Theater

Lars Noréns loodzware drama Hebriana is bij regisseur Erik Whien een opvallend luchtige voorstelling ★★★☆☆

Veel acteurs hebben moeite met de ingekorte tekst, waardoor ze maar weinig emotie oproepen.

Hein Janssen
Vanaf links: Jacqueline Blom, Keja Klaasje Kwestro en Soumaya Ahouaoui in ‘Hebriana’ van Lars Norén. Beeld Phile Deprez
Vanaf links: Jacqueline Blom, Keja Klaasje Kwestro en Soumaya Ahouaoui in ‘Hebriana’ van Lars Norén.Beeld Phile Deprez

In het programmaboekje van de voorstelling Hebriana van Het Nationale Theater staan leuke kinderfoto’s van de acteurs afgebeeld. Een schattige Betty Schuurman, een rebelse Mark Rietman, een koddige Joris Smit. Het verwijst ongetwijfeld naar een vrolijke kindertijd die in dit stuk voorgoed voltooide tijd is. Zoals in bijna alle stukken van Lars Norén, de Zweedse schrijver die begin dit jaar op 76-jarige leeftijd overleed, de relatie tussen ouders en kinderen synoniem is aan de hel. Hebriana is een van zijn beste stukken, en vooral bijzonder omdat het vanuit de vrouwelijke personages is geschreven. In eerdere successen als Nacht, de moeder van de dag, Demonen en Nachtwake zijn het vooral de mannen die de dienst uitmaken en hun ongelukkige jeugd en moedercomplexen verbaal de vrije loop laten.

In Hebriana (1987) komen drie zussen – Anna, Lena, Britt-Marie – en de partners van twee van hen samen in het ouderlijk huis aan de Zweedse kust, om daar het midzomerfeest te vieren. In dat huis woont enkel nog hun moeder Ingrid, vader is overleden. Ook aanwezig is de oudere homoseksueel Axel, die bevriend is met de man van een van de zussen. Axel is de buitenstaander, die ongewild het egoïsme van deze familie blootlegt. Zijn grote liefde heeft zelfmoord gepleegd, hij is eenzaam, maar niemand luistert naar hem. Het stuk speelt zich af in 1986, het jaar van de moord op Olof Palme, de aidsepidemie en de ramp in Tsjernobyl. Ook toen al dreven in de Zweedse zee dode vissen, was het strand vervuild en zat er te veel stikstof in de lucht. Noréns dolende zielen zien het allemaal gebeuren, maar komen niet in actie – te druk met zichzelf.

Jongste zus Britt-Marie, ook wel Hebriana genaamd, is eveneens een buitenstaander. Zij wordt al zeven jaar vanwege autisme behandeld in een psychiatrische kliniek. Naast disfunctionele gezinnen is ook de wereld van mentaal kapotte mensen een favoriet onderwerp van Norén. Deze familie is een soort psychiatrische inrichting op microformaat, en in die ene midzomernacht wordt dat pijnlijk duidelijk.

De voorstelling van regisseur Erik Whien speelt zich af in een kaal, abstract decor met prachtig licht van Casper Leemhuis. Het begin is ijzersterk: alle personages staan in een rij vlak voor het publiek. Ze praten om de stilte te verdrijven en de moed erin te houden. De enige afwezige is Hebriana, pas in het tweede deel is zij er ineens, voor even uit haar onderwereld gekropen. Haar rol is die van zwijgend klankbord, ziener, medium – zij kan zelfs contact leggen met haar dode vader.

In de eerste Nederlandse productie van Hebriana (1989) werd die rol gespeeld door Will van Kralingen, die als een blonde engel als het ware uit de hemel neerdaalde om licht te brengen. Nu speelt actrice Soumaya Ahouaoui haar. Zij doet dat aardser, nuchter bijna, en autonoom. Door haar breken de emoties ineens los, worden trauma’s helder en de onderlinge botsingen heviger. Soms gaat dat te snel en komen ruzies uit de lucht vallen. Dat komt ongetwijfeld doordat er flink in het stuk is geschrapt. Oorspronkelijk duurt de opvoering drieënhalf uur, hier is het in ruim twee uur gedaan. Ergens in het stuk wordt gezegd dat het werk van Ibsen zo somber is omdat het je het gevoel geeft langzaam te worden gewurgd. Dat zou hier ook moeten: je hebt tijd nodig om deze mensen te doorgronden en ze aan het eind misschien een beetje te begrijpen. Nu lukt dat maar in beperkte mate, sterker nog: ze roepen weinig emotie op.

Wat sfeer en speelstijl betreft heeft Whien het vrij luchtig gehouden. Opmerkelijk is de rolopvatting van Mark Rietman, die aanloophomo Axel speelt als een zielige, bijna clownesk sneue man. Dat doet hij bewonderenswaardig stijlvast maar het ontneemt zijn personage wel alle tragiek. Keja Klaasje Kwestro is als dochter Lena vooral neurotisch, hysterisch en hard. Kennelijk moet dat omdat haar personage een neurotische actrice is. Jacqueline Blom is als zus Anna genuanceerder, in alles begripvol en zorgzaam, maar ten slotte een furie tegen haar eigen afwezige dochter. Hun mannen worden gespeeld door Joris Smit en Hein van der Heijden. Smit doet dat mooi ingetogen, Van der Heijden lijkt verdwaald in zijn rol.

En dan is er Betty Schuurman als moeder Ingrid, eindelijk weer eens een glansrol voor deze actrice. Ze fladdert over het toneel in haar wijdvallende gewaden, rebbelend en redderend, met haar zangerige, soms schrille stem de wanhoop verbergend. Tegen het eind heeft ze een prachtige monoloog waarin ze haar intussen vervallen huis voor zich ziet als één groot, vrolijk familiehuis, vol kinderen en kleinkinderen. Een illusie: waar liefdeloosheid regeert, zal een huis altijd een bouwval blijven.

Ze heeft zelf niet eens door hoe waar het is wat ze ergens in een bijzinnetje zegt: ‘Ik vind liefde, of hoe je dat ook noemt, erger dan kanker.’

Hebriana

Theater

★★★☆☆

Van Lars Norén, door Het Nationale Theater, regie Erik Whien.

30/10, Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee.

Productief theatermaker

Erik Whien is op dit moment een van de productiefste en succesvolste theatermakers van het land. Zo viel hij dit jaar tijdens het Gala van het Nederlands Theater diverse keren in de prijzen, voor onder meer zijn regie van De Zaak Shell. De afgelopen anderhalf jaar regisseerde hij bij Het Nationale Theater Krapp’s Laatste Band, Seawall en Every Brilliant Thing. Voor Theater Rotterdam maakte hij het prachtige Eindspel van Beckett en het geniale Verdriet is een ding met veren, dat volgend jaar wordt hernomen. In het verleden werkte hij voor Toneelschuur Haarlem en Toneelgroep Oostpool.