Leenvergoedingsysteem: ook voor nep-auteurs

Anneke Goddijn vertaalt Engelstalige boeken in het Nederlands en heeft altijd gedacht: hoe vaker bibliotheken mijn vertalingen uitlenen, hoe meer mij dat oplevert....

Met dat leenvergoedingsysteem leek het altijd gesmeerd te lopen. Tot Goddijn en een collega om een specificatie vroegen. In beide gevallen klopte die niet.

Goddijn heeft over 1995 voor acht van de vijftig vertalingen te weinig ontvangen: totaal 750 gulden. Aan de andere kant kreeg ze voor het boek Oevers bekennen kleur (62 keer geleend) ¿ 9,87. Maar daarvan heeft ze geen letter vertaald. Ze kent het boek niet eens.

Intussen hebben een stuk of tien collega's uit haar omgeving ook een specificatie aangevraagd. Maar nog niet gekregen. Het ministerie heeft de deur op een kier gegooid; het wil eerst uitzoeken waar de fouten vandaan komen. Een gedetailleerd jaaroverzicht, tot voor kort een gratis velletje A4, kost nu ¿ 27,50.

Wat steekt hierachter? Goddijn denkt dat het leenvergoedingsysteem aan 'parasieten' ruimschoots de mogelijkheid heeft geboden het naar hartelust te misbruiken. 'Anderen hebben zich waarschijnlijk opgegeven als auteur of medevertaler van een van mijn vertalingen', zegt ze.

Zeker weet ze het nog niet want het ministerie heeft haar nog niet geantwoord. Na ruim vijf maanden. In elk geval heeft het systeem van leenvergoedingen de afgelopen tien jaar wel een lucratief handeltje kúnnen zijn voor 'spookauteurs'. Aan de ongeveer twaalfduizend auteurs, vertalers, fotografen en illustrators - of mensen die zich als zodanig voordeden - keerde het ministerie jaarlijks 10 miljoen gulden uit.

Of iemand die zich had opgegeven als vertaler van boek A. ook echt de vertaler was, werd 'niet zo diep uitgezocht', zegt André Beemsterboer van de Stichting Leenrecht, die vorig jaar de administratie en uitbetalingen van de leenvergoedingen van het ministerie overnam. 'Er werd gekeken of de titel was uitgeleend. Was dat zo, dan kregen degenen die zich daarvoor hadden aangemeld meestal gewoon uitbetaald.'

Binnenkort wordt het allemaal beter, bezweert hij. Zijn Stichting Leenrecht heeft 'een uitgebreid bestand' van auteurs en vertalers. 'We kunnen nu beter nagaan wie waaraan heeft meegewerkt. En iedereen krijgt eerst een specificatie, die ze op fouten kunnen controleren. Pas daarna betalen we uit.'

Meer over