iets zou blijven dat me leuk had geleken.’ Beeld Hilde Harshagen
Martine Bakker: ‘Het leek me zonde als comedy altijd iets zou blijven dat me leuk had geleken.’Beeld Hilde Harshagen

Ja, intussen durft Martine Bakker (35) zich wel comedyschrijver te noemen. Ze werkte al voor De Speld toen ze in 2019 De Pin oprichtte, de vrouwenvleugel van het bekende satirische nieuwsplatform, en sinds een week heeft ze een boek met haar naam op de kaft in huis. Het is bedoeld ‘voor mensen die van alles willen, maar dan steeds afhaken omdat ze toch niet durven’. Al met al leeft ze nu vijf jaar van grappen schrijven.

Comedyschrijver dus. En stand-upcomedian? Ben je al comedian terwijl je probeert comedian te worden? Als je een comedycursus volgt, het openpodiumcircuit induikt waar vrijwel iedere comedian begint, honderd keer optreedt, een cabaretwedstrijd wint?

Ook toen ze zich op haar 30ste eindelijk had opgegeven voor die cursus, verzon Martine Bakker redenen om af te zeggen. ‘Er zullen vast allemaal mensen meedoen die wél al eerder op het podium hebben gestaan en die al heel goed zijn, straks vertel ik alleen maar grappen die niemand grappig vindt, wat als ik niks leuks kan verzinnen, wat als ik daar sta en een black-out krijg?’ Waar ze ook bang voor was: dat het niet zo leuk zou zijn als ze altijd had gedacht. ‘En dat dat dan jammer zou zijn.’

Ze zegde niet af, het was leuker dan ze dacht, het bleef doodeng. Over die ervaring schreef ze Ik durf niets maar doe alles. Ondertitel: Waarom ik dacht dat als ik een jaar lang stand-upcomedy zou doen, ik daarna zou kunnen leven zonder stress, onzekerheid, uitstelgedrag en angst, maar blijkbaar bestaat zoiets niet, toch geef ik wat ik per ongeluk leerde over mezelf en creativiteit door zodat jij er misschien ook wat mee kunt. Of niet. Ze deelt alvast drie bemoedigende lessen.

Martine Bakker: ‘De keuze is niet: nooit optreden óf de beste comedian van het land worden.’  Beeld Hilde Harshagen
Martine Bakker: ‘De keuze is niet: nooit optreden óf de beste comedian van het land worden.’Beeld Hilde Harshagen

Datgene waar je het bangst voor bent, is misschien wel wat je het meeste plezier gaat brengen

‘Een gesprek met mijn vader gaf de doorslag om eindelijk comedy te gaan proberen. Ik vroeg hem wat voor creatief werk hij zou hebben gedaan als hij zijn leven opnieuw kon doen en creatief mocht zijn. Hij zei: ‘Dan was ik concertpianist geworden.’ Huh, dacht ik, maar ik heb jou nog nooit piano zien spelen? Ineens leek het me zonde als angst ervoor zou zorgen dat comedy altijd iets zou blijven dat me leuk had geleken.

‘Een van mijn favoriete zelfhulpboeken is The War of Art van Steven Pressfield. Dat gaat over creativiteit en waarom we altijd dat wat we het liefst zouden willen doen uitstellen tot er echt niets meer uit te stellen valt. Vaak doen we iets niet uit angst voor mislukking, maar soms zijn we ook juist bang voor wat er gebeurt en verandert als het wél lukt.

‘Dat vond ik een interessant inzicht. Hoopte ik alleen dat comedy me zou helpen om minder angstig in het leven te staan? Wilde ik mezelf overwinnen, en was dat het dan, of zou ik er toch ook mijn beroep van willen maken?

‘Toen ik net begon met comedy, reageerden mensen vaak van ‘O, wat leuk, ze heeft een nieuwe hobby’. Zodra ik vaker ging optreden, veranderde de toon. ‘Ik moet vanavond spelen’, zei ik bijvoorbeeld tegen een vriendin. Zij moest daar dan een beetje om lachen. ‘Spelen’, dat vond zij iets wat beroemde acteurs zeggen.

‘Of ik kreeg te horen: ‘Maar ik heb nooit bij jou gedacht: dat is echt een comedian.’ Bijna alsof ik mezelf moest verdedigen voor de nieuwe rol die ik had aangenomen. Waarom vond ik dat ik op het podium mocht staan? Dan moet je jezelf wel héél tof vinden. Pas toen ik het Leeuwarder Cabaret Festival won, had ik het idee dat mensen dachten: o, wacht even, het is serieus.’

Martine Bakker: ‘Je wilt eigenlijk voortdurend verder zijn dan je bent, en dan ligt het gevaar op de loer dat je vergeet wat je al hebt bereikt.’  Beeld Hilde Harshagen
Martine Bakker: ‘Je wilt eigenlijk voortdurend verder zijn dan je bent, en dan ligt het gevaar op de loer dat je vergeet wat je al hebt bereikt.’Beeld Hilde Harshagen

Laat je eigen waterijsje niet smelten door te staren naar andermans Magnum

‘Ik voelde me aangetrokken tot comedy, maar als ik aan comedians dacht, dan dacht ik aan Comedytrain, het stand-upgezelschap waar veel van de bekendste comedians van Nederland bij horen, of aan cabaretiers die oudejaarsconferences doen. Terwijl het comedycircuit natuurlijk groter is. Veel comedians treden op naast een andere baan, en niet iedereen heeft de ambitie om bij de top te horen.

‘Toen ik eenmaal zelf in dat circuit zat, merkte ik hoe snel ik mezelf met anderen ging vergelijken. Je hoort dat iemand vier keer per week speelt, en jij speelt drie keer. Dan denk je toch: moet ik misschien ook vier keer per week spelen, harder werken, iets groters ambiëren? Je wilt eigenlijk voortdurend verder zijn dan je bent, en dan ligt het gevaar op de loer dat je vergeet wat je al hebt bereikt. Toen ik eenmaal een keer in Toomler had gespeeld, het comedycafé van Comedytrain, dacht ik ineens dat het ook mijn doel moest zijn om als lid bij dat gezelschap te worden aangenomen. Maar hoezo eigenlijk? Ik was net driekwart jaar bezig, en wilde ik dat wel echt?

‘Na het Leeuwarder Cabaret Festival wilde ik vooral nadenken over hoe ik me verder wilde ontwikkelen in het humorvak. Ik stopte met optreden, in elk geval tijdelijk. Ik vind comedy maken en schrijven leuk, maar ik geniet niet per se van honderd keer hetzelfde verhaal vertellen. Het avontuur mis ik wel, de gekkigheid van die avonden. Qua adrenaline kan er niks tegen optreden op.

‘Maar het is dus niet zo zwart-wit als nooit optreden óf de beste comedian van Nederland worden. En je hoeft geen concertpianist te worden om naar meer pianomuziek in je leven te verlangen. Volgens mij is dat wat veel mensen tegenhoudt: ik ben geen rockster, dus laat ik maar helemaal geen gitaar spelen.’

Martine Bakker: ‘In het begin vroeg ik iedereen feedback.’ Beeld Hilde Harshagen
Martine Bakker: ‘In het begin vroeg ik iedereen feedback.’Beeld Hilde Harshagen

Vraag advies aan de mensen in wier schoenen je wilt staan (en zeg gerust ‘nee, bedankt’ tegen anderen die ongevraagd advies geven)

Een fragment uit Ik durf niet maar doe alles:

Als ik aan de bar een wijntje bestel, zegt een collega-comedian tegen me: ‘Weet je waarom jij het gaat redden als vrouw in deze wereld?’

‘Nou?’ Ik kijk hem zonder te knipperen aan.

‘Je bent geen Doutzen Kroes, maar ook geen pannekoek.’

‘Sorry, wat?’

‘Mensen vinden het leuk om naar je te kijken, maar willen niet met je naar bed.’

‘Wat heeft dat met mijn optreden te maken?’

‘Je moet er als grappige vrouw op een bepaalde manier uitzien. Niet te aantrekkelijk, want dan denken de vrouwen in de zaal: ‘Ben ik knapper of lelijker dan zij?’ En als ze lelijker zijn dan jij, dan zijn ze bang dat hun vriend seks met je wil en dan kunnen ze niet meer om je lachen. Ondertussen denken de mannen in de zaal: ‘Zou ik seks met haar willen en zou het me lukken?’ Als je te knap bent, dan wil een man wel, maar lukt het niet. Dus dan kan hij niet om je lachen. En ben je niet om aan te zien, dan lacht er niemand, omdat ze dan voor zo’n onaantrekkelijk iemand een kaartje hebben gekocht. Jij hebt dus geluk. Je bent niet lekker, maar ook niet niet-lekker. Geen Doutzen Kroes, maar ook geen pannekoek.’

‘In het begin vroeg ik aan iedereen die ik tegenkwam feedback, omdat ik beter wilde worden. Maar iedereen zegt natuurlijk wat anders. Je moet harder praten, je moet zachter praten, je moet je haar los doen, je moet je haar vast doen. Al die feedback maakte het uiteindelijk moeilijker om bij mezelf te blijven. Op een gegeven moment besloot ik alleen nog maar advies te vragen aan mensen in wier schoenen ik wil staan.

‘Ik kreeg veel ongevraagd advies, dat ook, van zowel mannen als vrouwen, vaak over uiterlijk. Waarom heb je geen jurk aan getrokken? Je kunt beter geen lipstick opdoen, want dat ziet eruit alsof je te veel je best hebt gedaan.

‘Ik herinner me de vrouw die na een optreden recht op mij af kwam lopen en vroeg of ze mij een tip mocht geven. ‘Nee, dankjewel’, zei ik, tot twee keer toe. Ik had intussen geleerd dat je ook gewoon kunt bedanken voor ongevraagde tips, maar ook dat mensen zich daar niks van aantrekken. Ze wilde me haar advies niet onthouden: het mocht allemaal wel iets feministischer. Ze zei niks tegen de mannen die hadden opgetreden, alleen tegen mij.

‘Alle clichés over vrouwen en humor komen voorbij, nog steeds. Er zal altijd iemand zijn die een grap maakt over dat vrouwen minder grappig zijn. Bij open podia was ik vaak de enige vrouw of een van de twee vrouwen in de line-up. Ik vind het stom om in het ‘vrouwen en mannen zijn anders’-hoekje te belanden, maar het was toch opvallend hoe anders ik de sfeer ervoer toen ik voor het eerst optrad op een comedy-avond met alleen maar vrouwen. Het was meer elkaar aanmoedigen dan tegen elkaar opboksen, meer ‘Wow, we hebben samen een toffe avond neergezet’ dan ‘Wie was vanavond de beste?’.

‘Het hoeft niet het een of het ander te zijn, zo’n avond biedt gewoon een extra smaak. Zo zie ik De Pin ook: niet als een afsplitsing van De Speld, maar als een extra smaak, een aanvulling met satire vanuit het vrouwelijke perspectief. Doordat De Pin daar werk van maakt, kunnen er nu ongeveer twintig schrijfsters hun satire kwijt op een platform.

‘Ik hoop dat het vrouwelijke perspectief zich verder verspreidt onder comedyschrijvers, dat er zo meer diversiteit in humor komt en dat makers van satirische tv-programma’s meer vrouwen toevoegen aan hun schrijversteam – die teams bestaan vaak nog vooral uit mannen.

‘Toen we net met De Pin begonnen, kregen we de berichtjes die ik had verwacht: ‘Jullie doen De Speld na, maar dan minder leuk.’ Van alle feedback op mijn optredens heb ik geleerd dat ik me daar niet door wil laten weerhouden. Het lukt nu ook om het niet meer zo persoonlijk op te vatten. Ik denk nu: dit is ook maar gewoon iets wat ik heb geschreven. Als iemand wat ik gemaakt heb niet leuk vindt, betekent dat niet meteen dat diegene mij niet leuk vindt als mens.’

Martine Bakker: Ik durf niets maar doe alles. Lev; 328 pagina’s; € 20,99.

Morning Pages

Martine Bakker is fan van de Morning Pages-methode uit het boek The Artist’s Way van Julia Cameron. Ze schrijft erover: ‘Het idee van Morning Pages is dat je direct na het opstaan drie A4-tjes volschrijft met wat dan ook. Het hoeft niet iets creatiefs te zijn, juist niet. Het mogen losse gedachten zijn, flarden, herinneringen, zelfs boodschappen- of to-dolijstjes. Het idee hierachter is dat je alles wat je creativiteit mogelijk in de weg zou kunnen staan van je afschrijft, zodat er ruimte in je hoofd ontstaat om die creativiteit en inspiratie daadwerkelijk toe te laten. (...) In de ochtend zit je hoofd namelijk vaak vol met dromen, angsten en dingen die je nog moet doen. Door dit ’s morgens allemaal al van je af te schrijven, kun je de toon zetten voor de rest van de dag.’

Meer over