Drama

Laurence Anyways

Naar camp neigend drama doet denken aan Almodóvar en bewijst dat Xavier Dolan een stijlicoon is

Aan het eind van de jaren tachtig durft Laurence het voor het eerst te zeggen: hij is een vrouw in het lichaam van een man. Zijn vriendin Frédérique, niet ondubbelzinnig afgekort tot Fred, wil dat na een lichte schok best accepteren. De schoolklas waaraan hij lesgeeft, reageert ogenschijnlijk stoïcijns. Zijn moeder verklaart hem voor gek, maar weet dat hij zich als kind altijd al verkleedde.

Gelukkig voor Laurence (Melvil Poupaud) staan de optimistische jaren negentig voor de deur. Het is een kwestie van tijd voor alle vooroordelen spontaan zouden verdwijnen. 'Onze generatie kan dit aan', zegt Fred (Suzanne Clément) tegen een vriendin.

In de derde film van de Canadees Xavier Dolan (1989), wordt die mythe niet klakkeloos voor waar aangenomen. De als enfant terrible beschouwde filmmaker stort zich na J'ai tué ma mère (2009), waarin hij een puber speelt die zijn moeder wil vermoorden, en Les amours imaginaires (2010), over een jongen en een meisje die verliefd worden op dezelfde jongen, wederom enthousiast op een weerbarstige liefdesgeschiedenis.

In Cannes noemden critici Laurence Anyways Dolans meest volwassen film tot nu toe, maar het is de vraag of dat iets betekent. Misschien omdat hij voor het eerst niet in zijn eigen film acteert? Of omdat hij niet te veel verzandt in naïef-dromerige verbeeldingen van verliefdheden en andere grote gevoelens die zijn voorgaande films kenmerkten? Het 23-jarige filmtalent kiest in ieder geval opnieuw vol overgave voor zijpaadjes en herhaling, waardoor zijn vertelling meer dan eens nogal dralerig wordt. Laurence blijft zoeken naar acceptatie, zijn omgeving vindt hem een vreemde snuiter - er zijn nogal wat scènes die rond deze zichzelf herhalende botsing draaien.

Ook het drama van Dolan neigt soms naar camp. De herinnering aan het vroege werk van de Spaanse cineast Pedro Almodóvar (Volver) is nooit ver weg - en dat niet alleen door de aanwezigheid van flamboyante, over the top opgedirkte personages. De meeslepende ruzies tussen Laurence en Fred grenzen aan het pathethische, de schoolleiding zet Laurence op straat en na een aanvaring in een kroeg wordt hij volledig in elkaar geslagen. Pas dan ontmoet hij zijn eerste lotgenoot en begint Laurence aan zijn klim uit het dal.

Dolan blaast zijn vertelling op tot een epos van twee uur en veertig minuten. Natuurlijk lijdt de filmmaker daarmee enigszins aan zelfoverschatting - naast een vermeende arrogante houding de voornaamste kritiek die hij voor zijn kiezen krijgt.

Maar wat geeft dat wanneer er tegelijk zoveel moois is te ontdekken? De jonge regisseur heeft op talloze manieren lak aan conventies, en wat dat betreft is het onevenwichtige Laurence Anyways een verademing.

Karakterontwikkeling stopt de filmmaker volop in uiterlijkheden. Zie hoe Laurence aan het begin van de film een vijftal paperclips als nepnagels om zijn vingers vouwt. Hoe de blik van een passant (flirtend, verbaasd, afkeurend) vaak meer zegt dan een dialoog of voice-over ooit kan zeggen. Tijdens de openingsscène, met Fever Ray's donkere If I Had a Heart op de geluidsband en een camera die de personages aftast alsof het om een antropologisch onderzoek gaat, is de regisseur op zijn best.

Het is geen style over substance, mocht zoiets überhaupt bestaan, maar stijl die de inhoud van de film mede bepaald. Zie het decadente feestje waarop Fade to Grey van Visage wordt gedraaid, of het hallucinerende moment waarop Laurence en Fred ergens tussen dansen en wandelen toekijken hoe kledingstukken in slowmotion uit de hemel dwarrelen, terwijl de elektronische melodieën van Moderats A New Error al even vertraagd en machtig aanzwellen.

Ze zorgen voor een uitgelaten, bij vlagen volkomen euforische beeldtaal waarmee Dolan zijn personages ondanks alles spannend houdt. Ondertussen zet hij zichzelf als filmisch stijlicoon definitief op de kaart.

Meer over