Aard van het beestje

Langs stenige oevers leidt de rivierdonderpad een huiselijk bestaan

Iedere week schrijft Caspar Janssen over een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier en waarom doet het juist nu van zich spreken?

Caspar Janssen
De rivierdonderpad Beeld Margot Holtman
De rivierdonderpadBeeld Margot Holtman

Een heldere winteravond dicht bij huis, langs de Amstel. De geur van houtkachels, de lichten van de woonboten. Zaklampvissen met Edo Goverse, op zoek naar de rivierdonderpad. Met twee lampen schijnen we cirkels in het water op de aflopende stenen oever, het domein van dit nachtactieve bodemvisje. ‘Actief’ is relatief, want de rivierdonderpad is niet bepaald beweeglijk. Het visje (maximaal 13 centimeter lang) uit de familie van de donderpadden heeft geen zwemblaas, om te zwemmen is het afhankelijk van de vinnen.

Je kunt zeggen: het is een kneus, zegt Goverse, die werkzaam is bij Ravon, de organisatie die opkomt voor reptielen, amfibieën en vissen. Maar ja, de kneus heeft het in zijn niche vooralsnog toch maar gered. Overdag houdt de rivierdonderpad zich schuil tussen stenen of oeverbeschoeiing, ’s nachts komt hij tevoorschijn, ligt dan op een steen of op de bodem en grijpt wat er zoal aan voedsel voorbijkomt: waterpissebedden, vlokreeften, kleine visjes, visseneieren, muggenlarven.

Een huiselijk type, de rivierdonderpad. Goverse: ‘Hij leeft in een spleetje, en af en toe schiet hij er even uit.’ Als het mannetje een goede plek heeft gevonden, lokt hij in de paaitijd het vrouwtje. Hij maakt daarbij geluid, vandaar zijn bijnaam: de knorhaan. Als het vrouwtje de plek en het mannetje goedkeurt, schiet zij kuit en hij hom, het vrouwtje zet de eiklompen af tegen het plafond van het door het mannetje geschikt gemaakte broedhol onder een steen. Dan verdwijnt het vrouwtje. Het mannetje, een deugvis, zorgt voor de eitjes; met zijn borstvin bewaaiert hij de eitjes voortdurend met vers, zuurstofrijk water. Als de eitjes na een maand uitkomen, is het mannetje uitgeput en uitgehongerd; soms sterft hij.

null Beeld Margot Holtman
Beeld Margot Holtman

Dat speelt zich hier dus allemaal af, precies op de plek waar ik in de zomer soms met mijn dochter over die stenen het water in stap om te zwemmen. Nu zien we met onze lantaarns van alles – blikjes, een dode brasem, een mondkapje – maar geen rivierdonderpad.

Verder dan, langs de oever, voorbij begraafplaats Zorgvlied, onder de A10 door, langs een stukje Amstelpark, we stoppen steeds even om het water te beschijnen. Garnaaltjes, mosselen, een stekelbaarsje, voorntjes en ja, eindelijk ziet Goverse een rivierdonderpad, half verscholen onder het zand. Ik zie slechts contouren.

De rivierdonderpad is een soort die gedijt in zuurstofrijk en enigszins stromend water. Het beestje is eigenlijk pas sinds een jaar of vijftien goed in kaart gebracht. Die inventarisatie zorgde aanvankelijk voor een piek in de trends voor verspreiding en aantallen, maar prompt volgde een sterk dalende trend. Belangrijkste oorzaak: de invasie van exotische grondels, die op gang was gekomen na de opening van het Main-Donaukanaal in 1992. Goverse: ‘Twee werelddelen waren opeens met elkaar verbonden, de Rijn is sindsdien een stroomafwaartse snelweg voor exoten.’

In de grote Nederlandse rivieren is de rivierdonderpad inmiddels zowat verdwenen, verdrongen door exotische grondelsoorten. In Amsterdam pikte vooral de zwartbekgrondel de goede plekjes van de rivierdonderpad in. Toch is het niet gezegd dat de rivierdonderpad gaat verdwijnen. Goverse: ‘In Amsterdam lijken de zwartbekgrondels nu een ziekte hebben. Je ziet het vaak bij de komst van exoten: in het begin gaat het hard, daarna stabiliseren of dalen de aantallen.’

Gaat het nog lukken, vanavond? Jawel, net als ik koude voeten begin te krijgen: duidelijk zichtbaar, een rivierdonderpad op een steen. Klein, smal visje met een brede afgeplatte kop, mooier dan ik had gedacht. Voorzichtige conclusie: In de Amstel houdt de rivierdonderpad nog stand. We kunnen weer met de fiets op huis aan.

Meer over