Leg de baby toch maar op de rug

Met de kop Een baby op z’n buik is voorlopig nog het beste haalde de wetenschapsredactie zich afgelopen week de woede van zo’n beetje half medisch Nederland op haar nek....

Dat er dan toch een totaal verkeerde kop boven komt is, zacht gezegd, vervelend. En het leidde tot heel veel boze brieven van kinderartsen, consultatiebureaus, kraamhulpen, verpleegkundigen en (jonge) bezorgde ouders.

De teneur van de meeste brieven was dat de Volkskrant lezers op het verkeerde been heeft gezet en dat dit grote gevaren met zich meebrengt. Wat als jonge ouders de kop volgen en hun baby op de buik leggen? Wie is dan verantwoordelijk als het misgaat?

Een hoogleraar medische genetica schreef bozig onder meer het volgende: ‘Bedenk daarbij dat bij het onverhoopt optreden van wiegedood bij buikligging als gevolg van dit artikel de Volkskrant aansprakelijk te stellen is.’

Daarbij gaat de medicus er gemakshalve van uit dat jonge ouders kennelijk alleen koppen lezen en niet de bijbehorende tekst.

Dat laatste lijkt mij vreemd. Juist een jonge ouder die net een kind heeft, zal het hele stuk lezen, al was het alleen al omdat hem of haar op het consultatiebureau op het hart wordt gedrukt de baby op de rug te leggen. Als een krantenkop dan iets totaal anders suggereert, ga je uiteraard de tekst lezen, zeker als je nog onzeker bent.

Het gaat mij dan ook te ver de aansprakelijkheid bij de redactie te leggen: zij heeft een grote fout gemaakt, maar het is niet de redactie die vervolgens baby’s op de buik legt. Dat doen de ouders toch echt zelf.

Hoe de fout kon worden gemaakt, is niet duidelijk. De ervaren eindredacteur die de kop maakte, weet het ook niet. Ik houd het op een blinde vlek, misschien wel mede veroorzaakt doordat de eindredacteur kinderen heeft die zijn geboren in de tijd dat je baby’s op de buik moest leggen. De letterlijke ommekeer was halverwege de jaren tachtig.

De foute kop is vrijdag ontdekt, nadat de krant van de drukkerij op de redactie kwam. Het katern wetenschap wordt op donderdag in elkaar gezet en in de nacht van donderdag op vrijdag gedrukt.

De wetenschapsredactie heeft er vervolgens voor gezorgd dat in de zaterdagkrant een rectificatie werd opgenomen, waarin op de foute kop werd gewezen. Die rectificatie is kennelijk door veel lezers over het hoofd gezien. Daarop heeft de redactie dinsdag nogmaals gerectificeerd.

Die tweede rectificatie was naar mijn mening overbodig. Je maakt een fout en zet het recht. Klaar af. Bovendien heeft rectificeren in de dinsdagkrant niet zoveel zin, als het gaat om een artikel uit een zaterdagkrant. Een deel van de lezers heeft de krant alleen in het weekeinde. Die missen de tweede rectificatie dan toch. Als je die groep wilt bereiken, moet je dus op zaterdag rectificeren.

Nu het niet is te achterhalen hoe de foute kop tot stand kwam, is het wel raadzaam om na te denken over een manier om zulke fouten voortaan te voorkomen.

Want het is niet de eerste foute kop. Ik telde over 2009 in de hele krant meer dan tien gerectificeerde koppen. Het lijkt dus een structureel probleem. Als dat zo is, zie ik drie mogelijke oplossingen.

De eerste is dat koppenmakers of eindredacteuren altijd aan de auteur van een stuk laten weten wat ze voor kop maken. Dat is in dit geval ook gedaan: de kop is voorgelezen aan de auteur, maar die heeft het niet goed gehoord.

Met deze gang van zaken voorkom je, als het goed gaat, fouten. Maar er zijn praktische bezwaren. Eindredacteuren moeten vaak in korte tijd veel kopij doornemen. Het is tijdrovend met elke auteur te overleggen over koppen. Ook zijn de auteurs niet altijd bereikbaar wanneer hun stuk wordt klaargemaakt voor de krant.

Een tweede oplossing is dat auteurs in bijzondere gevallen zelf aangeven dat ze willen weten wat er voor kop boven hun stuk komt. Dan vertrouw je er terecht op dat de eindredactie doorgaans gewoon goed haar werk doet, maar je vraagt bij gevoelige onderwerpen als wiegedood, lastige interviews of moeilijke financiële zaken of er even kan worden overlegd over de kop.

De derde oplossing is de meest handzame. Nadat de eindredacteur een stuk persklaar heeft gemaakt, kijkt een ander er ook nog even naar. Voor zover ik weet gebeurt dat in de regel ook op de redactie van de Volkskrant. Op papier moeten fouten zo voorkomen kunnen worden, maar in de hectiek van alledag schiet dat er kennelijk nog wel eens bij in.

Thom Meens

Meer over