Langzame foto's met een geheim

Fotografie..

Merel Bem

haarlem Louwes versus Meijers. De titel doet vermoeden dat het om een gevecht gaat. Annaleen Louwes (1959) tegen Frederik Salomon Meijers (1868-1953), en ook al is die laatste allang dood: kom op jongens, bokshandschoenen aan en kijken wie de beste fotograaf is. Maar in de praktijk – om precies te zijn: in Het Dolhuys, museum van de psychiatrie in Haarlem – blijkt bij nader inzien meer sprake te zijn van eensgezindheid dan van een wedloop.

In een kleine zaal bijna aan het einde van de museumroute, wanneer je als bezoeker veelvuldig bent geconfronteerd met de bokkesprongen die het brein kan maken, hangt de presentatie die Louwes op uitnodiging van Het Dolhuys samenstelde: een keuze uit eigen werk gecombineerd met foto’s die psychiater Meijers kort na 1900 maakte van mensen met een psychische stoornis, prachtig gepresenteerd op losse vellen papier, even fragiel als de gemoedstoestand van de modellen.

Louwes zal vreemd hebben opgekeken, toen ze na eindeloos snuffelen in de museumcollectie Meijers’ portretten tegenkwam. De gelijkenis met haar eigen werk, en vooral met de kalme, geconcentreerde sfeer daarvan, is vaak treffend.

Annaleen Louwes maakt langzame foto’s. Langzaam in de zin van: bedachtzaam, voorzichtig, en geladen met een geschiedenis aan observaties, gesprekken en geduldig wachten, die je niet ziet maar wel duidelijk voelt in haar portretten van mensen die dikwijls in zichzelf gekeerd zijn en de boel niet kunnen bijbenen.

Zeg niet: psychiatrische patiënten – dan gaat Louwes mopperen. Over de bekrompenheid van hokjes, het categoriseren van mensen. Dat wil ze niet, haar gaat het om het fotografisch zo dicht mogelijk naderen van mensen die in eerste instantie onbenaderbaar lijken. Dat kunnen u en ik zijn, en wie zegt dat wij normaal functioneren?

Wie dat in elk geval niet konden – volgens Frederik Salomon Meijers – waren de patiënten die de psychiater fotografeerde voor de medische wetenschap. Een vrouw die met wilde losse haren en vastgebonden voeten in een hoek staat, de rug naar de fotograaf toe. Een vrouw die op de grond ligt, een man die de tatoeages op zijn onderarm toont. Allemaal hebben ze iets strams, alsof hun ledematen zich verzetten tegen iets dat voor een buitenstaander onzichtbaar is.

Hier gaat het wel om hokjes. Meijers fotografeerde waanzinnigen die netjes moesten worden bestudeerd en gecategoriseerd. Hier komt dus ook het wedstrijdelement van de tentoonstellingstitel vandaan: de uitgangspunten van Louwes en Meijers zijn tegengesteld. Dat nemen we althans maar aan, want de originele documentatie bij Meijers’ foto’s ontbreekt, zo vermeldt de expositiepublicatie.

Dat is spijtig voor het museum, maar het was ongetwijfeld prettig voor Annaleen Louwes. Dat de psychiatrische patiënten van Meijers nauwelijks context hebben, maakte het waarschijnlijk minder lastig om ze los te weken uit hun oorspronkelijke, medische betekenissen. Naast haar eigen werk gaat het niet meer om specifieke ziektebeelden, maar om details, zoals de stramheid van hun ledematen, de houding van hun handen, de blik in hun ogen.

En dan is het ongelooflijk om te zien hoeveel overeenkomsten er zijn tussen de twee fotografen. Naast de verwilderde vrouw in de hoek van Meijers hangt Louwes’ ‘versie’: een vrouw wier gezicht eveneens onzichtbaar is door lange blonde haren. Beiden fotografeerden een man met getatoeëerde armen, beiden de houterigheid van lichaamsdelen.

De combinaties lijken soms bijna te makkelijk: iemand op een stoel? Ha, die heb ik ook! Maar nee, er is meer dan alleen overeenkomstige houdingen, het gaat verder dan oppervlakkige uiterlijkheden, iets dat vooral opvalt bij foto’s die op het eerste gezicht juist niet op elkaar lijken. Dan is er ineens een blik, een nauwelijks omschrijfbare verwantschap, die de adem even doet stokken, waarschijnlijk net zoals bij Annaleen Louwes gebeurde op het moment dat ze de foto’s van Frederik Salomon Meijers vond. Van een gevecht was nooit sprake.

Meer over