Langs de grenzen van het Romeinse rijk

ZWERVEN LANGS de grenzen van wat eens het Romeinse rijk was: Duitsers en Britten zijn daar dol op, maar ook sommige Nederlanders doen het graag....

Derek Williams, auteur van The Reach of Rome - A History of the Roman Imperial Frontier 1st-5th Centuries AD, is zo'n wandelaar. Al in zijn jeugd is hij ermee begonnen. Hij werd geboren in Newcastle en had daardoor zogezegd de limes in zijn achtertuin. Newcastle ligt immers aan 'Hadrian's wall', de bijna 120 kilometer lange muur die dwars door Engeland loopt, van Wallsend-on-Tyne naar Bowness-on-Solway. Aangelegd in de tweede eeuw na Christus tijdens de regering van keizer Hadrianus, bleef dit deel van de limes opmerkelijk goed bewaard, al werden vooral in de achttiende eeuw grote stukken ervan ontmanteld.

In de negentiende eeuw kreeg men in Engeland meer dan tevoren oog voor het Romeinse erfgoed. Hierdoor kon, voorzichtig eerst nog, archeologisch onderzoek naar 'Hadrian's wall' op gang komen. Dat onderzoek is in onze eeuw voortgezet en heeft sinds 1973 een nieuwe impuls gekregen. Dit is te danken aan de ontdekking, in een van de forten langs de muur, van zo'n tweeduizend met Latijnse teksten beschreven schrijfplankjes. Een unieke vondst, waardoor in één klap de kennis van het wel en wee van soldaten in deze uithoek van het Romeinse rijk enorm werd vergroot. De in Vindolanda (Chesterholm) gevonden houten schrijftafeltjes onderstrepen wat Williams met de titel van zijn boek ook aangeeft: de arm van Rome reikte ver.

In The Reach of Rome besteedt Williams veel aandacht aan zijn oude liefde, de muur van Hadrianus, en aan de langs deze muur gevonden Vindolanda-tabletten. Maar wie aan een boek de ondertitel A History of the Roman Imperial Frontier 1st-5th Centuries AD meegeeft, heeft meer te doen: in de Romeinse keizertijd strekte het imperium Romanum met zijn naar schatting vijftig à tachtig miljoen inwoners zich uit van Britannia in het westen tot aan de Eufraat in het oosten, van Rijn en Donau in het noorden tot aan de Sahara in het zuiden.

Dit betekent dat er zo'n tienduizend kilometer aan grenzen te verdedigen was, waarvoor een leger van pakweg 350 duizend man beschikbaar was (ter vergelijking: het Nederlandse leger telde in 1990 104.024 geüniformeerde mannen en vrouwen in actieve dienst). Menig stuk van deze grenzen heeft Williams, met een gedetailleerde kaart in de hand en een reisgids in de rugzak, in de laatste vijftien jaar persoonlijk bezocht.

Wat begon als een hobby voor de vrije uren, groeide uit tot een levenstaak. Williams heeft niet alleen met de wandelschoenen aan de grenzen van het Romeinse rijk verkend. Hij verdiepte zich ook grondig, zonder dat hij over een academische achtergrond beschikt, in de archeologische en historische vakliteratuur. En hij bestudeerde een aantal Griekse en Latijnse bronnen. Op basis van dit alles schreef hij een verdienstelijk boek, al maakt hij enkele fouten die een specialist niet gemaakt zou hebben en al zijn er enkele merkwaardige omissies: aan de vloten op Rijn en Donau bijvoorbeeld besteedt hij geen aandacht.

De hoofdmoot van het boek bestaat uit beschrijvingen van de Romeinse aanwezigheid in de verschillende grensgebieden in een bepaalde periode van de keizertijd. De 25 kaarten die bedoeld zijn om het betoog makkelijker te kunnen volgen, zijn hard nodig, want het boek wemelt van de voor een niet-ingewijde obscure aardrijkskundige namen.

Zulke beschrijvingen staan niet op zichzelf. Eraan vooraf gaat telkens een schets van de historische ontwikkeling van het betrokken gebied en van de algemene, politiek-militaire situatie van het Romeinse rijk in de desbetreffende periode. Ook schuwt Williams geen vragen naar het hoe en waarom van een bepaalde vorm van verdediging.

Waarom bijvoorbeeld vond Hadrianus het nodig dwars door Engeland een muur aan te leggen? Heeft hij zich misschien voor zijn kunstwerk laten inspireren door de beroemde Chinese muur? En zo ja, heeft dan die antieke zegsman gelijk die meende dat de keizer de muur liet aanleggen omdat hij vond dat barbaren en Romeinen nu eenmaal strikt van elkaar gescheiden behoorden te leven? Of is er meer te zeggen voor de moderne visie die wil dat de muur, behalve als afschrikkings- en verdedigingsmiddel, ook bedoeld was om nu juist het contact tussen Romeinen en barbaren in de grensstreken te reguleren? Wat voor soort keizer was Hadrianus eigenlijk? Heeft hij zich inderdaad met een politiek van consolidatie willen afzetten tegen het expansionisme van zijn voorganger Trajanus, tijdens wiens regering het rijk zijn grootste omvang bereikte?

Op dit soort vragen probeert Williams een antwoord te geven. En het moet gezegd, de antwoorden die hij geeft, zijn nuchter en verstandig. Hij is terecht wars van de neiging het strategisch denken van de Romeinen te herleiden tot allesomvattende, wetenschappelijk gefundeerde concepten. Dat de Romeinse keizers en hun adviseurs er zulke concepten op nahielden, werd in 1976 gepostuleerd door een andere buitenstaander op het gebied van de oude geschiedenis,

E.N. Luttwak, militair adviseur van verschillende Amerikaanse presidenten, in het prachtige, maar wat de centrale stelling betreft aanvechtbare The Grand Strategy of the Roman Empire.

Williams staat, anders dan Luttwak, met beide benen op de grond. Dat is op zichzelf te waarderen. Zijn boek geeft nuttige informatie en er zijn aardige gedeelten in aan te wijzen. Het meest geslaagd zijn die passages waarin hij zich uitweidingen veroorlooft over grote voorgangers als Nobelprijs-winnaar Theodor Mommsen en de Franse priester Antoine Poidebard, die in een tweemotorig vliegtuigje talloze luchtfoto's van Romeinse resten in Syrië heeft gemaakt. Maar zo spannend en onderhoudend als het boek van Luttwak is The Reach of Rome niet.

Hans Teitler

Derek Williams: The Reach of Rome - A History of the Roman Imperial Frontier 1st-5th Centuries AD.

Constable, import Nilsson & Lamm; 342 pagina's; ¿ 75,50.

ISBN 0 09 476540 5.

Meer over