LAKMOESPROEF VOOR RUIMHARTIGHEID

Deze week maakte de Nederlandse regering bekend dat de erven van de joodse kunsthandelaar Goudstikker 202 schilderijen terugkrijgen die hij aan de nazi's was kwijtgeraakt....

ROB GOLLIN en MERLIJN SCHOONENBOOM

Pas in de slaapkamer komt de emotie los. Aan de muur hangt een kleinschilderij van de Franse impressionist Berthe Morisot (1841-1895), eenportret van twee meisjes. Op de achterzijde kleeft nog een zegel:Kunsthandel J. Goudstikker N.V., Heerengracht 458, Amsterdam. De Morisotblijkt inderdaad voor te komen in het opschrijfboekje van de joodsekunsthandelaar waarin hij zijn inventaris bijhield.

Het is zomer 1997, Greenwich, Connecticut, de Verenigde Staten.Journalist Pieter den Hollander van het Algemeen Dagblad heeft Marei vonSaher getraceerd, de schoondochter van Jacques Goudstikker, wienshandelsvoorraad na zijn dood in 1940 goeddeels in handen was gekomen vanReichsmarschall Hermann Göring en de Duitse zakenman Alois Miedl. De vraagwas of zij misschien nog wat schilderijen van hem had, hij had een kopievan het opschrijfboekje meegenomen. Na de bevestiging in de slaapkamerkwamen de tranen. Den Hollander, nu: 'Het was alsof ze toen pas beseftewelke beladen geschiedenis aan de collectie vastzat.'

De ontmoeting in Greenwich zou de opmaat worden van een langdurigjuridisch steekspel over de collectie van de in 1940 verongelukteGoudstikker. Na het toekennen van kleinere claims, kreeg deze kwestie destatus van de belangrijkste lakmoesproef voor de ruimhartigheid waarmeeNederland voortaan nabestaanden van beroofde nazi-slachtoffers beloofde tebejegenen. Toenmalig staatssecretaris van Cultuur Aad Nuis had zelf de deuropengezet: Nederland wil schoon schip maken, laten we de eigenarenopsporen.

Den Hollander, die in 1998 het boek De zaak Goudstikker schreef: 'Zelfhad ze geen idee wat met het bezit van haar schoonvader was gebeurd. Dater schilderijen van hem in Nederlandse musea hingen wist ze niet eens.'

Zeven jaar procederen heeft het gekost. 'Morele overwegingen gaven dedoorslag', verklaarde staatssecretaris Medy van der Laan van Cultuur begindeze week bij de bekendmaking dat het kabinet het gros van de claim op 267uit Duitsland teruggekeerde werken honoreerde. Weg met de bureaucratischeen formalistische houding van weleer. Het gesol met de nabestaanden was alerg genoeg geweest, de musea moesten hun verlies maar nemen.

Maar openbare boetedoening bleek zelfs tot het laatste stadium eenproces met weerhaakjes.

Op 31 januari krijgt mr. B.J. Asscher telefoon van Van der Laan. Devoormalige rechtbankpresident is voorzitter van de zogehetenRestitutiecommissie, die verzoeken om teruggave beoordeelt vancultuurgoederen die tijdens de oorlog zijn geroofd of onvrijwilligverkocht. Anderhalve maand eerder heeft de commissie advies overGoudstikker uitgebracht. De conclusie is helder: 202 schilderijen moetenterug naar de erven.

Van der Laan deelt Asscher mee dat minister Donner van Justitie die dagin het kabinetsberaad bezwaar maakte. De commissie is naar zijn opvatting'buiten de grenzen van haar bevoegdheden' getreden. Het is voor het eerstdat de politiek zich actief mengt in het werk van de commissie. Asscher,terugkijkend, zegt daarvoor begrip te hebben. 'Donner moet vanuit zijnstaatsrechtelijke verantwoordelijkheid toezien op de handhaving van de wet en naleving van vonnissen.'

Twee dagen later, op 2 februari, ontmoeten ze elkaar op hetdepartement. Het gesprek duurt een klein uur. 'We zijn uitstekendemaatjes, het was een eerlijke gedachtewisseling.' Maar tot overeenstemmingkomt het niet.

De bewindsman blijkt van opvatting dat een arrest van het Haagsegerechtshof uit 1999 niet zo maar kan worden genegeerd. Het hof weesdestijds de claim van de erven af: het achtte zichzelf niet bevoegd, enverklaarde de eisers bovendien niet-ontvankelijk: ze waren veel te laat. Omdat de weduwe tot twee keer toe had afgezien van aanspraken op de erfeniswaren er 'geen gewichtige redenen voor ambtshalve rechtsherstel'.

Asscher: 'Donner vindt een arrest een arrest. Ik denk ook dat er in hetkabinet vrees voor precedentwerking bestond. Die kans is naar mijnopvatting vrijwel nihil. Dit is een heel bijzonder geval.'

Asscher probeert de minister in het gesprek ervan te overtuigen dat erwel degelijk reden is voor rechtsherstel. Er valt volgens hem nogal wat afte dingen op de uitspraak van het hof. Die bevat 'lacunes', is'onvolledig'. In een schikking die de weduwe Goudstikker op 1 augustus 1952trof met de staat over een vergoeding voor de werken van Alois Miedl, gafze aan dat ze haar aanspraken op de collectie van Göring handhaafde.Asscher: 'Ze had haar rechten helemaal niet prijsgegeven. Die dading maaktehet eerdere afstand doen van aanspraken achterhaald. Je vraagt je af hoeze dat in hemelsnaam over het hoofd hebben gezien. Mijn verklaring is dater kennelijk geen aanleiding was om daar op door te gaan nadat het hof zichonbevoegd had verklaard en de eisers niet-ontvankelijk.'

Een dag na het onderhoud krijgt Asscher opnieuw telefoon. Dit keer ishet Donner zelf. 'Het was heel correct. Hij deelde mee dat zojuist wasbesloten de collectie terug te geven.' Maar dat er naast de morele basisvoor teruggave ook een juridische reden was, is in het besluit nergens meerterug te vinden. De commissievoorzitter betreurt dat. 'Maar ik kan eentegendoelpunt incasseren, zolang ik de wedstrijd maar win.'

Rest de vraag wat Donner precies met zijn actie beoogde. Asscher iservan overtuigd dat de minister er niet op uit was de claim te torpederen.'Ik denk gewoon dat hem iets dwarszat en dat hij dat wilde toetsen.' Deerven moeten dan nog drie dagen wachten voordat Van der Laan met eenverwijzing naar de moraliteit de teruggave bekend maakt.

'Wat we de laatste week hebben gezien was eigenlijk nog maar eenachterhoedegevecht', zegt Rick van der Ploeg, hoogleraar economie teFlorence. 'De grootste strijd werd tussen 1999 en 2001 gestreden. Ook toenlag Justitie dwars.

Rick van der Ploeg volgde in 1998 Aad Nuis op als staatssecretaris vanCultuur, en installeerde de Restitutiecommissie in 2001. 'Ik kwam als eennaïef iemand op de post. Ik was verbaasd, toen ik van ouderen hoorde datdeze kwesties al zo lang speelde. Verbaasd dat de beoordeling nooit eerderuit de juridische sfeer gehaald was. Daarom wilde ik een onafhankelijkecommissie, ik wilde de zaak de-politiseren. Ik wilde een evenwichtigesamenstelling. Niet alleen joodse mensen, niet alleen kunsthistorici, nietalleen juristen.'

Grootschalig onderzoek begon. 'Een groot interdepartementaal gevecht',noemt hij het nu. 'Men was bang voor een hoop gedonder. Angst voordynamiet, emoties.' De ambtenaren van Justitie vreesden vooralprecedentwerking. 'Het idee was: als het met kunst wel gaat, dan kunnen ernog heel veel anderen komen die bijvoorbeeld hun geld terugwillen.'

Voor degenen die bij de staat aanklopten met verzoeken tot teruggave wasafhouden een vertrouwd patroon. Christine Koenigs, kleindochter van dekunstverzamelaar Franz Koenigs die in 1941 omkwam: 'Er was tot zo'n beetjeeind jaren negentig nauwelijks steun in Nederland. Toen we begonnen metonze claims werden we met een kluitje in het riet gestuurd, ontvingen weonzin-brieven van de verantwoordelijke instanties.'

Koenigs, Marei von Saher en ook Nick Goodman, nazaat van de in Auschwitzvermoorde bankier Friedrich Gutmann uit Heemstede, begonnen aanvankelijkieder apart met pogingen de verzamelingen van hun familie terug te krijgen,maar vormden later een driemanschap. Ze vertrokken naar New York 'waar wenog kosjere sushi hebben gegeten met de voorzitter van het World JewishCongress. We hielpen elkaar met achtergrondinformatie'. Maar waar de claimsvan Von Saher en Goodman 'overwegend positief' zijn toegewezen, staatKoenigs nog met lege handen; de Restitutiecommissie wees haar claim af.

Dat ze zich zo laat roerden, wekte in Nederland argwaan. Koenigs: 'Vanons werd gezegd dat we koude katten waren. Maar voor ons gold dat we gewoonmeer afstand hadden. Marei von Saher als schoondochter van Goudstikker, ikals kleindochter van Koenigs. Daarom konden we doen wat een eerderegeneratie niet kon. Wij konden zeggen: het is toen verkeerd gedaan. Voorde generatie vóór ons deed het te veel pijn.'

Maar het begin van de omslag tekende zich al af. Toenmaligstaatssecretaris Nuis stond in 1997 aan de wieg van het Bureau HerkomstGezocht. Tot dan toe was er over roofkunst nauwelijks kennis in huis, laatstaan een instrumentarium om erfgenamen op te sporen. In Nuis' opdrachtbegon Rudi Ekkart, directeur van het Rijksbureau voor KunsthistorischeDocumentatie, met onderzoek naar de herkomst van de kunstwerken in dezogenoemde NK-collectie. Ekkart formuleerde later de officiëlebeleidslijnen, die vanaf 2002 het beleid van de regering zouden bepalen:minder vasthouden aan de strikt juridische regels, meer oog voor moreleargumenten. Internationaal was er veel beweging. In 1998 waren de zogehetenWashington principles opgesteld: 44 landen onderschreven een ruimhartigerbeleid in de teruggave van oorlogskunst. De Commission for Looted Art wasin Londen opgericht, en hielp erfgenamen met individuele claims.

Toen Marei von Saher zich in 1998 met dochter Charlène en advocatenin Nederland meldde, om, zoals ze deze week verklaarde, de 'missie vanDési' te voltooien, had Nuis de reikwijdte van de ambities nietonmiddellijk in de gaten. 'Het klonk allemaal niet zo hebberig. Van deadvocaten kreeg ik nog wel het idee dat ze op verdiensten aasden, maar dedames leken me toch echt vooral uit op eerherstel.' Hij heeft ze overigensnooit persoonlijk ontmoet - het contact verliep via ambtenaren enbemiddelaars.

Nuis dacht eerst vrij gemakkelijk met de Von Sahers tot overeenstemmingte komen. 'Misschien konden we een gebaar maken, wat persoonlijke dingenteruggeven; in die sfeer.'

De zaak kwam hem in vergelijking met andere claims immers nietuitzonderlijk schrijnend voor. Er waren nabestaanden die nog op veelbottere wijze op een muur zijn gestuit. 'Toen werd aangenomen dat de weduwena de oorlog met behoorlijk veel power, ook in het gezelschap van advocatenen kunsthistorici voor een deel haar gelijk had gehaald. Inmiddels wetenwe dat het wat anders lag.'

Een akkoord bleef uit. Nuis: 'De vrees was toch dat het afstaan vanenkele schilderijen je positie verzwakt. De advocaten zouden datonmiddellijk als erkenning van de claim hebben aangegrepen.'

Hij heeft vrede met de uitkomst van deze week. 'Ik sta nog steedsachter mijn optreden van toen, maar met alle kennis van nu zou ik hetzelfdebesluit als Van der Laan hebben genomen.' Of hem inmiddels wel duidelijkis geworden of er bij de Von Sahers meer speelde dan louter eerherstel?Nuis schort zijn oordeel op in afwachting van een mededeling over wat zemet de collectie gaan doen. 'Ik wist het toen niet, ik weet het nu niet,maar over pakweg een half jaar weet ik het wel.'

Met de toekenning van de Goudstikkerclaim is het de vraag of de rust inmuseaal Nederland zal weerkeren. De angst voor precedentwerking blijkthardnekkig. De eerste verlangens naar zelfreiniging hebben zich aangediend:het Zeeuws Museum biedt uit eigen beweging een werk van Jan Toorop aan deRestitutiecommissie aan. Juridisch heeft het museum volledig recht op ditwerk, dat door de erven Eberstadt wordt geclaimd, maar ze wil dat er'schone' schilderijen aan de muur hangen. En als de moraal een rol speeltbij de teruggave van oorlogskunst, hoe zit het dan met claims diebetrekking hebben op bijvoorbeeld de koloniale periode?

Volgens oud-staatssecretaris Van der Ploeg kwam de koloniale kunst inde vergaderingen over de oprichting van de Restitutiecommissie niet'direct' aan de orde, maar 'het speelde in het hoofd wel steeds mee'.Suzanne Legêne, hoofd Museale Zaken van het Tropenmuseum: 'Met Indonesiëis alles vanaf de jaren zeventig al flink uitgepolderd, en de criteria vanteruggave zijn vastgelegd. Maar Afrika, daar zijn wel reële problemen. Hetleeuwendeel van het cultuurgoed bevindt zich buiten Afrika. Nederland heeftdaar ook een deel van. Ik ben nooit bang voor precedentwerking. Sterker:Ik ben voor een nieuwe museale praktijk, waarin voorwerpen vrijelijk kunnenbewegen.'

Nuis bepleit een terughoudende opstelling. 'Teruggave van oorlogskunstvalt nog binnen mensenheugenis. Maar voor het overige; hoever moet jeteruggaan? Individuele kwesties gaan in de loop van de tijd op in degeschiedenis. Het Louvre puilt uit van de kunstschatten die Napoleon heeftbuitgemaakt op strooptochten door Europa. Wat schieten we ermee op als datallemaal weer terugmoet?' Voorzitter Asscher van de Restitutiecommissiegelooft niet dat de Goudstikker-beslissing meer claims zal uitlokken. 'Elkgeval wordt op eigen merites beoordeeld', beklemtoont hij. Nog negentienzaken wachten op afhandeling voor in totaal zo'n vijfhonderd objecten. In21 procedures is uitspraak gedaan. Asscher verwacht 'hooguit tien,misschien twintig' nieuwe aanmeldingen. Op 4 april 2007 sluit de commissiehet loket.

Van der Ploeg heeft intussen een nieuwe gidsrol voor Nederland ingedachten: 'Er zijn niet alleen nog veel kleinere zaken in Nederland, maarvooral in Europa valt er nog veel te doen. Ik zou Medy van der Laan willenoproepen dit dossier in haar takenpakket op te nemen. Ze moet deze kwestiesactief in Europa gaat bepleiten, en een stuk politiek werk verrichten; vrijfel en gedegen op de agenda zetten.'

Eén nieuw hoofdstuk in de Goudstikker-affaire staat inmiddels vast:publicist Pieter den Hollander werkt aan een nieuwe versie van zijn boek;te verschijnen voor de zomer.

Meer over