LEESWIJZER

Leeswijzer: Simone Atangana Bekono, Confrontaties

Onlangs stuurde de prestigieuze Franse uitgeverij Gallimard aan debutanten in spe het volgende bericht: ‘Gezien de exceptionele omstandigheden waarin we verkeren, roepen we eenieder op te stoppen met het inzenden van manuscripten. Zorg goed voor jezelf en ga lekker lezen.’

Hoewel grote Nederlandse literaire uitgeverijen zo’n zelfde missive nog niet de deur uit hebben gedaan, zitten ook zij met een totaal verstopte brievenbus. Ik heb een aantal jaren bij De Bezige Bij gewerkt, en daar kwamen destijds zo’n duizend ongevraagde manuscripten per jaar binnen. Gemiddeld werd er niet één van uitgegeven. Het gebrek aan kwaliteit was hemeltergend.

Het schijnt dat een miljoen Nederlanders zich als schrijver beschouwt en streeft naar publicatie van zijn of haar meesterwerk in de dop – zo bezien valt de hoogte van de slushpile nog mee. Het is een klein wonder dat uitgeverijen er überhaupt in slagen om in het overstelpende aanbod af en toe iets van kwaliteit te vinden.

Opmerkelijk genoeg is juist in het afgelopen anderhalve bizarre coronajaar een aantal goede debuutromans verschenen, die ook nog eens geweldig verkopen, zoals De geschiedenis van mijn seksualiteit van Sofie Lakmaker en Ik wil leven van Lale Gül. Maar liefst twee debuten die vorig jaar verschenen, Wij zijn licht van Gerda Blees en Confrontaties van Simone Atangana Bekono, zijn genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2021, die op 10 mei wordt uitgereikt.

Ik ben blij dat dat is gebeurd, want anders had ik Confrontaties misschien helemaal gemist. Ook voor een literair criticus is het – net als voor elke bevlogen lezer – ondoenlijk om de gehele literaire oogst bij te houden. Er verschijnen ongeveer 150 nieuwe Nederlandse romans per jaar, en die kan je godsonmogelijk allemaal lezen. Zeker als je ook een beetje op de hoogte wilt blijven van buitenlandse boeken, non-fictie (blijft een rotwoord), klassiekers, poëzie, etc., etc.

De debuutroman van Simone Atangana Bekono was mij niet opgestuurd door uitgeverij Lebowski. Dat kan ook heel goed aan mij hebben gelegen. Ik krijg zoveel boeken aangeboden en opgestuurd (ook ik onderhoud dus een warme relatie met mijn postbode) dat ik steeds selectiever ben geworden met het aanvragen en accepteren van boeken.

Maar dan mis je wel de kleine kans om je te laten verrassen. De Libris-nominatie van Confrontaties wekte mijn nieuwsgierigheid. Ik vroeg aan Lebowski of ze me alsnog een exemplaar wilden sturen. Op de cover stond een quote uit deze krant. Het was al een derde druk. Zo snel kan het gaan.

De flaptekst luidt: ‘De zestienjarige Salomé Atabong zit vast in een jeugddetentiecentrum, omdat ze op een middag twee schoolgenoten ernstig heeft mishandeld. Ze probeert haar hoofd koel te houden tussen de andere meiden, irritante psychologen en treiterende begeleiders. Over een maand mag ze naar huis, waar alleen een gezin wacht dat al lang geleden uit elkaar is gevallen. En de anderen in het dorp. Wat zullen zij doen?’

Nu moet ik eerlijk zijn. Misschien had ik de roman, als die wel meteen prominent op mijn bureau had liggen schitteren, óók laten liggen. Een coming of age-roman over opgroeien aan de zelfkant – mijn hart gaat er niet per se sneller van kloppen. Het is talloze malen gedaan, en in sociaal-realistische romans irriteert me vaak het pamflettisme.

Maar de buitenkant kan bedrieglijk zijn. Over elk onderwerp zijn schitterende en mislukte romans geschreven – en een enkele keer een schitterende mislukking. Ik weet dat en probeer altijd, juist bij boeken die me op het eerste gezicht minder aanstaan, onbevangen en fris te lezen. Is dat niet bij uitstek de kracht van fictie, dat het je mee kan voeren naar onbekende oorden, waar je uit jezelf nu juist níet zo snel zou komen?

Toen ik begon te lezen, werd ik onmiddellijk beloond. Waarom? Omdat Simone Atangana Bekono, zo jong als ze is (29), geweldig kan schrijven.

Dat kan je al meteen zien aan de openingsscène van het boek. De heldin van het verhaal, Salomé (bij zo’n naam zie ik het bord met het afgehakte hoofd van Johannes al komen), herinnert zich dat ze als meisje in groep zeven of acht met een aantal klasgenootjes voor het hek van het asielzoekerscentrum in hun dorp, een man zag staan.

‘De man was lang en dun en droeg een afgedragen winterjas die als een wolk om hem heen hing. Zijn smalle, zwarte gezicht leek te verdwijnen in de opstaande kraag. Hij stond naast de paal van de slagboom, in het gras.’

Dan beginnen haar klasgenootjes muntjes naar de man te gooien.

‘“Waarin doe je dat?” vroeg Liliana aan Teun.

“Hij heeft toch geld nodig?” zei hij lachend. Niemand had meer dan een paar muntjes bij zich. Het was snel voorbij.

Terwijl de man vanachter het hek naar ons staarde, lagen de munten fonkelend aan zijn voeten. Ik wilde niet dat hij ze opraapte. Ik weet nog dat ik dat heel belangrijk vond. Dat hij ze niet opraapte.’

Uit deze schrijnende scène blijkt dat Salomé zich als enige met de man verbonden voelt. Plotseling wordt zij zich bewust van het feit dat zij anders is dan de anderen in het Brabantse dorp waar ze opgroeit. Dat ze altijd een buitenstaander zal zijn.

De titel, Confrontaties, verwijst naar de botsingen die Salomé als zwart meisje heeft met haar overwegend witte omgeving. Zij wordt gepest, botst met haar leeftijdgenoten in het dorp. En slaat terug. Hoe precies, daar komen we pas achter aan het einde van het boek, in een even gewelddadige als poëtische scène.

Salomé botst met iedereen: met haar ouders – ze is net als de schrijver een dochter van een Kameroense vader en een Nederlandse moeder – en vooral ook met de bewakers en de psycholoog met wie zij moet praten in het jeugddetentiecentrum. Maar de hevigste confrontaties heeft Salomé met zichzelf. Ze moet een manier zoeken om zich tot de anderen en de wereld te verhouden. En tot zichzelf.

Zeker: het racisme waarmee de jonge heldin te maken heeft, wordt in Confrontaties aan de kaak gesteld. Maar niet op pamflettistische, ééndimensionale wijze. Salomé is niet alleen een slachtoffer, maar ook dader. Ze leert van haar vader terug te vechten, te boksen. ‘Het zijn een mond en een vuist en ze zoenen.’ Bovendien is ze slim, gaat naar het gymnasium. Ze is een complex karakter.

Nee, het gevoel van onbehagen – en, uiteindelijk, van loutering – zijn het gevolg van de literaire kwaliteiten van Simone Atangana Bekono: de vernuftige wijze waarop het verhaal wordt opgebouwd en haar stijl. Die is pas confronterend. De stem van Salomé, haar scherpe, maar kwetsbare stem snijdt door je ziel.

En, wat denkt u? Ik ben benieuwd wat de leden van de Volkskrant Leesclub vinden van mijn leeservaring, en verheug me op het debat over ‘vorm of vent’, stijl en inhoud van Confrontaties.

In het boekenkatern van de krant van aanstaande zaterdag staat mijn interview met Simone Atangana Bekono (vrijdag online).

Meer over