Leeuwen en duiven van Monument blijven kletsnat

Het drogen van de kletsnatte beelden en reliëfs van het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam duurt veel langer dan de Duitse restaurateur W....

Van onze verslaggever

BAMBERG

Gespannen loopt Ibach elke morgen naar de werkplaats waar hij de beelden restaureert. Hij kan in een oogopslag zien of het drogen vordert. In zijn droogkamers liggen de leeuwen, strijders en duiven van het Nationaal Monument op de Dam al enige weken te zweten.

In de kern van de Amsterdamse beelden is de luchtvochtigheid nog steeds 100 procent, leest de restaurateur op de metertjes af. 'De beelden zijn door en door nat. Al het vocht moet eruit. De vochtigheid moet dalen naar 10 procent, dus we zijn nog even bezig.'

Het drogen van de travertijnen beelden valt een beetje tegen, vertelt Ibach tijdens een rondleiding door zijn werkplaats bij de Duitse stad Bamberg in noord-Beieren, niet ver van Neurenberg. 'Het mag sneller', noteren de journalisten die op uitnodiging van de gemeente Amsterdam kunnen zien dat de beelden in goede Duitse handen zijn. 'Ondanks het trage drogen ben ik ben voor mei 1998 klaar', verzekert hij.

Na het drogen, dat nog weken tot maanden kan duren, worden de beelden gedompeld in een bad met kunsthars die onder hoge druk in de poriën van het travertijn wordt geperst. Deze behandeling lukt alleen als het beeld kurkdroog is.

De hars hardt uit en er kan geen water meer het beeld binnendringen, de oorzaak van de ellende met het Nationaal Monument. 'De komende generaties hebben er geen omkijken meer naar', voorspelt Ibach.

Hoogtepunt van de rondleiding is een kijkje in de droogkamer. Droge, warme woestijnlucht stroomt naar buiten als de deur openschuift. Eventjes blijft de kamer open. 'In vijf minuten komt er veel vocht naar binnen. Het kost een halve dag om dat water weg te krijgen. Pas daarna drogen de beelden verder.' Gezien het trage drogen opent Ibach met tegenzin de deur nog een keer voor een fotograaf die de slag heeft gemist.

Eind 1995 vielen brokstukken van de veertig jaar oude creatie van beeldhouwer Raedecker en architect Oud naar benenden. Inspectie toonde aan dat het monument in slechte staat verkeerde. Regenwater kon ongehinderd binnendringen en in combinatie met vorst verweerde het zachte en poreuze gesteente gemakkelijk.

In Amsterdam werd lang gediscussieerd over de toekomst van het monument. Een idee was om de gedenkzuil aan de tand des tijds bloot te stellen waardoor het monument langzaam zou vervallen, net zoals tijd de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog vervaagt.

Voor de gemeente ging deze visie te ver. Met steun van het rijk kwam 4,4 miljoen gulden op tafel voor het herstel. In juni, net na de Eurotop, werd het monument afgebroken. Voor de dodenherdenking op 4 mei 1998 moet het in de oude luister zijn hersteld.

Alleen de 34 beelden en reliëfs en de kap van de zuil zijn naar Duitsland vervoerd, waar ze voor ruim een miljoen gulden worden behandeld. De ongeveer vierhonderd platen en blokken waarmee het monument is opgebouwd en bekleed, worden in Nederland gerepareerd. Het is onbetaalbaar ook die met hars te impregneren. Als deze elementen ernstig zijn aangetast, wordt er in Italië nieuw travertijn besteld. Zo simpel is het, legt M. de Boer van de gemeente Amsterdam uit.

Met de beelden ligt dat anders. Die kunnen worden vernieuwd, maar daarmee zou het werk van Raedecker te zeer worden aangetast. Het 'volgieten' met hars verandert het karakter van de beelden, maar het effect valt volgens Ibach mee. 'Met het blote oog is het verschil niet te zien.'

De restaurateur is zich bewust van de gevoeligheid in Nederland over het feit dat de beelden van het Nationaal Monument in Duitsland worden behandeld. 'Ik begrijp dat mensen het daar moeilijk mee hebben. Ik krijg ook positieve reacties dat de beelden hier worden behandeld. Ik vind het goed dat dit monument juist in Duitsland wordt opgeknapt.'

Meer over