Landschap

Al die omroepen zijn allemaal te arm om aan te haken bij internationale trends..

Volgende week begint de Week van de Geschiedenis, een nieuw initiatief, dat inspeelt op de retro-golf die, eigenlijk al vanaf de millenniumwisseling, over West-Europa spoelt. Op de Nederlandse televisie krijgen we daar maar weinig van mee. Goed, aan Hoge Bomen en Andere Tijden zijn steeds meer kijkers gewend, en zelfs gehecht geraakt, en de uitzending over de Grootste Nederlander Aller Tijden van de KRO trok twee weken geleden drie uur lang maar liefst anderhalf miljoen kijkers.

Maar van de explosie aan nieuwe en soms bizarre formules die in Engeland en Duitsland worden ontwikkeld, is hier niets te merken. Favoriet is bij onze buren de historische reality soap. In Engeland hebben miljoenen meegeleefd met The House: gewone gezinnen moesten zich zien te redden onder de armoedige omstandigheden van 1900. Dus zonder warm water, frisdrank, shampoo en stroom. Maar wel hingen overal camera's om hun getob te registreren.

Channel 4, de commerciële kwaliteitszender aan gene zijde van de Noordzee, kwam dit jaar met een tegenhanger, The Regency House Party, een reality soap in een kasteel rond 1800. Daar zat wat meer sociale spanning in, tussen de schatrijke familie en het uitgebuite personeel, maar toch viel de belangstelling tegen. Om er een zo groot en zo jong mogelijk publiek mee te trekken, was er ook nog een dating-spel in verwerkt, en dat werd de Britse kijker kennelijk te veel. Bovendien liepen de acht delen met al die figuranten in dat dure kasteel enorm in de papieren - er komt waarschijnlijk geen vervolg, hoewel de serie wel aan verschillende landen werd verkocht, ook aan ABC in de Verenigde StaTwee jaar geleden had de BBC wel succes met The Trench: een soap die zich in een loopgraaf in de Noord-Franse modder afspeelde. Vijfentwintig vrijwilligers, van de straat geplukt in Hull, moesten veertien dagen zien te overleven onder omstandigheden die op de Eerste Wereldoorlog moesten lijken. De kijkers genoten ervan, maar de kritiek was niet mals. Historici ergerden zich wild aan wat ze 'Big Brother in de Eerste Wereldoorlog' noemden - en er was zelfs een tv-criticus die schreef dat de volgende stap op deze weg ongetwijfeld 'Big Brother in Auschwitz' zou worden.

Grappig om te zien hoe zich in Duitsland dezelfde ontwikkeling voordoet. Miljoenen Duitsers hebben zich eind 2002 vergaapt aan de soap Das Schwarzwaldhaus 1902, een serie over de boerenfamilie Boro die zich, in permanente angst voor het mislukken van de oogst, door het leven van 1902 probeert te slaan. Zes miljoen kijkers trok de ARD voor elk van de vier afleveringen, en de makers wonnen er ook nog een belangrijke prijs mee. Dat smaakt naar meer en daarom begint volgende week Leben im Gutshaus - dat een beetje lijkt op het Engelse Regency House: niet alleen de welgestelde bewoners van dit landgoed moeten twee maanden zonder televisie, föhn en leeslampje zien te overleven, maar ook hun personeel.

Ook hier zijn het weer vrijwilligers die zich aan de beproevingen en de verborgen camera's onderwerpen. In korte tijd moesten ze allerlei gedragingen aanleren: de aanspreekvormen, de werkwijze van een staljongen en het opdienen van het diner anno 1900. 'De echte spanning', zegt producer Rosemarie Wintgen in Der Spiegel, 'is de kijker te laten meevoelen hoe mensen van vandaag proberen de manier van leven van toen onder de knie te krijgen.'

De geschiedenis komt pas écht tot leven in de docudrama's die de grote Europese omroepen tegenwoordig wijden aan markante momenten uit de Tweede Wereldoorlog. De BBC heeft eerder dit jaar drie volle uren besteed aan Duinkerken, aan de miraculeuze ontsnapping van bijna 340 duizend geallieerde soldaten die in juni 1940 ingesloten raakten door de Duitse legers. Er is voor Dunkirk archiefmateriaal gebruikt, er is goed gelijkend archiefmateriaal nagemaakt, maar er komen vooral speelfilmachtige scènes in voor met professionele acteurs. De serie van drie delen heeft 3,75 miljoen euro gekost, en dat is precies de reden waarom dit soort producties in Nederland ondenkbaar zijn: voor drie delen Duinkerken heb je hier ruim vijftig delen Het Glazen Huis, en dat vinden we dan nóg duur. Want hier moeten alle budgetten verdeeld worden over al die omroepen, en die zijn daardoor allemaal te arm om aan te haken bij internationale trends.

Nieuw is dat overigens niet: in 1979 had de NCRV van zijn eigen redacteur Jelte Rep een compleet scenario gekregen voor zes delen drama over het Englandspiel. Kosten: twee miljoen. De omroep kwam daarvoor 750 duizend gulden tekort. De NCRV probeerde nog een van de afleveringen te laten betalen door de KRO, dan zou daar een priesterstudent de hoofdrol in kunnen spelen. Dat mislukte, de serie ging niet door. Rep maakte uiteindelijk een, overigens heel verdienstelijke, zesdelige documentaireserie, die 125 duizend gulden kostte. Dat is de Nederlandse situatie onder een vergrootglas: wij kiezen uiteindelijk altijd voor de goedkoopste manier om het kijkglas te vullen.

Meer over