De gidsKinderboeken

Lees ook als volwassene eens een kinderboek

Volwassenen lezen alles: van meesterwerken tot platte pulp. Waarom niet ook eens een kinderboek?

Zou ik kinderboeken lezen als het niet mijn beroep was? De vraag houdt me bezig sinds ik het geestige essay las van de Britse kinderboekenschrijver Katherine Rundell: Waarom je kinderboeken moet lezen, zelfs al ben je oud en wijs (Luitingh-Sijthoff; € 3,99). Het is zomervakantie; in mijn fietstas geen kinderboeken.

Pjotr van Lenteren leidt u door de wereld van het jeugdboek. Rob van Scheers doet dat volgende week over  thrillers, Hugo Blom praat u daarna bij over luisterboeken.

Beeld Luitingh-Sijthoff

Niet iedereen neemt een liberaal standpunt in, waar het gaat om kinderkunst. Rundell citeert haar collega Martin Amis. Die haalt zich een paar jaar geleden de woede van deskundigen op de hals, als hij zegt dat hij alleen met een hersenbeschadiging kinderboeken zou kunnen schrijven. Peter Buwalda roept in Nederland een vergelijkbaar relletje op: hij schrijft dat hij volwassenen wantrouwt die iets lezen dat voor kinderen is bedoeld.

Rundell neemt een genuanceerd standpunt in. Natuurlijk: laat boeken over dinosauriërs, elfjes en poep vooral links liggen. Maar volwassenen zijn veelvraten: van literaire meesterwerken tot platte misdaadpulp. Waarom niet ook eens iets puurs, zonder poeha en ijdeltuiterij? ‘Beschouw kinderboeken als literaire wodka.’

Kunst is kunst, daar heeft Rundell gelijk in. De diverse biografieën van Dick Bruna, geestelijk vader van Nijntje, staan in de bibliotheek vlak bij de biografie van Matisse, zijn grote voorbeeld. En terecht.

Volwassenen die geen kinderboeken meer lezen, kunnen nog altijd onderhoudende vakliteratuur tot zich nemen. De recentste Bruna-biografie is ter gelegenheid van Nijntjes 65ste verjaardag verschenen in de internationale serie ‘The Illustrators’ (Mercis; € 19,95). De auteurs zijn vakgenoten Bruce Ingman en Ramona Reihill en de serie wordt samengesteld door Quentin Blake, bekend van zijn werk voor Roald Dahl. Gezaghebbend genoeg om eens voor te gaan zitten.

Beeld Mercis

Fijn is de serieuze en vanzelfsprekende toon waarmee de kunstenaar en zijn inspiratiebronnen worden besproken. De omslagen voor volwassenen, bekend van detectiveschrijvers Simenon en Havank, maakt hij op dezelfde manier als zijn peuterboeken. Als er iemand is geweest die kunst wist terug te brengen tot de essentie, ongeacht de doelgroep, dan was het Dick Bruna. Verder is zijn leven niet heel spannend: hij doet het liefst elke dag hetzelfde en krijgt wat hij wil.

Toch proef je in levensbeschrijvingen van kinderkunstenaars dat dit beroep lang niet altijd eerste keus is. Ik bof dat ik een kikker ben van Joke Linders (Leopold, 2003; alleen tweedehands) laat zien hoe Max Velthuijs, met pensioen als reclameschilder, bijna per ongeluk komt met de wereldberoemde Kikker. Jean Dulieu, van Paulus de Boskabouter, heeft de ambitie om concertviolist te worden.

Op de kunstacademie blijft Sieb Posthuma, illustrator van Rintje en Aadje Piraatje, zo ver mogelijk van ‘die truttenafdeling’ waar de kinderillustratoren worden opgeleid. Hij maakt sombere doeken en dwarse cartoons vol piemels. Journalist en schrijver Joukje Akveld schrijft op zijn verzoek een biografie: Sieb – Van toen, tot hier, en nu verder (Hoogland & Van Klaveren, 2013). Een jaar later maakt hij een eind aan zijn leven. Kinderkunstenaars zijn niet per se vrolijke onnozelaars.

Rundell zegt het mooi in haar pleidooi: kinderboeken bevredigen behoeften die álle mensen hebben, maar vertellen niet van liefde, angst en onzekerheid: ‘De rat die in het menselijke hart huist.’ Als ze zich daarin wil verdiepen, leest ook zij liever iets dat voor volwassenen is gemaakt.

En de rat in het hart van Dick Bruna? Die zal wel niet bestaan. Als twintiger breekt hij één keer met zijn vaste gewoonten: hij koopt een hond en zet zijn schildersezel op het balkon om indruk te maken op zijn buurmeisje. Ze zegt eerst nee. Dick vertrekt met liefdesverdriet naar Zuid-Frankrijk en beslist daar dat hij geen uitgever wil worden, zoals zijn vader. Kort daarna trouwt hij toch met zijn buurmeisje. Dat maakt het beeld van de even eenkennige als eenvoudige kunstenaar mooi af.

Meer over